maandag 12 mei 2008

The Shoutng Fence


The Shouting Fence
Het dorp Majdal Shams ligt op de Golan-hoogvlakte pam op de grens tussen Israel en Syrië. Op de plaats van de grens wordt het dorp in twee gesneden door een vijftig meter brede niemandszone.  Elke vrijdag verzamelen de dorpsbewoners zich aan beide kanten van de
grens en roepen de nieuwtjes naar elkaar. 
The Shouting Fence is een openluchtstuk voor zan-
gers en vele andere deelnemers en kinderen.  Het stuk gaat over communicatie in extreme omstandigheden. De deelnemers moeten heel verschillend zijn van leeftijd en achtergrond.  Ze staan op twee plaatsen opgesteld vanwaar ze elkaar net kunnen horen, bijvoorbeeld twee daken, twee oevers, gescheiden door een groot object, ...  

De meeste teksten komen uit brieven, berichten en gedichten van dorpsbewoners.  Enkele zijn door de componisten toegevoegd.  Er is een botsing tussen het alledaagse en het extreme.  De zangers zingen in groep en individueel.  Ze proberen de scheiding te overbruggen.  De kinderen zijn wat vrijer.  Ze spelen een spelletje, roepen beledigingen, vervelen zich omdat ze door hun ouders verplicht werden te komen, ...  Oudere mensen geven hun berichten door aan jongere om ze te laten roepen.  Het zingen verloopt soms volgens partituur, soms heel chaotisch, soms klaar en duidelijk, soms onverstaanbaar.
Naar het einde toe sluit nog een derde koor bij het gezang aan.  Zij vertolken bannelingen die vanop een afgelegen plaats over hun gevoelens zingen.  Het zingen wordt niet versterkt. Sommige zangers kunnen een megafoon gebruiken, maar het geheel moet toch vooral akoestisch zijn.  Het gezang mag niet mooi of vloeiend zijn zoals bij een kerkkoor.  Het moet ruw en direct recht uit het hart komen.  De zangers hebben de juiste ingesteldheid nodig en een stevig paar longen.  Het geheel duurt 45 minuten en is kwaad, grappig en droef.
De première was in London op de daken van de Queen Elizabeth en Festival Halls enerzijds en op het sculpturenplein van de Hayward Gallery anderzijds.  In Nederland organiseerde NOVIB drie optredens in november 2004 in een reusachtige leegstaande gasfabriek.




Voorstelling van het project: 
‘The Shouting Fence’ in België
een muzikale productie in het Engels, Arabisch en Hebreeuws
  • 300 zangers uit Vlaanderen, Wallonië en Brussel
  • 11 professionele solisten en twee percussionisten
  • muziek van Richard Chew en Orlando Gough
  • teksten van Mahmoud Darwish, Adonis, Orlando Gough en Sam Shepard
  • voorstellingen in Brussel, Gent en Luik 

    Muren, ook in België
    The Shouting Fence is een zangstuk over communicatie in extreme omstandigheden. De muur in Palestina is een barrière, een fence die mensen verdeelt. Maar de deelnemers aan dit project willen ook over de denkbeeldige muren in België heen zingen: die tussen Noord en Zuid, tussen autochtoon en allochtoon, tussen jong en oud, tussen Franstaligen, Nederlandstaligen en anderstaligen.

    Het Brussels Brecht-Eislerkoor vroeg daarom koren uit de verschillende regio’s, maar ook uit de vele bevolkingsgroepen die ons land rijk is, om samen dit project te dragen.

    300 zangers uit het hele land repeteren samen
    Klankopnames, vergaderingen, repetities, het vergt een uitgekiende coördinatie om zangers uit Gent, Antwerpen, Hasselt, Luik, Brussel, Middelburg, Wijgmaal en Louvain-la- Neuve te laten samenwerken. Het samen repeteren, studeren, werken aan een creatie, ... het is mogelijk over alle taal- en andere barrières heen.

    Achtergrond
    Na de zesdaagse oorlog wordt het dorp Majdal Shams op de Golanhoogte op de grens tussen Israël en Syrië in twee stukken gesneden door een militaire no-go-zone. Elke vrijdag komen de dorpsbewoners – familieleden en vrienden die door dit eindeloos conflict gescheiden worden – aan weerszijden van de omheining bijeen om nieuwtjes uit te wisselen. Ze moeten schreeuwen om elkaar te verstaan; ze argumenteren, babbelen, discussiëren over alledaagse dingen.
    Deze situatie leverde aan de Britse componisten Richard Chew en Orlando Gough de stof voor het project The Shouting Fence (letterlijk: het scheidingshek waar geschreeuwd wordt).

    Dit project komt tot stand met de steun van volgende overheden:De Vlaamse Overheid, Vlaamse Gemeenschapscommissie, Communauté Française (Culture)

VOORSTELLINGEN:
 

Vrijdag 9 oktober en zaterdag 10 oktober 2009,
om 20u30 in het Kaaitheater, Sainctelettesquare 20, 1000 Brussel.
Met steun van: VGC, Zinnema, Kaaitheater, stad Brussel
Op zaterdag 10 oktober: nabespreking met Orlando Gough, Alain Platel en Nawal El Saadawi (o.v.)


Zaterdag 17 oktober 2009,
om 17 uur en 20 uur in De Centrale, Kraankindersstraat 2, 9000 Gent
18:30: "Ramallah!Ramallah!Ramallah!", documentaire van Sophie Fiennes en Alain Platel naar aanleiding van een dans- en theaterworkshop (2004)
i.s.m.: van Zilverpapier, Provincie Oost-Vlaanderen, Stad Gent, De Centrale, Circa Gent


Zondag 18 oktober 2009,
18 uur in de Salle Philharmonique, boulevard Piercot 27, 4000 Luik
Met de steun van :CAL Province de Liège, FGTB Liège-Huy-Waremme, Solidaris Mutualité, Région Wallonne en la Province de Liège, C’est les Canailles

De deelnemende koren :
Amahoro uit Antwerpen
AWSA.be (Arab Women’s Solidarity Association) uit Brussel 

Brussels Brecht-Eislerkoor
C’est des Canailles! uit Luik
Gavur Gelinler (Vocaal ensemble rond Turkse polyfonie) uit Brussel 

Karibu uit Gent
Les Callas’Rolles uit Luik
Les Voix des Garennes uit Brussel
Novecanto uit Gent
Omroerkoor uit Hasselt
KAT uit Middelburg (Zeeuws-Vlaanderen)
en kinder- en jongerenkoor Korewiet (Wijgmaal)


De solisten
Laila Amezian, Kobe Baeyens, Jef Gulinck, Dirk Laplasse, Christine Leboutte, Laurence Kabatu, Noémie Schellens, Zeger Vandersteene / Ingmar Ruttens, Sibel Dinçer, Juliette Daepsette, Peter Van Lierde

Algemeen dirigent : Geert Soenen  
Artistieke leiding: Lieve Franssen 
Regie: Vital Schraenen

Een initiatief van het Brussels Brecht-Eislerkoor, www.bbek.vgc.be

zaterdag 10 mei 2008

Orlando Gough over Shouting fence


shouting uitgelegd door orlando  
een salongesprek met de componist

(overgenomen uit Tegentijd, het Koorkrantje van het Brussels Brecht-Eislerkoor)

In de lawaaierige videolounge van het Kaaitheater zaten we samengepropt om Orlando duiding te horen geven bij zijn Shouting Fence. Wat heeft hij ermee willen zeggen ? 


     Orlanda Gough benadrukte verschillende keren dat hij een “naïeve kunstenaar” is die geen politiek manifest heeft willen neerzetten.  Hij voegde eraan toe dat het stuk uit 1999 dateert, toen er nog geen zelfmoordaanslagen waren. V ertrekpunt voor hem was de bekende foto van een vrouw in burka met een megafoon.  De burka toont iets van nederigheid (inkeer) en de megafoon juist het tegenovergestelde, namelijk de wil, de noodzaak tot communicatie.  De foto was genomen in het Druzendorp Madjal Shams op de Golanhoogte.  In oorsprong gaat het dus niet om een Palestijnse kwestie.  Toen Orlando besloot om er een stuk rond te maken, wist hij dadelijk dat de poëzie van de Palestijnse dichter Mahmoed Darwish erbij zou passen. De stap van Shouting Fence in een Druzendorp naar de Palestijnse Muur was dus gauw gezet. En bij verdere uitbreiding wilde hij een stuk maken over communicatie in moeilijke omstandigheden. 

Orlando (hij sprak nogal in eigen naam en het werd niet duidelijk welke bijdrage Richard Chew geleverd heeft) bouwde het stuk rond twee gedichten van Darwish :  Earth poem en Exile song.  Op-nieuw benadrukte hij dat hij zich vooral artistiek-naïef had laten ontroeren door de poëtische zeggingskracht van deze gedichten en niet in de eerste plaats door de politieke (nationalistische) inhoud ervan.  Hij koos er bewust voor om daarnaast ook een tekst van de Syrische Libanees Ahmed Saïd Esber (Adonis) te gebruiken, I am a Shadow.  Adonis schrijft niet-nationalistische poëzie en hij voelt zich deel van een soort brede mediteraanse cultuur die niet per se arabisch of moslim is.

De opbouw van het stuk is volgens Orlando als volgt.  Het eerste deel gaat over de moeilijke communicatie.  Sleutelzin is I sing because i sing uit Earth Poem.  Mensen zingen, omdat ze zingen, omdat ze willen zingen, omdat ze moeten zingen, omdat ze niet anders kunnen.  Het is niet te stoppen.  Love Song wordt in twee talen gezongen, Hebreeuws (Noëmie) en Arabisch (Leila).  Beide zangeressen zingen exact dezelfde tekst uit het bijbelse Hooglied en het is opvallend, zei Orlando, om vast te stellen hoe weinig die twee talen in klank van elkaar verschillen. 

Maar dan kantelt het stuk in I am a shadow.  Mensen communiceren wel, maar als dat in voortdurend onrecht en onderdrukking moet gebeuren, dan dreigt er radicalisering.  I do not belong is hier de kernzin.  Als je uitgesloten, verworpen wordt, dan zoek je andere invullingen.  Vanuit ballingschap (reëel of mentaal) idealiseer je de terugkeer.  Het onrecht creëert het nationalisme.  Nationalisme is geen oplossing maar een spijtig gevolg van het onrecht.  Of het er in de voorstelling echt uitkomt, weet ik niet, maar dit is wel de bedoeling van Orlando geweest.  De sleutelzin hier is We exist in the flesh of our country, and it in us.
Het nationalisme dat in Song of Defiance doorschiet, is dus geen “oplossing” of bevrijding, maar het “logisch gevolg” van het onrecht waaruit het gegroeid is.   

Al Rabaiyeh blijkt een PLO-lied te zijn dat door de Palestijnen aan de checkpoints vlot kon worden meegezongen met onze koor- delegatie die er op bezoek was.  Orlando zorgde enkel voor een koorzetting.  Don’t let the wound sleep in your heart, zingen we wel 100 keerIk weet niet of het met Darwish’ Diary of a Palestinian wound te maken heeft, maar de beeldspraak sluit aan bij deze vers- regel : We are its wound, but a wound that fights.  De epiloog relativeert uiteindelijk het militante nationalisme.  Het mooie Go down you blood-red roses is geen gedicht van Sam Shepard, maar een amerikaanse country traditional die Shepard ooit in zijn toneelstuk When the World Was Green heeft gebruikt.

Regisseur Vital Schraenen besloot het gesprek met zijn visie dat het stuk vooral een piece of art is.  En zo stond het er ook in Luik :  een verrassend mooi ontroerend stuk.