van Shouting Fence tot Palestina enkele kleine impressies
(overgenomen uit Tegentijd, het koorkrantje van het Brussels Brecht-Eislerkoor)
Het is vandaag exact twee weken geleden dat onze reis naar Palestina eindigde en wat we daar gezien hebben laat me niet los. Naar wat ik hoor van de medereizigers ben ik daar niet alleen in. Zoveel willekeur, onrecht en repressie, het is voor ons nauwelijks te vatten. The Shouting Fence werd plots zeer reëel en tastbaar. 10 BBEK-leden en enkele verwanten namen deel aan de inleefreis die Cathy voor ons samengesteld had, samen met onze goede vriend Marco Abramowicz. Reden genoeg dus om ons hele koor mee te nemen in het reisverhaal. Dat het me niet loslaat heeft ook te maken met het feit dat Palestina de laatste dagen iets meer in het nieuws kwam dan gewoonlijk. Er was immers het bezoek van eerste minister Netanyahu aan de Verenigde Staten, de aankondiging van de bouw van 900 nieuwe woningen voor Joodse bewoners in Gilo ten zuiden van Jeruzalem en eigenlijk bezet gebied, en de verbijsterde reactie van de Verenigde Staten op deze mededeling. Er was onlangs ook een delegatie van Belgische NGO’s, vak- bondsmensen en parlementairen die er mede voor zorgden dat de berichtgeving genuanceerder was dan wat we gewoon zijn.
De leden van onze groep vertrokken druppels-gewijs op 30 en 31/10 richting Tel Aviv. De heenreis verliep voor allen vlotjes, behalve voor ons koorlid met een Arabische naam, die om deze reden gedurende een drie uur durend verhoor zich moest verantwoorden voor zijn aanwezigheid in Israel. Op 1/11ging de reis dus officieel van start met 17 deelnemers en in het gezelschap van Marco. Het zou een rondreis worden langs Jeruzalem, Bethlehem, Hebron, Ramallah, Nabloes, Qalqilya, Bil’in, Jayyous om dan terug te keren naar Tel Aviv Het doel van onze reis was ontmoeting metmensen en initiatieven die zich inzetten voor de Palestijnse bevolking en natuurlijk was er ook : zingen aan de checkpoints. Ik wil hier inzoomen op enkele facetten : de situatie in Oost-Jeruzalem, de overal aanwezige kolonies in Palestijns gebied en natuurlijk ook over wat zingen voor ons betekende en voor de mensen voor wie dit zingen bedoeld was. Het zijn slechts enkele impressies en het is dus allesbehalve een totaaloverzicht van onze reis.
Jeruzalem
Jeruzalem is een heet hangijzer in het Israëlisch-Palestijns conflict. Beiden claimen deze stad als hoofdstad van wat hun staat is of moet worden. Jeruzalem gaf mijzelf een zeer bevreemdend gevoel. Bij het bezoek aan de oude stad heb je het gevoel dat er constant een gevoel van spanning hangt. De ommuurde stad (ze is dit al 2000 jaar trouwens) vormt de historische kern en kent een Christelijke wijk, een Joodse wijk, een Armeense wijk en een Arabische wijk. De wijken staan grotendeels op zich en je hebt niet het gevoel dat het een samenleven is van gemeenschappen, wel in het beste geval een naast elkaar bestaan, want er wordt ook veel gepest. En het zijn voornamelijk de families van Arabische oorsprong die het doelwit zijn. Zo wordt er afval en ander onwelruikend spul uit de ramen gekieperd om Arabieren die handel drijven in parafernalia in de souks, het leven zuur te maken. Officieel maakt de oude stad deel uit van Oost-Jeruzalem, dat door de internationale gemeenschap erkend wordt als Palestijns grondgebied. Maar na de zesdaagse oorlog van 1967 werd Oost-Jeruzalem veroverd en geannexeerd en Israël beschouwt dit nu als land waar Joodse bewoners zich onbeperkt mogen vestigen. We hoorden dit verhaal met veel verve vertellen door een taxichauffeur die ons terugbracht van het nieuwere gedeelte van Jeruzalem waar de Knesset gevestigd is. Hij trok de aandacht op een wijk met prachtige Moorse villa’s, nu allemaal bewoond door rijke joodse families, maar die voor 1967 gebouwd en bewoond werden door families met een Arabische achtergrond. Zoiets lees je niet in een reisgids, maar krijg je wel mee, als je een taxi neemt (bijna alle taxichauffeurs hebben Arabische roots).
(overgenomen uit Tegentijd, het koorkrantje van het Brussels Brecht-Eislerkoor)
Het is vandaag exact twee weken geleden dat onze reis naar Palestina eindigde en wat we daar gezien hebben laat me niet los. Naar wat ik hoor van de medereizigers ben ik daar niet alleen in. Zoveel willekeur, onrecht en repressie, het is voor ons nauwelijks te vatten. The Shouting Fence werd plots zeer reëel en tastbaar. 10 BBEK-leden en enkele verwanten namen deel aan de inleefreis die Cathy voor ons samengesteld had, samen met onze goede vriend Marco Abramowicz. Reden genoeg dus om ons hele koor mee te nemen in het reisverhaal. Dat het me niet loslaat heeft ook te maken met het feit dat Palestina de laatste dagen iets meer in het nieuws kwam dan gewoonlijk. Er was immers het bezoek van eerste minister Netanyahu aan de Verenigde Staten, de aankondiging van de bouw van 900 nieuwe woningen voor Joodse bewoners in Gilo ten zuiden van Jeruzalem en eigenlijk bezet gebied, en de verbijsterde reactie van de Verenigde Staten op deze mededeling. Er was onlangs ook een delegatie van Belgische NGO’s, vak- bondsmensen en parlementairen die er mede voor zorgden dat de berichtgeving genuanceerder was dan wat we gewoon zijn.
De leden van onze groep vertrokken druppels-gewijs op 30 en 31/10 richting Tel Aviv. De heenreis verliep voor allen vlotjes, behalve voor ons koorlid met een Arabische naam, die om deze reden gedurende een drie uur durend verhoor zich moest verantwoorden voor zijn aanwezigheid in Israel. Op 1/11ging de reis dus officieel van start met 17 deelnemers en in het gezelschap van Marco. Het zou een rondreis worden langs Jeruzalem, Bethlehem, Hebron, Ramallah, Nabloes, Qalqilya, Bil’in, Jayyous om dan terug te keren naar Tel Aviv Het doel van onze reis was ontmoeting metmensen en initiatieven die zich inzetten voor de Palestijnse bevolking en natuurlijk was er ook : zingen aan de checkpoints. Ik wil hier inzoomen op enkele facetten : de situatie in Oost-Jeruzalem, de overal aanwezige kolonies in Palestijns gebied en natuurlijk ook over wat zingen voor ons betekende en voor de mensen voor wie dit zingen bedoeld was. Het zijn slechts enkele impressies en het is dus allesbehalve een totaaloverzicht van onze reis.
Jeruzalem
Jeruzalem is een heet hangijzer in het Israëlisch-Palestijns conflict. Beiden claimen deze stad als hoofdstad van wat hun staat is of moet worden. Jeruzalem gaf mijzelf een zeer bevreemdend gevoel. Bij het bezoek aan de oude stad heb je het gevoel dat er constant een gevoel van spanning hangt. De ommuurde stad (ze is dit al 2000 jaar trouwens) vormt de historische kern en kent een Christelijke wijk, een Joodse wijk, een Armeense wijk en een Arabische wijk. De wijken staan grotendeels op zich en je hebt niet het gevoel dat het een samenleven is van gemeenschappen, wel in het beste geval een naast elkaar bestaan, want er wordt ook veel gepest. En het zijn voornamelijk de families van Arabische oorsprong die het doelwit zijn. Zo wordt er afval en ander onwelruikend spul uit de ramen gekieperd om Arabieren die handel drijven in parafernalia in de souks, het leven zuur te maken. Officieel maakt de oude stad deel uit van Oost-Jeruzalem, dat door de internationale gemeenschap erkend wordt als Palestijns grondgebied. Maar na de zesdaagse oorlog van 1967 werd Oost-Jeruzalem veroverd en geannexeerd en Israël beschouwt dit nu als land waar Joodse bewoners zich onbeperkt mogen vestigen. We hoorden dit verhaal met veel verve vertellen door een taxichauffeur die ons terugbracht van het nieuwere gedeelte van Jeruzalem waar de Knesset gevestigd is. Hij trok de aandacht op een wijk met prachtige Moorse villa’s, nu allemaal bewoond door rijke joodse families, maar die voor 1967 gebouwd en bewoond werden door families met een Arabische achtergrond. Zoiets lees je niet in een reisgids, maar krijg je wel mee, als je een taxi neemt (bijna alle taxichauffeurs hebben Arabische roots).
Wij trokken naar het Alternative
Information Center (A.I.C.) in Je-
ruzalem waar we verwelkomd wer-
den door Michel Warschawski,
Mikado voor de vrienden, en
stichter van A.I.C. dat meerdere
Israëlische en Palestijnse vredes-
bewegingen verenigt. Michel
stond ons te woord in vlekkeloos
Frans. Hij groeide op in Straatsburg en ging als tiener met zijn
ouders naar Israël wonen. Op de
vraag hoe hij zich voelt ten opzichte van de staat Israël, zegt hij
dat hij zich als een kind voelt dat
het resultaat is van een verkrachting. Het geeft goed weer hoe
sterk het gevoel van walging en
afstoting is.
Michel Warschawski gaf ons zicht op de recentste ontwikkelingen in de vredesonderhandelingen, de verdergaande strategie van kolonisering en het creëren van een echte apartheidsstaat. Hij verduidelijkte dit laatste aan de hand van het beeld van de Zwitserse gatenkaas, gele substantie met hier en daar een hol, dat eigenlijk geen enkel nut heeft. Daarbij is Israël dus de kaas en de enkele gebieden waar de Palestijnen in zouden teruggedrongen worden, de gaten. Het komt erop neer dat steden als Ramallah, Nabloes, Jenin door Israël helemaal niet gewild zijn. Men spreekt er zelfs liefst helemaal niet over en stopt ze weg in de vergetelheid. Het zijn gebieden die Israël maar wat graag zou afstaan aan de Palestijnen en aan de Palestijnse Autoriteiten. De Palestijnen zouden er dan ook helemaal zelf moeten instaan voor de sociale zekerheid, economie en veiligheid. De nederzettingen die het laatste decennium opgericht werden, concentreren zich rond Jeruzalem, maar zijn er ook in toenemende mate in andere gebieden rond bijvoorbeeld Hebron en Nabloes en worden verbonden met het land Israël door een wegennet van superautostrades, dat enkel door Israëlische burgers mag gebruikt worden. En hier komt de gatenkaas weer op de proppen : Palestijnse en Israëlische wegen kruisen elkaar nergens, maar worden boven en onder elkaar geplaatst door een ingenieus systeem van bruggen en tunnels. Sinds de bouw van de muur wordt de bevolking werkelijk gescheiden om elk contact tussen Israëli’s en Palestijnen te ont- moedigen. Elke beweging wordt daarenboven gevolgd – en ook ontmoedigd - door het oprichten van checkpoints.
controle : doel en middel van repressie
Michel Warschawski gaf ons zicht op de recentste ontwikkelingen in de vredesonderhandelingen, de verdergaande strategie van kolonisering en het creëren van een echte apartheidsstaat. Hij verduidelijkte dit laatste aan de hand van het beeld van de Zwitserse gatenkaas, gele substantie met hier en daar een hol, dat eigenlijk geen enkel nut heeft. Daarbij is Israël dus de kaas en de enkele gebieden waar de Palestijnen in zouden teruggedrongen worden, de gaten. Het komt erop neer dat steden als Ramallah, Nabloes, Jenin door Israël helemaal niet gewild zijn. Men spreekt er zelfs liefst helemaal niet over en stopt ze weg in de vergetelheid. Het zijn gebieden die Israël maar wat graag zou afstaan aan de Palestijnen en aan de Palestijnse Autoriteiten. De Palestijnen zouden er dan ook helemaal zelf moeten instaan voor de sociale zekerheid, economie en veiligheid. De nederzettingen die het laatste decennium opgericht werden, concentreren zich rond Jeruzalem, maar zijn er ook in toenemende mate in andere gebieden rond bijvoorbeeld Hebron en Nabloes en worden verbonden met het land Israël door een wegennet van superautostrades, dat enkel door Israëlische burgers mag gebruikt worden. En hier komt de gatenkaas weer op de proppen : Palestijnse en Israëlische wegen kruisen elkaar nergens, maar worden boven en onder elkaar geplaatst door een ingenieus systeem van bruggen en tunnels. Sinds de bouw van de muur wordt de bevolking werkelijk gescheiden om elk contact tussen Israëli’s en Palestijnen te ont- moedigen. Elke beweging wordt daarenboven gevolgd – en ook ontmoedigd - door het oprichten van checkpoints.
controle : doel en middel van repressie
De checkpoints vormen een fundamenteel onderdeel in het plan om de Palestijnse bevolking in te sluiten. Het Palestijns gebied wordt gereduceerd tot 13% van het oorspronkelijk en historisch Palestina en er komen een viertal ommuurde kerngebieden
(gaten). Een groot deel van de muur is reeds gerealiseerd en van de verdere afwerking
zijn de plannen niet openbaar. Doch uit analyse van nakende onteigeningen blijkt dat
Israël volledige controle wil krijgen op de toegang tot Palestijns gebied via checkpoints.
Waar de muur een dorp afsnijdt van zijn velden of boomgaarden, bouwt men er poorten
in. Dat konden we aan de lijve meemaken in het dorpje Jayyous, waar we op het einde
van onze reis hielpen bij het binnenhalen van de oogst. Jayyous, een dorpje dat leefde
van de productie van groenten en fruit die het naar Israël uitvoerde en in eigen gebied
verkocht, werd van de ene op de andere dag afgesloten van zijn vruchtbare gronden.
Het kwam te liggen langs de andere kant van de muur die hier bestaat uit prikkeldraad
en een geharkte weg om te zien wie ’s nachts of op een onbewaakt moment oversteekt,
dan een weg voor militaire voertuigen en ten slotte opnieuw prikkeldraad.
Een paar keer per dag komen de soldaten de checkpoint openen gedurende drie kwartier, voor de boeren en voor al wie een vergunning heeft. Soms komen de soldaten en soms komen ze niet. Toen wij er waren rond het ochtendgloren waren ze er wel. De boeren bij wiens families we de nacht doorgebracht hadden, namen ons mee in kar en tractor en het viel op dat de soldaten ons, buitenlanders, geen strobreed in de weg legden. De boeren, onze gastheren dus, werden behandeld als minder dan niets, uitschot. De weerzin op de gezichten van de militairen bij het bekijken van hun Palestijnse medemens is met geen woorden te beschrijven. BBEK trotseerde ochtend en regen om enkele geëngageerde liederen te brengen : Stop the wall, Bound together, El pueblo unido, Bella Ciao en natuurlijk Al Rabaiyeh. Onze liedjes toverden een glimlach op de toesnellende Palestijnen, die gehaast waren om hun werkdag te beginnen. Het zingen vormde de rode draad door onze reis. We zongen in Bethlehem, het vluchtelingenkamp van Deheishe, het vluchtelingenkamp van Balata, de checkpoint in Qalqilya, tijdens de vrijdagdemonstratie in Bil’in, voor het dorpscomité in Jayyous, tijdens het plukken van sappige mandarijnen, ...
steun voor de muur
Op de vraag hoe de inwoners in Israël staan tegenover de politiek van onderdrukking en terreur van hun regering is het niet echt nodig een genuanceerd antwoord te geven. Het merendeel van de bevolking kan het gewoon geen barst schelen. Mensen die actief zijn binnen de vredesbeweging in Israël en die samenwerken met hun Palestijnse buren vormen een hele kleine minderheid. Wij hebben enkele personen van vredesorganisaties (Yesh Gvul, Women in Black, New Profile) ontmoet en deze gaven zelf aan dat het verzet van de eigen bevolking minimaal is, en dat er voor solidariteit met de Palestijnse bevolking absoluut geen draagvlak is.
Wat zeer tekenend is voor het bewustzijn van de Israëlische bevolking is het verhaal van Maale Adoumin, een nederzetting met meer dan 35000 inwoners ten Oosten van Jeruzalem. De inwoners van deze nederzetting zijn middenklassers die aangetrokken worden door de rust, het groen en de fiscale voordelen van hun regering en ze beseffen niet eens dat ze deel uitmaken van een strategie om Palestijnse bewoners weg te pesten en hun land in te nemen. Ze hebben niets te maken met de streng religieuze Joden die uit pure provocatie nederzettingen bouwen diep op de Westelijke Jordaanoever. Waarom beseffen deze inwoners niet dat ze deel uitmaken van een bezettingsstrategie ? Volgens Warschavski moeten we met de vinger wijzen naar het onderwijs, de media, het middenveld. Heel de maatschappij is opgebouwd rond de zionistische idee, die er een is van kolonisatie. Zionisme is niet los te koppelen van het concept om land te bezetten. Met andere woorden de bevolking is zo slecht
ingelicht, het onderwijs en
voornamelijk de vakken aardrijkskunde en
geschiedenis zijn zo lamentabel van kwaliteit, dat hele generaties onwetend gehouden worden, om nog niet te spreken van
opzettelijke indoctrinatie.
Een paar keer per dag komen de soldaten de checkpoint openen gedurende drie kwartier, voor de boeren en voor al wie een vergunning heeft. Soms komen de soldaten en soms komen ze niet. Toen wij er waren rond het ochtendgloren waren ze er wel. De boeren bij wiens families we de nacht doorgebracht hadden, namen ons mee in kar en tractor en het viel op dat de soldaten ons, buitenlanders, geen strobreed in de weg legden. De boeren, onze gastheren dus, werden behandeld als minder dan niets, uitschot. De weerzin op de gezichten van de militairen bij het bekijken van hun Palestijnse medemens is met geen woorden te beschrijven. BBEK trotseerde ochtend en regen om enkele geëngageerde liederen te brengen : Stop the wall, Bound together, El pueblo unido, Bella Ciao en natuurlijk Al Rabaiyeh. Onze liedjes toverden een glimlach op de toesnellende Palestijnen, die gehaast waren om hun werkdag te beginnen. Het zingen vormde de rode draad door onze reis. We zongen in Bethlehem, het vluchtelingenkamp van Deheishe, het vluchtelingenkamp van Balata, de checkpoint in Qalqilya, tijdens de vrijdagdemonstratie in Bil’in, voor het dorpscomité in Jayyous, tijdens het plukken van sappige mandarijnen, ...
steun voor de muur
Op de vraag hoe de inwoners in Israël staan tegenover de politiek van onderdrukking en terreur van hun regering is het niet echt nodig een genuanceerd antwoord te geven. Het merendeel van de bevolking kan het gewoon geen barst schelen. Mensen die actief zijn binnen de vredesbeweging in Israël en die samenwerken met hun Palestijnse buren vormen een hele kleine minderheid. Wij hebben enkele personen van vredesorganisaties (Yesh Gvul, Women in Black, New Profile) ontmoet en deze gaven zelf aan dat het verzet van de eigen bevolking minimaal is, en dat er voor solidariteit met de Palestijnse bevolking absoluut geen draagvlak is.
Wat zeer tekenend is voor het bewustzijn van de Israëlische bevolking is het verhaal van Maale Adoumin, een nederzetting met meer dan 35000 inwoners ten Oosten van Jeruzalem. De inwoners van deze nederzetting zijn middenklassers die aangetrokken worden door de rust, het groen en de fiscale voordelen van hun regering en ze beseffen niet eens dat ze deel uitmaken van een strategie om Palestijnse bewoners weg te pesten en hun land in te nemen. Ze hebben niets te maken met de streng religieuze Joden die uit pure provocatie nederzettingen bouwen diep op de Westelijke Jordaanoever. Waarom beseffen deze inwoners niet dat ze deel uitmaken van een bezettingsstrategie ? Volgens Warschavski moeten we met de vinger wijzen naar het onderwijs, de media, het middenveld. Heel de maatschappij is opgebouwd rond de zionistische idee, die er een is van kolonisatie. Zionisme is niet los te koppelen van het concept om land te bezetten. Met andere woorden de bevolking is zo slecht
BBEK, uitgebreid met enkele familieleden en sympathisanten, ging naar Palestina om al zingend standpunt in te nemen en wantoestanden aan te klagen en natuurlijk ook om solidariteit te betuigen met de Palestijnse bevolking. Deze reis heeft onze ogen (verder) geopend en heeft ons beroerd. Op vraag van onze Palestijnse vrienden zullen we blijven vertellen over wat we gezien hebben en trachten op ‘menschaal’ actie op te zetten. Ik pleit alvast voor deelname aan de boycot van landbouwproducten uit Israël en voor een academische en culturele boycot. Het wordt tijd dat het idee van ‘ongenaakbaarheid’ en ‘onaantastbaarheid’ waarin de Israëlische regering zich wentelt, paal en perk wordt gesteld. Het is enkel via economische represailles en toepassing van het juridisch kader dat de expansiepolitiek gestopt kan worden.
Wordt ongetwijfeld vervolgd. Katlijn










