maandag 20 mei 2013

checkpoint singers

Checkpoint singers is een project van het Brussels Brecht-Eislerkoor 

in samenwerking met Marco Abramovicz.


Op deze blog vind je verslagen van

- shouting fence waar het allemaal mee startte in 2009 (kies shouting fence bij de labels)

- de eerste palestinareis in 2009 (kies palestina 2009)

- de tweede palestinareis in 2011 (kies palestina 2011)
 
      et un rapport en français (choisissez palestine 2011)

- de reis naar de naqab/negev in 2013 (kies bedoeïenen 2013)

 


solidarity with bedouins 1 tot 6 april 2013

SOLIDARITY WITH BEDOUINS 
APRIL 2013

Ik spreek Arabisch, dus ik ben een Arabier.
Ik ben in Palestina geboren, dus ik ben een Palestijn.
Ik woon in de woestijn, dus ik ben een Bedoeïen.
Ik spreek met jullie, dus ik ben een mens.
(Khalil al-Amour, 3/4/13, Alsira)


     Oost-Jerusalem, 30 april.  Aan de vooravond van onze samenkomst in Be’erSheva gaan we naar een lezing van Avi Schlaim in de boekenwinkel in de American Colony luisteren.  Munther Fahmi is een geboren en getogen Oost-Jerusalemenaar die zoals zovelen van zijn palestijnse stadsgenoten, het leven zuur gemaakt wordt door de Israëlische bezetter.  Hij geeft niet op en zijn boekenwinkel draait goed.  Het zaaltje zit afgeladen vol.  

Avi Schlaim is een Joodse professor Internationale Betrekkingen in Oxford.  Hij werd in 1945 geboren in Bagdad en vluchtte in 1951 met zijn ouders naar Israël.  Sinds 1966 woont en werkt hij in Engeland.  In zijn analyse ligt de sleutel voor de oplossing van de conflicten in het Midden-Oosten bij Europa.  Israël drijft meer handel met de Europese Unie dan met de Verenigde Staten.  Schlaim diepte de oude zionistische doctrine van de “IJzeren Muur” uit de jaren ’20 weer op en stelt vast dat Israël zich daar nog steeds aan houdt :  onderhandelingen met Arabieren en Palestijnen hebben pas zin op het moment dat een ongenaakbare positie van militaire sterkte bereikt is.  Schlaim komt tot de vaststelling dat Israël tot op vandaag vasthoudt aan die militaire sterkte en nog steeds vindt dat het punt van echte onderhandelingen niet bereikt is. 

Benieuwd of we deze doctrine ook gaan terug in de Naqab (of Negev in het Hebreeuws) ...  Na de lezing is er geen openbaar vervoer meer naar ons hotel.  Religieuze terreur.  De taxichauffeur vertelt dat er ook morgen de hele dag niets rijdt.  Het Joodse paasfeest duurt drie dagen en iedereen mag meegenieten.  Gelukkig is onze taximan Arabier.  Hij biedt aan ons morgen voor een prijsje naar Be’er Sheva te brengen.  

 


tekening van Cathy
Solidarity with Bedouins - Pasen 2013 van 1 tot 8 april

Solidariteitskoor en -fietstocht die de niet-erkende bedoeïenendorpen
in de Negev/Naqab in Israël verbindt


Organisatie : PJPO Ittre-Eigenbrakel, Via Velo Palestina en Checkpoint Singers
Medewerking : Negev Coexistence Forum, joods-arabische organisatie in Be’erSheva

Paix Juste au Proche-Orient (PJPO) komt al meer dan 10 jaar op voor de rechten van de Palestijnen in de Bezette Gebieden. Sinds twee jaar is daar de strijd voor de erkenning van de rechten van de Bedoeïenendorpen in de Negev bijgekomen.

ViaVeloPalestina is een groep Nederlandstalige en Franstalige fietsers en militanten voor een rechtvaardige vrede in het Nabije Oosten die de Palestijnse zaak meer bekend willen maken. Al fietsend wordt een sportief en ludiek karakter aan de actie gegeven. Op deze manier creëren ze sympathie en wordt het negatieve beeld over de strijd van de Palestijnen die al te vaak geassocieerd wordt met terrorisme, bijgesteld.

De Checkpoint Singers zijn een project van het Brussel Brecht-Eislerkoor. Voor de derde keer reeds trekt een delegatie zangers naar Palestina om er al zingend de strijd van de Palestijnen te dienen. De twee vorige keren (2009 en 2011) zongen we aan de checkpoints op de Westelijke Jordaanoever.

Solidarity with Bedouins is een protestkoor en fietstocht die met vernietiging bedreigde Bedoeïenendorpen in de Naqab met elkaar verbindt. Vooraf is er een solidariteits- en waarnemingsmissie op de Westelijke Jordaanoever (Palestijnse gebieden). Zo willen we aantonen dat de judaïsering en etnische zuiveringspolitiek alle Palestijnen treft, of ze nu in Israël wonen, op de Westelijke Jordaanoever of in Gaza.



 

zondag 19 mei 2013

maandag 1 april 2013 en wat meer over Khader Oshah

Be’er Sheva  -  Rahat  -  Be’er Sheva
 

  • De taxirit verloopt voorspoedig.  Een drone begeleidt ons zelfs een tijdje (of was het toch een ufo?)  Welkom in Israël !  We verzamelen met de 25 andere Belgische actievoerders in het Multaka-Mifgash Center for Arab-Jewish Understanding dat uitgebaat wordt door het Negev Coexistence Forum.  Het cultureel centrum heeft als doelstelling om direct contact tussen mensen en groepen te bevorderen en op die manier vooroordelen en mythes te ontkrachten.  Multaka (Arabisch) en mifgash (Hebreeuws) betekenen beide ontmoeting.  De kantoren en ontmoetingsruimtes van het Forum bevinden zich in een ... betonnen schuilkelder.  Zo belangrijk vindt Be’erSheva deze doelstellingen.  We eten snel iets en wisselen verhalen uit hoe ieder tot in de bunker geraakt is.  Enkelen zijn al zwaar aangepakt aan de grens.  Maar we moeten al op pad, want een eerste afspraak wacht ons nog voor de middag.  Rahat is één van de zeven erkende townships voor Bedoeïenen en ligt op amper 20 kilometer van Be’erSheva.  Israël zelf gebruikt het woord township en verwijst hiermee expliciet naar de apartheidspolitiek van Zuid-Afrika. 

     We worden ontvangen in het Community Center van Rahat door de Directeur en drie van zijn medewerkers.  Twee spreken Duits en twee Engels.  Taal zal een thema zijn gedurende deze “Belgische” missie.  Rahat is een van de zeven erkende townships voor Bedoeïenen en is de enige die van Israël het statuut van Stad kreeg.  Er wonen meer dan 50000 mensen ingedeeld per familieclan in 33 wijken.  Elke wijk is omgeven door een wadi (een gracht of grensweg).  Het gemiddeld inkomen in Rahat in 2009 was 3961 shekel (gemiddelde voor heel Israël 7070 shekel) en de tendens is dalend (-0,8% ten opzichte van 2000).  Daarmee is Rahat de armste stad van Israël.  Nog geen 50% van de jongeren haalt een middelbaar diploma.  Er wordt geen hoger onderwijs aangeboden, noch in Rahat of noch in een van de andere townships.  Israël is enkel geïnteresseerd in het verzamelen en controleren van Bedoeïenen en heeft verzuimd om in de townships ook te investeren.  De nationale bussen raasden tot 2009 enkel door Rahat.  Sinds dan zijn er toch enkele transregionale lijnen de binnenstad aandoen.  Rahat is een slaapstad met hoge werkloosheid en criminaliteit.  Een gemeenschapscentrum zou een belangrijke functie kunnen hebben, maar ook hier investeert Israël maar heel beperkt.  Een stad van deze omvang zou elders in Israël vijf tot zes gemeenschapscentra krijgen.  In Rahat is er maar één en het beschikt slechts over 30% van de financiële middelen die eigenlijk nodig zijn om goed werk te kunnen doen in de stad.
 

  • Tijdens de uiteenzetting van de directeur doet zich een incident voor met twee joods-israëlische aanwezigen.  Ze onderbreken de directeur en loven hem voor zijn analyse, maar ... zijn analyse is onvolledig.  Israël brengt immers ook beschaving en cultuur naar de Bedoeïenen.  Volgens hen moet de directeur ook vertellen hoe de Bedoeïenen vroeger leefden, in welke barre omstandigheden en bittere vrouwenonderdrukking.  Israël kan en moet nog meer doen, maar het heeft de Bedoeïenen al heel wat vooruitgang gebracht.  De gemoederen raken verhit en de discussie moet buiten worden voortgezet.  
 
60% van de inwoners is jonger dan 18 jaar.  Het gemeenschapscentrum kan onmogelijk aan al die kinderen iets bieden.  Geregeld worden vakantiekampen georganiseerd waarvoor 50 shekel (ongeveer 10 euro) gevraagd wordt.  Maar zelfs dat luttele bedrag is voor veel families nog te hoog.  Onderwijs wordt door Israël georganiseerd.  Positief is dat Arabisch de basistaal in de scholen is.  Hebreeuws wordt al snel als tweede taal aangeleerd (Engels als derde).  We zullen tijdens onze tocht merken dat veel Bedoeïenen zeer goed Hebreeuws spreken.  Omgekeerd is het echter niet zo dat Joodse Israëli’s ook Arabisch zouden kennen (toch de officiële tweede taal in Israël en de eerste taal voor 1,2 miljoen Israëli’s, bezette gebieden niet meegerekend).  Op school leren de kinderen niets over hun geschiedenis en cultuur.  Het geschiedenisonderwijs over de Bedoeïenen begint maar in 1948 ...
 

Het centrum wil emancipatorisch werken :  Bedoeïenen moeten niet bedelen om hulp en afwachten tot ze iets krijgen, maar ze moeten eisen waarop ze recht hebben en zelf verlangens formuleren overeenkomstig hun tradities en gebruiken.  Met deze nieuwe strategie heeft de directeur de indruk dat de situatie verbeterd.  Bedoeïenen zijn geen tweederangsburgers, maar volwaardige Israëlische staatsburgers die recht hebben op alle voordelen zoals elke Israëli.  De directeur wil ertoe bijdragen om te zoeken hoe in een nieuwe context (een stedelijke omgeving) de eigen Bedoeïense identiteit zich verder kan ontwikkelen.  Respect voor de wet is daarbij van belang, maar ook een houding waarbij onverbloemd eisen aan de staat gesteld worden.  De clantraditie heeft de Bedoeïenen te lang belet om met hun achterstelling naar buiten te komen.  Het is tijd om het Bedoeïenenverhaal aan de grote wereldklok te hangen !  Traditioneel is de bedoeïeienidentiteit met dorpsleven verbonden.  Hier in Rahat willen ze onderzoeken hoe dit naar een stedelijke context kan vertaald worden.  Maar, voegt hij eraan toe, het is belangrijk dat alle Bedoeïenen vrij kunnen kiezen of ze in een dorp of in de stad willen leven !

  • We sluiten ons bezoek aan Rahat af met een voorstelling van het werk van Khader Oshah (zie kadertje).  Daarna gaat het terug met de auto/bus/pick-up naar Be’erSheva.  Vandaag is nog alles op vier wielen.  We worden voor het avondmaal weer verwacht in de Multaka.  Dit keer is er een heel ontvangstcomité :  vertegenwoordigers van verschillende dorpen waar we op onze tocht halt zullen houden, zijn aanwezig.   Er zijn toespraken en korte voorstellingen.  Er wordt gespierde taal gesproken.  We doen ook een volledige tour de table, het is te zeggen een “tour de tapis”, want we zitten allemaal op bedoeïenentapijten.  27 Belgische activisten en een 20-tal Bedoeïenen en joodse activisten stellen zich een voor een voor.  Het klinkt moeizaam, maar het liep vlot en we zullen het onderweg nog enkele keren herhalen.  Het hoort bij de spreekwoordelijke gastvrijheid van dit woestijnvolk.

     Bedoeïenen zijn een volk dat getekend is door de omstandigheden waarin ze al eeuwenlang leven.  De clanstructuur is er een voorbeeld van.  In extreme woestijnomstandigheden moet je onvoorwaardelijk op familiebanden kunnen terugvallen om te overleven.  Gastvrijheid is een ander mooi gevolg.  Gastvrijheid is wederzijds : ik bied gastvrijheid aan onverwachte reizigers, maar krijg er opvang voor in de plaats, indien ik het in de woestijn nodig heb.  Gastvrijheid is een ritueel.  Een vreemdeling is drie dagen welkom zonder dat hem iets over zijn achtergrond gevraagd wordt.  In de woestijn is elk nieuw gezicht een verrassing en ook iets om naar uit te kijken.  Het maakt nieuwsgierig en is een goede reden om de rabâb nog eens boven te halen, het eensnarig muziekinstrument en voorloper van de rebec waarover we in het lied The Singer of Wind and Rain zingen. 
 

Wanneer een gast aankomt, worden tapijten uitgespreid en zoete thee geschonken.  We zullen het onderweg nog vaak mogen genieten.  Maar het hoofdritueel is de koffie, verse ongezoete kardamomkoffie.  Bonen worden geroosterd en “geklopt” waarbij de houten koffievijzel als drum bespeeld wordt.  De koffie moet drie keer opkoken en mag dan eindeloos bij het houtvuur “staan en trekken”.  Het resultaat is een diepdonkere droesem die uit kleine voor de helft gevulde “koffiehoedjes” gedronken wordt.  “Een kop voor de gast, een kop voor het genoegen en een kop voor het zwaard”, is een oud Bedoeïens spreekwoord.  Het zwaardkopje verwijst naar een engagement :  wie de derde kop drinkt, zal conflicten niet uit de weg gaan en verklaart zich bereid om oplossingen te zoeken.  Het koffieritueel smeedt een toekomstband.   
 

Ondanks de gesloten en wellicht soms onderling vijandige clansfeer leren we de Bedoeïenen kennen als warme, vriendelijke mensen.  We zoeken onze studentenstudio’s op. 


Khader Oshah :  De Arabische Lente

Khader Oshahs levensverhaal en zijn artistieke werken zijn nauw verstrengeld.  Hij is  in 1966 geboren in Gaza in een vluchtelingenkamp, huwde een Bedoeïenenvrouw en woont nu in Israël als Israëlisch staatsburger in de enige Bedoeïenenstad Rahat.
In zijn werk reageert hij emotioneel en bezorgd op de dramatische en gewelddadige gebeurtenissen die in Tunesië begonnen op 18 december 2010 en heel de Arabische wereld op stelten zetten, "de Arabische Lente" (in het Arabisch a-Abia al-Arabi).  Hij voelt zich een waarnemer die op drie manieren bij deze Lente betrokken is.  Als Arabier is hij bij de intensiteit van de protesten van zijn Volk betrokken.  Als Israelisch staatsburger neemt hij waar hoe de revolutie aanleiding was voor Arabische leiders om het leger tegen hun eigen volk in te zetten.  Als moslim zag hij hoe de zuivere "Weg van de Vrede" van de Koran besmet en misbruikt werd.  Oshah hield beklijvende beelden van de Arabische lente op zijn computer bij en verwerkte ze tot een persoonlijke mengeling van woede, verbazing, shock en compassie.  
Oshah kan in zijn schilderijen zijn mening ventileren en zijn afschuw voor het bloedvergieten.  vergoten.  Hij zoekt aansluiting bij de traditie van de Europese schilderkunst waarin bijvoorbeeld expressieve zwart-wit scènes getoond worden. Sommige geschilderde scènes van Oshah zijn expliciete verwijzingen naar Europese meesterwerken als de Piëta van Michelangelo Buonarotti' (1499) of De anatomische Les van Rembrandt van Rijn (1632) en "De Schreeuw" van Edvard Munch (1893).  De associaties verbinden heden en verleden, historische beelden van vluchtelingen, emigratie en deportatie  met oude en vergeelde foto's uit het privéleven van de kunstenaar zelf.  Voor de toeschouwer is het niet altijd duidelijk welke beelden uit het collectief-historisch geheugen komen en welke gebaseerd zijn op internetfilmpjes. In 2010 werkte hij samen met de joodse kunstenaar Ha’im Maor aan het project The family : a project of reconciliation.  Samen wilden ze banden smeden tussen de verschillende gemeenschappen in Israël.   
Khader Oshah heeft al overal tentoongesteld, van New York tot Taipeh.  Maar nog niet in België ...

zaterdag 18 mei 2013

dinsdag 2 april 2013 en wat meer over de geschiedenis van de Bedoeïenen

Be’erSheva - Awaj'an - Umm Batin - el-Sayyid - Hura - 
                                                                          Umm el-Hiran 

  • Vandaag begint het “echte” werk.  We rijden gemotoriseerd de stad uit en laden de fietsen van de pick-up op een godvergeten zijweg.  Keien, steenslag en stof, zo ziet de weg eruit die zich voor ons uitstrekt.  Fietsers kiezen zich een heuse mtb’er uit en draaien er al voorzichtig een toertje mee.  De zon brandt, maar we zijn nog fris gewassen en gestreken.  Dat zal later veranderen.  De wandelaars formeren zich apart.  Het wandelen blijkt bijna even snel als het fietsen te gaan.  De hellingen bijten in de kuiten en we hergroeperen puffend en kreunend bovenop elke molshoop.  Water !  We zijn blij dat we snel mogen stoppen voor het eerste dorpsbezoek.  Talib is hoofd van de dorpsgemeenschap van Awaj’an en staat ons aan de inrit van het dorp op te wachten.


Awaj’an is een niet-erkend dorp van 800 inwoners.  Het dorp bestaat al veel langer dan de staat Israël.  In 1947 werden de bewoners gedwongen om hun huizen te verlaten en werden ze naar Jordanië verdreven.  Geleidelijk aan kwamen ze terug, maar hun oorspronkelijke gronden waren ingenomen door Joodse kolonisten.  Israël is wellicht het enige land ter wereld met kolonisten op eigen bodem.  Een nieuw Awaj’an werd gesticht in de buurt.  Omer, een voorstad van Be’erSheva, maakt echter aanspraak op de nieuwe ligging van Awaj’an.  Ook voor Be’erSheva ligt het dorp in de weg, letterlijk zelfs want het ligt vlak bij weg nummer 60 die volledig als “joodse as” dwars door Israël wordt uitgebouwd.  En dus moet de beproefde Israëlische tactiek worden toegepast die erin bestaat om dorpsbewoners het leven zuur te maken.  Zo worden toegangswegen naar het dorp geregeld geblokkeerd of zelfs onberijdbaar gemaakt, zodat de bewoners grote omwegen moeten maken.  Er is geen school in het dorp, geen kinderopvang, geen elektriciteit.  Drie weken geleden is nog een huis verwoest.  En elk nieuw huis wordt onmiddellijk met de grond gelijkgemaakt.  Voorlopig is er wel water in het dorp.  Op eigen kosten hebben de bewoners een pijplijn getrokken vanuit de nabijgelegen township Lakyia.    Overigens is het plan dat alle bewoners naar Lakyia moeten verhuizen.

  • Elke dag hebben we verschillende gidsen ter beschikking.  Ze zorgen voor de oriëntatie, de ontmoetingen onderweg en de vertalingen.  Er is Adel die er bijna de hele fietstocht trouw gekluisterd aan zijn i-phone bij is en het hele gebeuren ter plekke organiseert.  Afspraken maken loopt op een andere manier dan waar wij ons gerust bij voelen.  Maar het loopt en we geraken overal.  Adel is het fietsen niet gewoon en moet duidelijk wennen.  Fietsen is de Naqab is voor kinderen en voor mtb-sportievelingen.  De fiets gebruiken als verplaatsingsimiddel van dorp naar dorp zoals wij doen, is misschien wel een primeur op deze zandpistes.  Onderweg van Awaj’an naar Umm Batin moeten we een drukke baan oversteken.  Onvoorstelbaar dat hier tussen twee dorpen geen kruispunt, verkeerslicht of tunneltje voorzien is.  Maar ja, de dorpen bestaan niet ...  Met inzet van lijf en leden haasten we ons over de snelweg. 
Umm Batin is sinds 2004 erkend als dorp.  Er wonen ongeveer 2400 mensen.  Het  heeft een eigen ORT-schooltje.  De ORT-beweging startte in 1880 in Sint-Petersburg waar een groep Joden iets wilde doen voor het joodse proletariaat.  Ze noemden hun aanpak “Obschestvo Remeslenovo i Zemledelcheskovo Trouda” (vereniging voor handel en landbouwarbeid) afgekort ORT.  Nu zijn er wereldwijd duizenden scholen in achtergestelde gebieden waar kinderen vooral technologisch onderwijs krijgen, zodat hun leven in eigen handen leren nemen.  Er zijn 205 ORT-scholen in Israël en ééntje bij de Bedoeïenen.  We worden ontvangen door het hoofd van de dorpsgemeenschap.  Hij schenkt ons trots koffie en thee in zijn eigendomswoning.  Hij heeft alles zelf gedaan en betaald, maar ... hij heeft geen enkele vergunning.  Die kan hij maar krijgen, indien hij zijn land aan de staat afstaat in ruil voor een symbolische vergoeding.  Hij krijgt dan een “toelating” voor 49 jaar en dan is het weer onzeker of zijn kinderen op het eigen familiegrondstuk kunnen blijven wonen.  Mensen bouwen geen huizen in dit erkende dorp.  Het heeft toch geen zin.  Niemand wil zijn land afstaan en processen verlies je toch.  Onze gastheer werd veroordeeld om zijn huis op eigen kosten af te breken.  Doet hij het niet, dan komen er weer proceskosten bij en dreigt de bulldozer.  Officieus wordt gefluisterd dat men een vergunning krijgt door zijn kinderen naar het leger te sturen.  Bedoeïenen zijn “vrijwillig” welkom in het leger, want ze zijn de perfecte woestijngids ...
 

  • Twee andere routebegeleiders zijn Aziz en Selim.  Beide wonen op het kerkhof van al-Araqib.  Aziz heeft Engels geleerd om de wereld over het onrecht van de Naqab te kunnen informeren.  Hij zorgt met zijn pick-up voor bezemwagen.  In de open laadbak is altijd wel plaats voor een kapot voorwiel of een derailleur die aan wat rust toe is.  Hij vuurt ons voortdurend tot actie aan, komt naast een fietser hangen om een live-interview voor een vrije radio af te nemen of verzamelt iedereen tijdens een rustpauze om de Ottomaanse geschiedenis van het Bedoeïenenvolk nog eens uit te leggen.  Selim heeft een woestijnbusje met 15 zitplaatsen.  Hij volgt de wandelaars en vervoert de bagage.  De eerste dagen wordt hij bijgestaan door Ofer die als gids meewandelt.  Ofer is een joodse activist die geen joodse maar een democratische staat wil.  Onderweg vertaalt hij getuigenissen naar het Engels.  Vanuit het Arabisch, dachten wij eerst.  Maar Ofer blijkt geen Arabisch te spreken en onze Bedoeïene gastheren, spreken steeds Hebreeuws.  We pauzeren in het volgend dorpje even en een toevallige voorbijganger vertelt ons dat dit erkende dorp de trotse bezitter is van een staatsschool zonder elektriciteit.  Altijd hetzelfde verhaal :  de vergunning ontbreekt, omdat de dorpsgemeenschap weigert haar land aan de staat af te staan. 
al-Sayyid is een bijzonder dorp.  Er wonen 3000 mensen waarvan er zo’n 150 doof zijn.  Op eigen houtje heeft het dorp 70 jaar geleden een eigen gebarentaal ontwikkeld die recent internationale aandacht krijgt.  Geen wonder dat het dorp solidair genoeg is om weerstand te bieden aan de druk om te verhuizen.  Niemand wil verkopen en de staat slaat terug met processen, vernielingen en pesterijen.  We worden ontvangen door Addel Sayyed wiens huis recent verwoest is.  De puinhoop ligt er nog tussen de olijfbomen.  De man is een bemiddeld ondernemer en laat onmiddellijk fris water aanrukken.  Al zeven generaties wonen zijn voorouders hier.  Maar de staat aanvaardt geen eigendomstitels naar bedoeïenentraditie.  De rechtbank beval de afbraak en zo geschiedde.  Addel wil wel officieel bouwen, maar hij kan niet.  Hij heeft bijvoorbeeld geen adres om op formulieren in te vullen.  Zijn zoon is soldaat geworden, Addel betaalt braaf belastingen, maar het mag niet baten.  Het probleem is niet de rechtbank, besluit Addel.  De rechters doen hun werk.  Het probleem zijn de onrechtvaardige wetten en die worden in het parlement gestemd.  “In the court of justice they don’t do justice.”
 

  • Wanneer we bij de passage door het dorp wat verspreid geraken, worden geïsoleerde fietsers plots met stenen bekogeld.   Later gebeurt het nog eens in de buurt van Hura.  Het zijn jonge kinderen van 8 à 10 jaar die van heel ver gooien.  Denken ze dat we joodse pottenkijkers zijn ?  Of arrogante mtb-snobs ?  Aziz komt te hulp en rust zijn pick-up met wapperende vlaggen.  Hij stelt ook voor dat zijn kinderen meefietsen.  Er doen zich de hele verdere woestijntocht geen incidenten meer voor.  Behalve dan “veiligheidsincidenten” met roekeloze kamikazekinderen die de tweedehands fietsmechaniek van onze opperbeste fietssleutelaar Michel zwaar op de proef stellen.  Het is een warme dag.  En de lange klim naar het Community Center van Hura veroorzaakt een stormloop op de waterfonteintjes.  We leren al goed eten zonder bord :  de pitabroodjes, of nog beter de bedoeïenenpannenkoeken, dienen in de linkerhand als drager voor allerlei lekkers (rauwkost, houmus, olijven,...)  We worden ontvangen door de directeur.  Hij begint met het pamflet dat we onderweg uitdelen, voor te lezen in drie talen.  "Solidarity with bedouins.  Biking, hiking and snging for recognition.  We are here in solidarity with the Arab_bedouins, and in favour of the recognition of your villages.  We are protesting against house demolitions imposed by the Israeli gevernment.  We are protesting against the injustice you suffer every day.  We do so becasue we believe in nonviolent resistance.  Culture against force, resistance against hatred, friendship between people.  No racism, no village demolition, no land stealing."
Hura heeft 12000 inwoners en 8000 omwonenden die van de infrastructuur gebruik maken.  De komende jaren zouden er nog duizenden Bedoeïenen uit omliggende niet-erkende dorpen moeten bijkomen, maar de township kan dat niet aan.  Er is geen plaats in Hura, er zijn geen voorzieningen, er is geen werk.  40% van de actieve bevolking is werkloos en slechts 5% heeft werk in Hura zelf.  80% is jonger dan 18 of ouder dan 60 jaar.  Er zijn geen middelen voor goed onderwijs en voor gemeenschapsvorming.  De staat heeft geen interesse in Bedoeïenen en wil gewoon land vrijmaken voor een judaïsering van de Naqab.  De criteria die elders in Israël voor joodse nederzettingen gelden (minimum aantal inwoners ten opzichte van beschikbare oppervlakte), worden moeiteloos door de meeste Bedoeïenendorpen gehaald.  Het gemeenschapscentrum is afhankelijk van steun van NGO’s om bijvoorbeeld programma’s te ontwikkelen voor vrouwen die hun school niet afgemaakt hebben.  De directeur hecht ook veel belang aan het onthalen van bezoekers uit andere delen van Israël, zodat die verder kunnen vertellen hoe het er in de Naqab werkelijk aan toegaat.
 

  • We fietsen verder en bereiken al snel onze avondbestemming.  Umm el-Hiran is een klein mooi dorpje en we krijgen de strikte directieve om geen foto’s van vrouwen te maken.  Tijdens onze eerste bivaknacht slapen de mannen en vrouwen mooi apart.  We richten ons gemoedelijk in, enkelen maken nog een zonsondergangwandeling of bekijken het spektakel vanop het dakterras.  Er is tijd voor een nabespreking in kleine groep, iets wat de komende dagen niet meer zal lukken.  Er komen wat kleine ergernissen aan het licht en enkele organisatorische mankementen.  Wandelaars en fietsers samen dorpen laten bezoeken, blijkt zeer moeilijk.  De twee groepen gaan vanaf morgen aparte routes volgen.  Er volgt een Bedoeïenenmaaltijd en een ontvangst door onze gastheer Salim Abu al-Qian.  Hij heeft rechten gestudeerd en spreekt zeer goed Engels.  Zijn vrouw studeerde secretariaat en stelt zich ook voor.  Maar de belangrijkste persoon is mama-mama-mama (drie keer, niet vergeten!)
Een diepe wadi scheidt Umm el-Hiran van de hoofdweg.  In één nacht tijd hebben de bewoners met de hulp van NCF de weg verhard en berijdbaar gemaakt, bang als ze waren dat het Jewish National Fund (JNF) de werken zou storen.  30 overijverige joodse kolonistenfamilies die door de OR-beweging gesteund worden, kamperen al enkele maanden in het nabijgelegen Yattirwoud om triomfantelijk hun Hiran te kunnen binnentrekken.  Umm el-Hiran ligt vlak bij de Groene Lijn die Israël van de Palestijnse Gebieden scheidt en daarom moet hier een gordel van joodse nederzettingen komen.  Nochtans heeft Umm el-Hiran sterke papieren :  nadat ze in 1948 van hun oorspronkelijk grond verjaagd waren om plaats te maken voor een Kibbutz, werd het huidige dorp in 1956 gesticht “op militair bevel” om er “te wonen, land te verbouwen en kuddes te laten grazen”.  Maar de openbare aanklager weerlegt dit argument door te stellen dat van Bedoeïenen mag verwacht worden dat ze “onder de sterrenhemel slapen” en dat hun bouwwerken dus illegaal zijn.  De joodse kampeerders in het bos genieten van watervoorziening en elektriciteit, terwijl Umm el-Hiran van zonne-energie afhankelijk is.  Onze gastheer Salim begint zijn verhaal als volgt.  In 1997 kwam er een grote zandstorm over het dorp waarbij doden vielen en alle tenten en barakken verwoest werden.  De bewoners beslisten toen om in steen te bouwen.  Maar in 2004 kwam een nog sterkere storm over het dorp, namelijk bulldozers die huizen omverduwen.  Sinds toen is elk bouwsel bedreigd met vernietiging.  Enkele weken voor onze komst is nog een huis verwoest.  Het dorp wil wel verhuizen, maar dan opnieuw naar de geboortegronden van vroeger.  Ze willen die ook delen met de Joodse Kibbutzbewoners die er nu zitten.  Maar Israël wil van geen dorp weten.  Iedereen moet naar Hura ...
 

  • Wanneer we onze liederen zingen, stromen ook vrouwen en kinderen toe.  Bella Ciao (zesstemmig!) en dan Biladi, een heimatliedje van een Bedoeïene charmezanger.  Het Arabisch wil nog niet zo goed lukken, maar het publiek reageert enthousiast :  biladi wa’in jarat - alayya azizatoune - wa kawmi wa’indanou’a - alayya kiramou (mijn land - ook al behandelt het mij onrechtvaardig - het is me dierbaar - mijn gemeenschap, ook al haat ze mij - is goedhartig en genereus).  Bij onze eerste danspasjes op Grândola wordt het muisstil :  Grândola, vila morena - Terra da fraternidade - O povo é quem mais ordena - Dentro de ti, ó cidade (Grândola, bruingebrande stad - Land van broederlijkheid - het is het volk dat regeert - in jou, o stad).  José Alfonso schreef dit arbeiderslied in 1964, maar in 1974 werd het de hymne van de Portugese Anjerrevolutie.  Het blijft nog even stil na het lied en dan springen de kinderen op en brengen hun spontane versie van Biladi.  Spijtig dat er niet mag gefilmd worden.


een korte geschiedenis van de Bedoeïenen in de Naqab

naar een artikel van Ye’ela Raanan (die ons de volgende dag op haar mtb zal begeleiden)

De Bedoeïenen vormen de oorspronkelijke bevolking van de Naqab-woestijn.  In de loop van de achterliggende millennia arriveerden ze in golven vanuit het Arabisch Schiereiland.  Sinds die tijd leven de Bedoeïenen in dit gebied in semi-nomadische gemeenschappen.  Aangezien zij voor hun overleven voornamelijk afhankelijk zijn van hun vee, hebben zij een cultuur ontwikkeld die zich onderscheidt van die van de Palestijnse gemeenschappen in het noorden van Palestina.  Hun gemeenschap heeft zich steeds door een hoge mate van zelfvoorziening en autonomie gekenmerkt.

De moderne geschiedenis van de Bedoeïenen kan in vier afzonderlijke perioden onderverdeeld worden, waarin telkens hun autonomie en hun eigendomsrechten verder ondermijnd zijn.  Dat zijn achtereenvolgens de Turks-Ottomaanse periode (begin 16e tot begin 20e eeuw), de Britse Mandaatsperiode (1920-1948), het Israëlische bestuur tussen 1948 en 1966, en ten slotte het bestuur vanaf 1966 tot heden.

Tegen het eind van de Turks-Ottomaanse periode beginnen veel Bedoeïenen hun grond te bebouwen.  Er komt een systeem van particulier grondbezit onder toezicht van eigen Bedoeïenen-rechtbanken.  Sinds 1858 was iedereen verplichtte zijn grond te laten registreren en er belastingen op te betalen, maar de Bedoeïenen hadden deze wet genegeerd.  Ze gingen ervan uit dat het eigendomsrecht van de grond door de Bedoeïenengemeenschap zelf geregeld was en er bijgevolg niets schriftelijk vast te leggen viel.  Daarenboven betaalden ze niet belastingen aan een vreemde bezetter.  Hierdoor hebben slechts enkele Bedoeïenen een oorspronkelijk Tabu (Ottomaans grondcertificaat) in bezit en beweert Israël dat er in feite nooit eigendomsrechten hhebben bestaan.

Na de Eerste Wereldoorlog verwachtten de Bedoeïenen beterschap, omdat ze aan de zijde van de Britten hadden gevochten, in ruil voor beloften van Arabische onafhankelijkheid.  De Britten introduceerden een nieuw landregistratiesysteem, dat door de Bedoeïenen wederom genegeerd werd - voor zover zij er al iets van afwisten.  Het koloniale bestuur vaardigde echter wel een besluit uit, waarin de eigendomsrechten in de Naqab volgens  het gewoonterecht erkend werden.  Dit besluit vormt de hoeksteen bij het verdedigen van de grondeigendomsrechten van de Bedoeïenen.

Gedurende de oorlog van 1948 werden de meeste Bedoeïenen verdreven uit de Naqab of sloegen ze voor het oorlogsgeweld op de vlucht.  De meesten kwamen in de buurlanden terecht.  Van de ongeveer 70000 Bedoeïenen vóór de oorlog, bleven er in de Naqab slechts 11.000 over, met name die families die loyaal waren jegens de nieuwe staat.  Hun leiders zwoeren trouw aan de Staat Israel en aanvaardden allen het Israëlische staatsburgerschap, in ruil voor de belofte dat zij hun traditionele leefwijze en hun gronden mochten behouden.

Ondanks deze belofte werden in de jaren vijftig de overgebleven Bedoeïenen geconcentreerd in een driehoekig gebied, dat bekend staat als de Siyag (Hebreeuws voor Rreservaat), waarvan de steden Arad, Yeruham en Rahat de hoekpunten vormen.  Als gevolg daarvan ontstonden er twee soorten dorpen :  degene die zich reeds vóór 1948 binnen het Siyag-gebied bevonden, en de nieuwkomers.  De hele Bedoeïenenpopulatie werd onder militair gezag geplaatst, waaraan pas in 1966 een eind kwam.  Ruim 85 procent van de grond in de Naqab werd tot staatseigendom verklaard - lees geconfisqueerd voor militaire doeleinden.

In 1965 stemde Israel een nieuwe wet op de ruimtelijke ordening waarbij het bestaan van Bedoeïenengemeenschappen werd genegeerd.  Het verkrijgen van een bouwvergunning in een niet-erkend dorp werd onmogelijk gemaakt. Deze wet is nog altijd van kracht.  Daarenboven legde de regering strenge weidebeperkingen op.  Zo werd bijvoorbeeld in 1950 de zogeheten Zwarte-Geiten-Wet aangenomen, waarbij het grazen van zwarte geiten - de enige soort die geschikt is voor het leven in de woestijn - verboden werd.  Het haar van deze geiten werd daarenboven traditioneel gebruikt om tentdoek te weven ...

In 1966 werd het militair gezag vervangen door een nieuw beleid : gedwongen verstedelijking. Doel is het omvormen van de Bedoeïenen tot een ‘stadsproletariaat’, zoals Moshe Dayan al in 1963 geprofeteerd had :  ‘Wij moeten de Bedoeïenen omvormen tot een stadsproletariaat, dat werkzaam is in de dienstverleningssector, in de bouw en in de landbouw.  De Bedoeïen zal niet langer op het land met zijn kuddes leven, maar hij zal ‘s avonds thuiskomen en zijn pantoffels aantrekken.  Dat is een omwenteling, maar het kan binnen twee generaties gerealiseerd worden.  Zonder dwang, maar onder begeleiding van de regering ...  Het fenomeen Bedoeïen zal verdwijnen.’  Dit plan werd ten uitvoer gebracht door het bouwen van townships die erop gericht zijn om zoveel mogelijk Bedoeïenen op een klein stuk land te concentreren.  Op die manier wilde men ook de traditionele sociale structuren binnen de Bedoeïenengemeenschap afbreken door verschillende families en clans in één stad te vestigen.

In 1947 bezaten en gebruikten de Bedoeïenen exclusief 99 procent van de grond van de Naqab.  Heden ten dage beslaat het totale grondgebied dat de Bedoeïenen voor huisvesting en landbouw ter beschikking staat nog slechts 3 procent en de claim op historisch eigendom nog eens 5 procent, hoewel dit grondgebied voor hen niet langer toegankelijk is. En dit terwijl de Bedoeïenengemeenschap 25 procent van de bevolking van de Naqab uitmaakt. Daarbij leeft 70 procent van de Bedoeïenenpopulatie onder de armoedegrens – een direct gevolg van het regeringsbeleid. Het is betreurenswaardig dat de strijd die de regering van Israel tegen deze verarmde en bijna machteloze gemeenschap voert, slechts een klein stukje woestijn tot inzet heeft. 

Ye’ela Raanan is een joods-Israelische antropologe, die geboren en getogen is  in de Negev (Naqab) Woestijn.  Ondertussen weten we dat ze ook een verwoed mtb’ster is. 

vrijdag 17 mei 2013

woensdag 3 april 2013 en wat meer over het Prawer-plan

Umm el-Hiran - Yatir - Darejat - Alsira
 

  • Barack is onze NCF-gids vandaag (en gisteren).  Hij is een Israëlische puzzel :   helemaal mee met het Bedoeïenenverhaal en de racistische politiek van de staat, maar trots op zijn legerdienst en wat hij voor het joodse vaderland gedaan heeft.  We fietsen langs sjofele hangaars en gammele zeildoekconstructies die eenzaam in het woenstijnlandschap staan.  Kiezen de bewoners hiervoor ?  Barack twijfelt.  Ze hebben geen keuze, bedenkt hij dan.  Bouwen ze, dan wordt het afgebroken.  Vooraan fietst Ye’ela Raanan.  Ex-kampioene mtb in Israël, maar dat weten we op dat moment nog niet.  Ze gidst ons door Yatir Forest.  Ze is geboren en getogen in de Negev, maar dan in het joodse Arad.  Ze doorprikt onderweg veel propaganda.  Bv. de bedoeïenengeit vreet alle struiken op en dat is de reden voor de woenstijnvorming :  JNF-praatjes.  De woestijn is makkelijk te verbouwen, als je terrassen aanlegt die het water kunnen bijhouden : JNF-praatjes.  De pijnbomen die het JNF overal massaal plant, blijken het maar 8 jaar uit te houden en dan sterven ze af.  Het boombestand moet dus constant vernieuwd.  


    Het Yatirwoud is het grootste van het land, 30km2.  Israël pakt graag uit met dit woestijnsucces.  Maar het bos ligt niet toevallig vlak bij de grens met de Westelijke Jordaanoever en op de plaats waar ooit sprake was van een landverbinding met Gaza.  Tot 1950 waren er in dit gebied verschillende dorpen.  Al die bewoners zijn verjaagd of naar Hura gestuurd.  Het woud verhindert hun terugkeer.  Israël heeft verschillende strategieën om land te claimen en bedoeïenenvrij te maken :  bv. grote projecten (kazernes, fabrieken, een gevangenis, wegenwerken,...) en joodse eengezinsboerderijen.  Een bedoeïenenfamilie in een erkend dorp mag maximaal 20 dunums  (200 are) land bewerken ; een joodse eengezinsboederij tot 1000 dunums.  Israël stimuleerde deze boederijen heel erg, tot een bedoeïenenfamilie ook dit statuut aanvroeg en het Hooggerechtshof besliste dat ze niet mocht gediscrimineerd worden.  Gedaan met de eengezinsboerderijen, maar de 50 joodse die er al waren, mogen blijven.  Het Jewish National Fund is een ander werkinstrument voor de judaïsering van Israël.  Het JNF functioneert als NGO, maar heeft de dimensies van een multinational.  Het verwerft dure stukjes land (bv. dichtbij de grote steden) en ruilt die dan met de staat voor grote stukken land in de Negev of op de Golanhoogte bijvoorbeeld.  JNF ontwikkelt dat land en verkoopt het door, uiteraard enkel aan Joden.  Zo bereikt de staat via een omweg wat ze zelf grondwettelijk niet mag, namelijk enkel aan Joden verkopen.  Daarnaast werkt het JNF aan een “groen imago” door bossen aan te planten zoals dit Yatirwoud of ook het Ambassador’s Forest dat we later nog in al-Araqib zullen bezoeken.  De ecologische saus dient om een zionistische agenda te verbergen.  

In 1948 wist Israëlstichter Ben-Gurion al dat de sleutel voor de toekomst in de woestijn lag :  “In de Negev zullen we geen land kopen.  We zullen het veroveren.  Vergeet niet dat we in staat van oorlog zijn.”  En hij verklaarde alle ongebruikte terreinen in de Negev tot militair gebied.  Daardoor kan niemand gronden in de Negev opeisen of kopen.  Alleen de staat kan terrein van het leger overnemen en kan ervoor zorgen dat dit exclusief in joodse handen belandt.  Ook vandaag nog kunnen Bedoeïenen niet vrij met hun schapen rondtrekken, want dan schenden ze “militair gebied”.  Telkens opnieuw moeten ze toelating vragen en zijn ze afhankelijk van de militaire goodwill.  Ben-Gurion :  “De Negev is een unieke zionistische troef.  Het is een leeg gebied en het schort er alleen aan water en Joden.”   Voor hardleerse Zionisten wordt het Heilige Land immers pas gerealiseerd, wanneer de grond ook effectief in joodse handen is.  Daarna is het een ontheiliging, wanneer een Arabier de grond betreedt.  Ben-Gurion zelf stichtte midden in de Negev de Sde Boker-Kibbutz en trok er zich later om er in 1973 te sterven.
 

  • Na de doortocht van Yatir opent zich het landschap en hebben we een weids uitzicht over de vallei van de Jordaan en de Palestijnse gebieden.  Hebron ligt aan onze voeten.  Hier daalt een oude Romeinse heirbaan stijl naarbeneden om de reizigers in oude tijden op weg te zetten naar Jeruzalem.  De route maakt nu deel uit van de Israel Trail, een wandelpad van noord naar zuid.  Nationalistische trekkers beschimpen ons dat we hier als buitenlanders niets te zoeken hebben.  Ye’ela (jawel, de kampioene) prijst de afdaling als de Roman Stairs aan, een plezier voor de ware mtb’er.  Voor sommigen wordt het een nachtmerrie.  De zon brandt, het middaguur verstrijkt, vermoeidheid, suikertekort.  Tijd ook voor reflectie waarom we in de Naqab fietsen.  Toerisme ?  Sport ?  Avontuur ?  Fietsen is meedeinen met het reliëf en het tempo van het landschap (hier wel erg letterlijk).  De fietser (en wandelaar) heeft respect voor zijn omgeving.  Hij heeft tijd om te kijken en zich door vergezichten en landschapswendingen te laten verrassen.  Maar bovenal heeft hij tijd voor ontmoetingen.  Hij kan stoppen, een praatje maken, zwaaien naar omstanders en hello’s uitwisselen.  Hoeveel kinderen zullen zich die vreemde fietscolonne herinneren die moeizaam door het landschap trok en de tijd nam om hen even te groeten ?
     Beneden in het dal ligt Darejat, een dorp met weer een eigen, vreemde geschiedenis.  Twee Turks-Arabische broers trekken in 1850 met hun familie weg uit hun geboortestreek en stichten de meest zuidelijke niet-Bedoeïenenpost in Palestina.  Ze kozen deze plek, omdat ze er in grotten konden wonen.  “Bedoeïenen zouden zoiets nooit doen.  Ze willen bovengronds zijn en rondkijken.  Mijn familie wilde zich vestigen en zich verbeteren.”  Elke grot had drie gedeeltes : slapen - keuken/eten - dieren.  Tot 1905 moesten ze alle water 7 kilometer ver gaan halen.  Onze gastheer is directeur van de plaatselijke school en heeft zelf als kind tot 1959 in de grot gewoond die we met hem bezoeken.  Maar het dorp bleef niet bij de pakken zitten.  Veel jongeren hebben gestudeerd en het dorp zorgt voor lokale tewerkstelling.  Het heeft 10 dokters, 10 advocaten, 12 apothekers, een eigen ziekenhuis en een eigen transportbedrijf.  In 1987 kwamen de eerste bulldozers om huizen te slopen.  Tussen 1992 en 2000 voerden bewoners meer dan 2000 gerechtelijke procedures.  Israël plande echter een nieuwe township Mar’it in de buurt en hield vol dat Darejat moest verdwijnen.  Toen keerde het tij.  In 2002 werd het dorp plots erkend.  In 2004 kreeg het elektriciteit en water van de overheid en in 2005 kwam Shimon Peres op bezoek, omdat Darejat als eerste dorp volledig op zonne-energie draaide.  In 2012, kers op de taart, werd Darejat tot modeldorp uitgeroepen.  De schooldirecteur begrijpt het ook nog niet goed allemaal.  Hij denkt dat het dorp beloond wordt, omdat het een niet-nomadische levensstijl promoot.  Verdeel en heers ?
 

  • Na een laatste krachtinspanning bereiken we Alsira.  Alle zweet is verdampt in de hete woestijnzon, maar bestoft zijn we van boven tot onder.  Er is ons een douche beloofd en ... die komt er.  Vier families stellen hun badkamer ter beschikking.  Naast de plaatselijke shiq planten we samen met dorpswoordvoerder Khalil al-Amour een olijfboom als symbool voor verstandhouding en vrede.  Van Khalil zijn de gevleugelde woorden bovenaan dit verslag. 
     Alsira stamt ook nog uit de Ottomaanse periode.  Maar Israël wil het van de kaart vegen.  Er is geen teken van hoop, behalve het enthousiasme van de bewoners om niet op te geven.  Bij de rondleiding mag het welkomstbord niet ontbreken :  opgepast voor bulldozers die huizen slopen !  Khalil gaat er prat op dat hij met zijn craziness voor heel wat vooruitgang gezorgd heeft.  In 2003 installeerde hij zijn eerste fotovoltaïsch paneel en sinds 2010 moet de luidruchtige en dure stroomgenerator alleen nog voor speciale gelegenheden aangezet worden.  Het dorp heeft internet en telefonie via een vernuftig systeem.  Khalil huurt een krachtige telefoonlijn in de nabijgelegen township Kuseife en heeft er een zender opgesteld die het signaal naar Alsira doorseint.  Onder zijn paraboolontvanger toont Khalil ons trots zijn internetrouter waarvan het hele dorp draadloos geniet heeft.  “Ik heb geen officieel adres, maar ik heb wel een e-mailadres”.  Er is geen waterput in het dorp.  Op eigen kosten werd een pijpleiding van 3 kilometer getrokken.  Om water te sparen experimenteert Khalil nu met recyclage :  het keukenwater gaat druppelsgewijs naar planten en bomen, en het waswater wordt gefilterd en kan hergebruikt worden. 
 

  • In de shiq houden we nog een nachtelijke debriefing.  Van velen steekt alleen nog de neus uit de slaapzak.  Na een warme dag wordt het koud in de woestijn.  Met enkele slapen we buiten, gewapend met dekens en truien.  Alle losliggend gerief moet binnen in de shiq gelegd worden.  De katten zijn er anders ‘s nachts mee weg, waarschuwt Adel die ook onder de sterrenhemel wil slapen.  Maar wellicht houdt het geronk de katten wel op afstand ...
 


de huidige ontwikkelingen :  het Prawer-plan

Naast de zeven townships heeft Israël onder druk ondertussen elf dorpen erkend.  Deze vallen onder het gezag van de door de regering aangestelde Regionale Raad van Abu Basma.  Een erkenning als dorp betekent echter niet  dat het traditionele, persoonlijke eigendomsrecht van de dorpelingen op hun grond aanvaard wordt.  De regering eist deze gronden nog steeds op en door het verzet van de dorpelingen liggen alle ruimtelijkestructuurplannen stil.  Daarmee blijven de erkende dorpen, net als de niet-erkende dorpen, verstoken van infrastructuur, van faciliteiten en worden er geen bouwvergunningen afgegeven.

Twee nieuwe bestuurslichamen werden in het leven geroepen, de New Authority for the Regulation of Bedouin Settlement (voorgezeten door een voormalig commissaris van politie, Yehuda Bahar) en de commissie-Prawer (vernoemd naar Ehud Prawer, hoofd van de Afdeling Politieke Planning van het kabinet van de Premier).  In september 2011 heeft de Israëlische regering het Prawer-plan goedgekeurd dat neerkomt op een  massale verdrijving van de Arabische bedoeïenengemeenschap uit de Naqab.  Dit betekent dat 70.000 Arabische burgers van Israël gedwongen moeten verhuizen en dat hun 35 niet-erkende dorpen verwoest moeten worden.  De uitvoering ervan is ondertussen volop bezig :  in 2011 en 2012 werden telkens meer dan 1000 huizen gesloopt en een bijzondere  politiemacht is in oprichting om het slopen beter te coördineren. 
 
Sinds het Prawer-plan in uitvoering is, kondigde de overheid ook plannen aan om meer dan 10.000 (joodse) Israëli naar de Negev te halen, om er bossen aan te en planten en militaire centra te bouwen.  In maart 2012 riep het UN-Committee on the Elimination for Racial Discrimination Israël op om de uitvoeringswetgeving van het Prawer-plan in te trekken, omdat ze discrimineren.  Als Israël dezelfde criteria voor planning en ontwikkeling die ze in de Joodse rurale sector hanteert, in de Naqab zou toepassen, moeten alle 35 niet-erkende dorpen gelegaliseerd worden.

In juli 2012 stemde het Europees Parlement een historische resolutie waarin het Israël ertoe aanzet om het Prawer-plan in te trekken en haar beleid van verplaatsing, uitzetting en onteigening te stoppen.  Onlangs maakte Oxfam in een rapport bekend dat de EU niet eens protesteert tegen het vernielen van Europese investeringen ...

donderdag 16 mei 2013

donderdag 4 april 2013 en wat meer over apartheid in Israël

Alsira - Tel el-Malach - a-Raara - as-Shahabi - Hashem Zaneh 
  • We worden verkleumd wakker met twee berichten.  Selim moet zich melden bij de politie en zal dus met vertraging de bagage komen oppikken.  En vanuit Be’erSheva wordt gemeld dat een grote colonne politievoertuigen met honderden ordedienaren met onbekende eindbestemming richting Naqab vertrokken is.  En nu ?  Allemaal in de bus en de politie achterna ?  We besluiten de geplande route te handhaven, maar de berichtgeving uit Be’erSheva van nabij te volgen.  Indien opportuun kan een wagen met journaliste en fotografen ook later nog op pad gestuurd worden.  Tel el-Malach ligt om de hoek.  Het is alweer een vreemd dorp.  Er valt geen kern te bespeuren en de hutten liggen verspreid over een grote afstand.  Het dorp is getipt dat we langskomen, en we worden door de imam met koek en frisdrank ontvangen bij de moskee.


     In 1977 sluit Israël vrede met Egypte en wordt de Sinai teruggegeven.  Het Israëlisch leger trekt zich terug in de Naqab en laat haar oog vallen op de gronden van Tel el-Malach om er de Nevatim luchtmachtbasis te vestigen.  De Naqab is eindeloos, maar de basis moet net hier ingeplant worden.  5000 Bedoeïenen wordt een schamele compensatie aangeboden, maar ze weigeren te verhuizen.  Het leger vliegt Turkse arbeiders in en de werken starten gewoon.  Al gauw wonen de Bedoeïenen tussen de legerbarakken en nog een beetje later scheren de vliegtuigen over hun daken.  Uiteindelijk moet iedereen wel verhuizen, maar 90% weigert de compensatie nog steeds.  De moskee in wiens schaduw we staan, is nog relatief nieuw.  5 februari 2003 werd de vorige dorpsmoskee door bulldozers vernield.  Het was de eerste keer dat zoiets gebeurde. 
 

  • Het is een dag van onverwachte ontmoetingen.  Ook in a-Raara (zoals steeds zijn er verschillende transcripties mogelijk) wacht ons een uitgebreide ontvangst.  Dit keer in de shiq met thee, koffie en een welkomstpapje.  Het is een soort ongezoete rijstpap.  Kenners ontwaren er gerstkorrels, safraan en grünkern in.  Grünkern (“frika” in het Arabisch) is groene, onrijpe spelt en is ook in Duitsland populair.  De dorpsoudste is 81 jaar en doet als sjeik zijn verhaal.  Hij is geboren en getogen in het dorp.  Rond het vuur horen we ook voor het eerst de klanken van de rabâb ... 
     In a-Raara wonen 2000 mensen.  Het dorp is niet-erkend en stamt af van drie families.  Er is geen school, geen medische hulppost, geen elektriciteit.  Voor alles moeten ze naar Be’erSheva, 25 kilometer.  We leren hier dat schapen die opgroeien in een niet-erkend dorp, ook vogelvrij zijn.  Ze kunnen niet zomaar geweid worden.  Joodse kolonisten mogen overal komen met hun schapen, maar de schapen van a-Raara hebben toestemming nodig, zeker als het droog is en het gras schaars.  Het dorp heeft een waterleiding van acht kilometer bekostigd en heeft legaal water.  Voor het water betalen ze 20 shekel per kubieke meter.  Joodse kolonisten betalen 6 shekel.  In het dorp is er geen werk.  Slechts enkelen kunnen leven van het boerenbedrijf.  De rest is verplicht om bij joodse werkgevers te gaan (transport, bouw,...)  Het dorp heeft al verschillende vernielingen gekend.  Er wordt geen enkel stenen huis meer gebouwd, want alles gaat onmiddellijk plat.  De sjeik is de wanhoop nabij, want huwen kan naar Bedoeïense traditie enkel, indien je eerst een huis hebt gebouwd.  Het JNF wil binnen afzienbare tijd het dorp met de grond gelijkmaken.  Er moet een bos verrijzen ...
 

  • We hebben weer nieuwe begeleiders.  Michaël komt uit Tel Aviv en maakt zich populair, want hij spreekt Frans.  Uiteindelijk blijkt hij zelfs redelijk Nederlands te spreken, want hij heeft jarenlang in Amsterdam gewoond.  We hebben het over de kennis die Bedoeïenen hebben om te overleven en zich te oriënteren in de woestijn.  Bedoeïene gidsen zijn daarom gegeerd bij de militairen.  Maar de Bedoeïenen zetten hun kennis ook op andere manieren in.  Michaël vertelt dat er de laatste maanden heel wat te doen is over smokkelroutes tussen de Sinai en de Naqab waarlangs Afrikaanse vluchtelingen illegaal Israël worden binnengebracht.  Bedoeïenen gidsen vooral Soedanezen en Eritreërs vanuit Egypte over de grens en droppen ze bij een militaire uitkijkpost.  Daar worden ze opgepakt en in een opvangkamp gestoken.  Omdat voor hun land een groepsbescherming geldt, worden ze na de nationaliteitsbepaling verder met rust gelaten en gewoon met een enkel ticket op de bus naar Tel Aviv gezet.  De verhalen in de woestijn zijn eindeloos.  Ondertussen sijpelt door dat de politiecolonne op weg is naar Bir Hadaj, een afgelegen dorp in het zuiden.  We wachten af.  De afstanden in de woestijn zijn moeilijk in te schatten.  Onze gidsen geraken de weg kwijt in de wirwar van zandpisten en de taaie hellingen vragen meer tijd dan op een kaart kan afgelezen worden.  Amir is afkomstig van de streek en loodst ons naar as-Shahabi.  De middagpauze wenkt pas rond 15u, maar zet ons in vuur en vlam met razend brandende pepperonimelk.
     as-Shahabi is een druk, groot dorp van 3000 inwoners.  Het niet-erkende dorp heeft een eigen schooltje en een medische hulppost die zelf gefinancierd worden.  Er zijn geen watervoorziening, geen elektriciteit, geen verharde straten of andere overheidsdiensten.  Een joodse kolonist uit Engeland heeft zijn oog op het schooltje en de omgeving laten vallen en is gerechtelijke procedures gestart om de terreinen op te eisen.  Regavim is een ultraorthodoxe drukkingsgroep die hem daarbij steunt.  Ze gaan altijd op zoek naar legale argumenten om grond op te eisen en worden daarin meestal door de rechtbanken gevolgd.  Toch kon op 11 januari 2010 een dagcentrum voor kinderen in een omgebouwde moskee geopend worden.  UNRWA Commissaris-generaal Karen AbyZayd verwees er in haar afscheidsspeech op 20 januari 2010 in Sheikh Jarrah naar en voegde eraan toe dat de Bedoeïenen als bevolkingsgroep misschien wel het zwaarst getroffen worden door de Israëlische staatspolitiek.  “Ze zinken weg in voedselonzekerheid en bittere armoede, omdat hen de toegang tot weideland en natuurlijke hulpbronnen sterk beperkt wordt door de bezettende macht.  Administratieve sloopbevelen, gedwongen uitzettingen, krimpende bestaansmiddelen, armoede en intimidatie door kolonisten zijn de belangrijkste redenen om het schapenbedrijf op te geven en weg te trekken."
 

  • Het laatste stuk tot Hashem Zaneh is zo ver niet meer.  Dat kennen we.  Het is niet meer zo warm en we schieten op.  Er hangen zelfs dreigende wolken in de lucht.  Onderweg passeren we spichtige graanvelden.  De winter is het regenseizoen en graan moet in de vroege lente geoogst worden voor de zon alles wegbrandt.  Er is nog geen definitief bericht over Bir Hadaj.  Er zouden geen huizen geruimd zijn, maar er is wel gevochten.  Morgen krijgen we meer nieuws.  In Hashem Zaneh wacht ons een heuse guesthouseservice.  Wat direct opvalt is het groen dat dit dorp opfleurt en de speeltuin die kinderen uitnodigt om kind te zijn.  Er zijn zelfs douches en toiletten die weliswaar niet berekend zijn op een bestorming van 27 verfomfaaide Belgen.  George Orwell schreef in zijn Hommage to Catalonia dat je in een oorlog er snel aan went om je niet te wassen en geen propere kleren te hebben.  Welaan, hij had gelijk.  We hebben voor het eten nog wat tijd over om onze liederen op te frissen.  We voegen er nog een vierde lied aan toe :  No no we shall not be moved (x2) / this is our hooooome / this is bedouin land / we shall not be moved.  Het lied wordt direct door kinderen en door Aziz opgepikt.  Het zal ons vanaf nu tot al-Araqib begeleiden. 
     Het Arabisch-Joods Centrum voor Gelijkheid, Emancipatie en Samenwerking (AJEEC) samen met de Regionale Raad voor de niet-erkende dorpen opende in Hashem Zaneh op 30 april 2006 het eerste educatieve activiteitencentrum in een niet-erkend dorp.  Het geld kwam van de Bernard van Leerstichting uit Den Haag die projecten in de Naqab steunt om ondervoeding te voorkomen bij jonge kinderen die opgroeien in een ongezonde fysieke omgeving (gebrek aan schoon water, elektriciteit, afvalverwerking, hygiëne, transport en recreatie).  Het educatieve activiteitencentrum omvat een grote speeltuin met glijbanen, schommels, zandbak en klimrekken ; preschoolse opvang voor 18 kinderen tussen 1 en 5 jaar ; en een vormingscentrum voor jongeren om ze te betrekken bij de educatieve activiteiten.  Jon Allen, de Canadese ambassadeur in Israël, zei in zijn openingsspeech:  "Toen ik voor een rondleiding naar de Naqab kwam, dacht ik dat ik u wel iets zou kunnen bijbrengen.  Vandaag weet ik dat we in Canada veel van u te leren hebben over hoe sociale projecten ten voordele van de bevolking moeten worden uitgevoerd in samenwerking met de bevolking.” 
 

  • De aanwezigheid van de Canadese ambassadeur was wellicht te danken aan Emilie Le Febvre, een Canadese doctoraatsstudente die in het dorp woont en helaas net afwezig was tijdens ons bezoek.  Zij baat het guesthouse uit.  Haar onderzoeksproject gaat over de ontoereikendheid van verbale bronnen (overleveringen).  Visueel materiaal is beter in staat om gebruiken en sociale omgangsvormen te beschrijven.  We slapen in een ontmoetingszaal die naast de shop gelegen is waar veel visueel aantrekkelijk materiaal kan gekocht worden.  Maar voor de nachtrust worden we nog ingewijd in de geheimen van de debka :  schouder aan schouder dansen een rij mannen op een bezwerend ritme van een monotone zangstem.  De muziek dendert uit een geluidsinstallatie die menig westerse deejay groen zou doen uitslaan.  De zanger improviseert op het thema “een man alleen valt ten prooi aan de wilde dieren”.  Althans dat vertelt ons Aziz.  Maar volgens andere bronnen worden de geneugten van koffie en ander lekkers even goed bezongen.  In de shiq leren we ook een jonge Bedoeïen kennen die op vakantie in zijn dorp is.  Hij leeft en studeert in Moldavië waar meer dan 1000 Bedoeïenen studeren.  In Israël is het moeilijk om een studieplaats te bemachtigen ...

Israël en een politiek van apartheid

De vraag is niet of Israël net op dezelfde manier apartheid toepast als dat in Zuid-Afrika het geval was.  Er bestaat een internationaal aanvaarde definitie van apartheid die geformuleerd werd in 2002 in de oprichtingsstaturen van het Internationaal Strafhof.  Apartheid hoort bij de “misdaden tegen de mensheid” en wordt omschreven als onmenselijke handelingen begaan “in de context van een geïnstitutionaliseerd regime van systematische onderdrukking en dominantie gepleegd door één raciale groep over een of meerdere andere raciale groep of groepen en begaan met de bedoeling om dat regime te kunnen bestendigen. "

Enkele voorbeelden van Israëls apartheidspolitiek :

Het recht op terugkeer bestaat alleen voor Joden
Palestijnen is het recht ontzegd om terug te keren naar woningen en gronden die hen door Israël zijn afgenomen, terwijl iedereen waar ook ter wereld met één Joodse grootouder zich kan vestigen in Israël.

Beperkingen op Palestijnse groei
Sinds 1948 zijn tal van nieuwe nederzettingen opgericht voor Joden, maar heel weinig voor de Palestijnen.

Ongelijke financiering voor Palestijnse steden
Palestijnse steden en dorpen in Israël krijgen niet dezelfde financiële middelen als joodse gemeenten, ook al zijn de belastingtarieven gelijk voor Palestijnen en Joden.

Ongelijke toepassing van de wet
Ondanks het Israëlisch staatsburgerschap maakt de wet toch een onderscheid tussen Joodse en Arabische Israëli's op basis van een zogenaamde "Joodse nationaliteit."

Geen grondwettelijke bescherming van minderheden
Israël riep zich uit tot “een staat van het Joodse volk", maar heeft geen grondwet die de rechten van d24,5% van niet-joodse burgers beschermt.

Ongelijke financiering voor Palestijnse onderwijs

Er zijn aparte schoolsystemen voor Palestijnen binnen Israël die ook minder goed gefinancierd worden.

Beperkte toegang tot goede banen voor de Palestijnen

Legerdienst is een voorwaarde voor vele private en publieke jobs.

Confiscatie van Palestijns land voor joods gebruik

Land van Palestijnse dorpen wordt in beslag genomen en ter beschikking gesteld voor Joods gebruik.

Israëlische vlag discrimineert
De vlag van Israël toont het religieuze symbool van het jodendom, hoewel bijna een kwart van de burgers christen of moslim is.

Ontkenning van gezinshereniging voor Arabieren

In 2003 stemde de Israëlische Knesset een wet waarbij een verblijfsstatus voor Palestijnen uit de Westelijke Jordaanoever of de Gazastrook onmogelijk gemaakt wordt ook al trouwen ze met een Israëlisch staatsburger.

Ongelijke compensatie voor oorlogsschade
Na de oorlog in Libanon werd aan Palestijnse dorpen schadevergoeding geweigerd.

Palestijnse geschiedenis en grenzen van Israël geschrapt uit geschiedenisboeken
Het is aan leerkrachten niet toegestaan om studenten op openbare scholen onderricht te geven over de Palestijnse geschiedenis.

woensdag 15 mei 2013

vrijdag 5 april 2013 en wat meer over Bedoeïenen in andere landen

Hashem Zaneh - Swiwin - Wadi al-Na’am

  • Er staat een koude wind en er hangt regen in de lucht.  De regenjassen moeten op tijd in de dagrugzakken gestoken worden.  We zijn het niet gewoon.  Amjad werkt voor Adalah.  Hij heeft zijn fiets meegebracht, maar is het woestijnfietsen toch niet gewoon.  Hij woont in Israël vlak bij de muur ter hoogte van Qalqiliya.  Hij is het hele eind hierheen gekomen om ons de steun van zijn werkgever toe te zeggen.  Adalah ("justitie" in het Arabisch) is een onafhankelijke organisatie voor mensenrechten en een juridisch steuncentrum.  Sinds1996 komt het op voor de rechten van de 1,2 miljoen Palestijns-Arabische burgers van Israël, waaronder de Bedoeïenen.  Adalah is minder actief op het terrein, maar des te meer in de rechtszaal.  Voor we vertrekken, komt er meer uitleg over de gebeurtenissen van gisteren. 



     Bir Hadaj is een groot dorp met een bewogen geschiedenis.  Er wonen 6000 mensen en sinds een tiental jaren is het dorp erkend.  In 1970 moesten de bewoners verhuizen en hun gronden werden ingepalmd door een mosjav (een soort kibbutz).  1998 verhuisde het dorp tijdens een goed voorbereide nachtelijke actie opnieuw naar hun streek van oorsprong.  Daarna volgde vrij snel de erkenning.  Er werd met de mosjav onderling overeengekomen dat iedere familie 5 dunam zou krijgen voor eigen gebruik.  Twee jaar geleden liet de overheid plots weten dat de overeenkomst geen waarde had en bepaalde ze eenzijdig dat elke familie maar 2 dunam krijgt.  Op basis daarvan werd uitgetekend hoeveel land bij het dorp hoort en alle bouwsels die daarbuiten vallen, moeten gesloopt worden.  Bir Hadaj legde zich daar niet bij neer en het is uniek in de geschiedenis van de Naqabbedoeïenen dat het dorp besloot zich tegen de overheidsbeslissing te verzetten.  Normaal verdedigt elke familie zich afzonderlijk voor de rechtbank en wordt er gesloopt, dan kijken de dorpsbewoners lijdzaam toe.  Niet zo in Bir Hadaj dat zich hiermee de bijnaam van “het Bil’in van de Naqab” verdiende.  Recente vernielingen zijn er nog niet geweest, maar ook als de politie massaal aanrukt om sloopbevelen aan te plakken, werpt het dorp barricaden op.  Enkele maanden terug kwam het tot een ware veldslag waarbij de politie traangas, stinkbommen en vuurkogels inzette.  De politie veranderde toen van strategie en zet nu honderden manschappen in om door intimidatie te voorkomen dat de confrontatie escaleert.  Bir Hadaj zou een testcase kunnen worden of de Bedoeïenen zich ook met geweld gaan verdedigen en waar dit dan op uitloopt. 

  • Het landschap wordt kaler en bruiner.  Sinds woensdag al fietsen de kinderen van Aziz mee.  Dat heeft tot gevolg dat het voor iedereen direct duidelijk is dat we met goede bedoelingen komen.  Het koude weer kalmeert de gemoederen misschien ook.  Het gaat behoorlijk op en af vandaag.  In Swiwin worden we ontvangen door de 76-jarige sjeik.  Als we hem vragen of hij denkt dat zijn kinderen in het dorp zullen blijven, roept hij hen bij zich.  Ze schudden heftig van ja.
     De sjeik heeft de verdrijving van de Bedoeïenen in 1948 uit Be’erSheva meegemaakt.  Zijn clan kwam toen hier aanwaaien en vestigde zich met vier broers en hun gevolg.  Ze versierden zelfs een officieel papier in het Hebreeuws dat ze hier mochten blijven.  Dat papier heeft sindsdien zijn diensten bewezen.  Soldaten druipen af, als ze dat papier onder hun neus krijgen.  Maar meer dan “hier blijven” mag niet.  Elk stenen bouwsel wordt platgelegd.  Elke stratenbouw wordt ongedaan gemaakt.  Er is geen elektriciteit en de shiq waarin we zitten, wordt ‘s avonds verlicht via een autobatterij.  De sjeik heeft heel zijn leven gewerkt en belastingen betaald.  Hij heeft zijn legerdienst in Gaza gedaan.  Hij is echter blij dat jongeren nusteeds minder voor militaire dienst kiezen.  Twee jaar geleden heeft het dorp een waterleiding van 30 kilometer bekostigd.  Prijskaartje was 20000$.  Maar zes maanden geleden kwamen ze de waterpijp vernielen en dreigden ermee de shiq plat te leggen, indien de dorpsbewoners zich roeren.  De sjeik maakt de vergelijking met een boom die men omzaagt, zodra er een sinaasappel aan groeit.  De overheid wacht tot de ouderen gestorven zijn, en hoopt dat de jongeren wel in de stad willen wonen.  Sommigen willen vertrekken, indien ze een faire vergoeding krijgen waarmee ze elders iets kunnen kopen.  Maar dat krijgen ze niet en een appartement in een township huren willen ze niet.  In de tussentijd maakt de staat het de bewoners zo lastig mogelijk.  Op de westbank hoor je net hetzelfde.

  • ‘s Middags eten we in Wadi M’shash.  Alweer een niet-erkend dorp.  Er is geen tijd voor een grote ontvangst.  We eten en rijden voort.  Wanneer ik thuis Wadi M’shash in google intik, kom ik op wijlen Indymedia bij een oud persbericht van de Regional Council of Unrecognized Villages in the Negev (RCUVN).  “The Government of Israel demolished five homes in the recognized village of Bir Hadaj: for political reasons. The government demolished another home of 10 children in the unrecognized village of Wadi Mshash, on a harsh, sandstorm day.” (19/2/09)  Dat is het verwonderlijke.  De informatie was er en is er.  Er is veel over de onderdrukking van de Bedoeïenen te vinden en toch weet niemand ervan.  RCUVN is een in 1997 opgerichte politieke vereniging van alle niet-erkende dorpen in de Naqab.  De voorzitter van de Council, Hussein al -Rafay'a, en hij komt ons bijna elke avond bezoeken.  Onderweg  passeren we vandaag een waterput waar een tankwagen gevuld wordt.  De bron dateert uit de Ottomaanse periode.  Het nabijgelegen dorp mag geen waterleiding aansluiten.  De wandelaars ontmoeten vandaag ook een familie bij een andere bron.  Ze gaan mee naar hun huis dat onlangs gesloopt is.  De familie zit tussen de puinhopen en is de wanhoop nabij.  ‘s Avonds komen we toe in Wadi al-Na’am.  De Bedoeïenen zijn hier zo zwart van huid als in diep-Afrika.  Onze gastheer belooft ons verhaaltjes.  We mogen thema’s voorstellen en hij zal erop inpikken.  Vrouwen bijvoorbeeld.  Maar we zijn moe en heel laat wordt het niet.  We oefenen onze liederen ter voorbereiding van de slotmeeting morgen.  Overmoedig als we zijn, voegen we er nog twee aan toe :  Al Rabbayieh, een lied uit Shouting Fence en afkomstig van de tweede Intifada en zowaar een Nederlandstalig lied, Slaat op den Trommele. 
Een shiq is een constructie om beschutting te bieden aan mannen.  Oude vrouwen mogen de shiq enkel betreden in de voormiddag of ‘s avonds.  Als in de shiq een bruiloft gevierd wordt, is iedereen welkom.  Vrouwen mogen in de shiq bezoekers ontvangen, indien er geen mannen thuis zijn.  In de shiq wordt gediscussieerd, bijvoorbeeld over de relaties tussen de clans.  Jongens mogen komen luisteren.  Nu praten ze ook mee.  Dat is geëvolueerd.  De shiq is zo een school voor hen.  Een shiq heeft geen deur die op slot kan.  Hij staat altijd open.  Alle mannen, alle reizigers, alle bezoekers kunnen er terecht.  In een township is het gevaarlijk dat de deur altijd openstaat.  Veertig stappen rond de shiq en rond elk bedoeïenenhuis is iedereen veilig en beschermd.  Hebben twee mannen ruzie en kan een zijn huis bereiken, dan moet de ander de achtervolging stopzetten.  In de shiq wordt recht gesproken door de sjeik.  Het traditioneel rechtssysteem heeft twee pijlers :  de onaantastbaarheid van het huis en de bescherming van vrouwen.  Vrouwen hoeden de schapen en moeten dat veilig kunnen doen.  Aan een vrouw mag niet geraakt worden.  Nergens.

  • We slapen allen samen in de shiq.  Een zuurpruim die nog over ronken bromt.  Om 21u zijn de kaarsjes gedoofd en slaapt de meerderheid.  Het Bedoeïenengezelschap dat ter onzer ere van een bruiloft is overgekomen, blijft rond het vuur palaveren en zingen.  De rabâb is opgewarmd en vertelt zijn eeuwige verhalen.  We krijgen een verhaal cadeau ...  Een familie van Bedoeïenen is boos op een van de mannen, omdat hij voor een groot feest alle schapen heeft geslacht.  Ze laten hem met zijn twee vrouwen, bedienden en vele kinderen achter en trekken weg naar een andere plek.  Op een dag krijgt hij bezoek van tien personen.  Hij is radeloos en weet niet hoe hij zoveel bezoekers gepast kan ontvangen.  Door het vertrek van de familie is het gezin arm achtergebleven.  De twee echtgenotes springen hun man ter hulp en bieden zichzelf aan.  “Eet mij, eet mij”, zegt de een.  “Nee, eet mij, eet mij”, zegt de ander.  Maar de man vindt dit geen goed idee en blijft verder tobben.  Een van zijn vrouwen is sluwer dan de andere en komt met een idee.  “We moeten naar de kleren van de bezoekers kijken.  Indien ze strakke kleren aanhebben, zijn ze te voet gekomen.  Indien ze losse kleren aanhebben, zijn ze te paard of per kameel gekomen.”  De man begrijpt de hint en zet zich bij zijn bezoek rond het vuur.  Hij bekijkt de kleren en heeft al snel door dat het bezoek bereden is gekomen.  De dieren staan in de buurt van de shiq aangebonden.  Hij besluit met zijn sluwe echtgenote alle dieren te slachten en een heerlijke bedoeïenenmaaltijd te bereiden met de harten en levers van de kamelen en paarden.  De maaltijd wordt opgediend en het bezoek is opgetogen over de heerlijke maaltijd.  Tot een van reizigers zich afvraagt waar de arme gastheer toch zoveel dieren vandaan heeft.  Al snel begrijpen de genodigden hoe de vork aan de steel zit.  Verontwaardigd springen ze op, maar in de shiq van de gastheer kunnen ze hem niets doen.  Ze zetten zich weer en eten lekker verder.  Tot zover dit bloederig verhaal.  Het wordt weer berekoud en de venster moet dicht.  Wanneer we reeds lang thuis zijn, zal er nog rookgeur uit het meegenomen kampeergerief opstijgen. 




Bedoeïenen in andere landen

Bedoeïenen in Saoedi-Arabië
Het Arabisch Schiereiland is de oorspronkelijke thuisbasis van de bedoeïenen.  Omwille van een gebrek aan water en voedsel hebben ze zich dan verspreid naar de omliggende woestijnen. Volgens de traditie stammen de Saoedische Bedoeïenen af van twee groepen.  De ene vestigde zich in Zuidwestelijk Arabië in de bergen van Jemen en heten daarom de Jemenieten.  De tweede vestigden zich in Noord- en Midden-Arabië en beweert direct af te stammen van de Bijbelse Ismaël.  Volgens de islamitische traditie zou de profeet Mohammed zelf erin geslaagd zijn om de meeste Bedoeïenen tot de islam te bekeren.  De Bedoeïenen vormden de kern van de islamitische legers die het Midden-Oosten en Noord-Afrika binnenvielen in de zevende eeuw en later.  In Saudi-Arabië bleven de Bedoeïenen de meerderheid van de bevolking uitmaken tot de eerste helft van de 20e eeuw.  Hun aantal zou daarna door verandering van levensstijl sterk afgenomen zijn.  Volgens sommige schattingen waren er in 2000 toch nog ongeveer 829.000 Bedoeïenen in Saoedi-Arabië.

Bedoeïenen in Syrië
Sommige families emigreerden naar het Noorden en kwamen in Syrië terecht.  Het was een van de eerste landen waar de Bedoeïenen zich buiten de Arabische woestijn vestigden.  In Syrië zijn de Bedoeïenen als bevolkingsgroep erin beter in geslaagd om hun aparte levensstijl te behouden.  Vandaag zijn er meer dan een miljoen Bedoeïenen in Syrië.  Schapendrijven was bij hen gebruikelijk tot een ernstige droogte van 1958 tot 1961 het land teisterde.  Sinds toen hebben vele Bedoeïenen ook jobs buiten de landbouw.  Bedoeïenen zijn in Syrië vaak de speelbal geweest in een verdeel-en-heerspolitiek van de verschillende overheden die Syrië door de eeuwen heen hebben geregeerd.  Ze hebben daardoor wel een eigen plaats in de samenleving kunnen bewaren.

Bedoeïenen in Egypte

In Egypte wonen de Bedoeïenen vooral op het Sinaï-schiereiland en in de buitenwijken van Caïro.  De toeristische uitbouw van badplaatsen aan de Rode Zee, zoals Sharm el -Sheikh, betekent voor de Bedoeïenen een bedreiging van hun levenswijze.  Ze hebben echter ook niet veel geprofiteerd van de werkgelegenheid die dit meegebracht heeft.  Soedanezen en goedkope Egyptische arbeiders van elders werden naarhier gebracht.  Bedoeïenen vonden slechts werk in bijjobs, zoals taxichauffeurs, reisleiders, camping- of café-uitbaters. Maar veel Sinaï-Bedoeïenen zijn werkloos.  Zij die langs de grens tussen Egypte en Israël wonen, zijn vaak betrokken bij smokkelroutes voor drugs en wapens, of voor Afrikaanse vluchtelingen.  Ook in Egypte hebben de Bedoeïenen geen landrechten.  Zo verkocht de Egyptische regering veel woestijngrond aan hoteloperatoren, alsof de hele Sinaï eigendom van de staat was.  In 2012 voerde Egypte een grote militaire operatie aan de grens met Gaza uit waarbij ondergrondse tunnels die vanuit Egypte naar Gaza liepen, gesloten werden.

Bedoeïenen in Libanon
Bedoeïenen zijn in Libanon officieel gewone staatsburger, maar dit burgerschap betekent niet zo veel voor hen.  Ze gaan er immers van uit dat de hele Arabische wereld hun natie is.  Ze kwamen als nomaden op zoek naar weidegronden voor hun kamelen en kuddes.  Ze bleven omwille van het gulle, groene klimaat van Libanon.  Ze bleven tijdens de zomer in Libanon en reisden voor de winter terug naar de Badia (de Arabische Woestijn).  Maar na de scheiding van Syrië en Libanon tijdens de Franse periode, sloot Syrië zijn grenzen en bleven de Bedoeïenen in Libanon.  Ze werden er beschouwd als “welgestelde burgers”, omdat ze zelfvoorzienend waren.  Tijdens de tweede wereldoorlog zochten arme Libanese dorpelingen hulp bij hen. Maar na de oorlog verarmden de Bedoeïenen door droogte en verstedelijking. 

Bedoeïenen in Jordanië
De meeste Bedoeïenen migreerden tussen de 14de en 18de eeuw van het Arabische schiereiland naar wat vandaag Jordanië is.  Bedoeïenen maken nu 33% tot 40% van de bevolking uit.  Ze steunen van oudsher de monarchie in Jordanië en worden daarom als de ruggengraat van het Koninkrijk beschouwd.    Sinds 2007 is daar verandering in gekomen.  Bedoeïenen blokkeerden toen de  de belangrijke snelweg tussen Amman en de haven van Aqaba en raakten slaags met de politie.  Ze protesteerden tegen de stijgende kosten voor veevoeder en de overheidsaanpak van het vluchtelingenprobleem.  In 2011 namen Bedoeïenen deel aan betogingen tijdens de Arabische Lente. 

Bedoeïenen in Israël en Palestina
Een studie in 1999 schatte dat er 60000 Bedoeïenen in Israël buiten de Negev leven, 50000 in het noorden (Galilea en Golan) en 10000 in de centrale regio.  De meeste van hen kwamen hiernaartoe na 1948 toen ze uit de Negev verdreven werden.  Alle Israëlische Bedoeïenen werden staatsburger in 1954.  In 1948 vluchtten ook veel Bedoeïenen naar de Westelijke Jordaanoever in Gaza.  Hun aantal wordt vandaag op 20 à 25000 geschat.  Daarnaast leven in Gaza ook Bedoeïenen die er al van oudsher gevestigd zijn.  Tragisch is dat hun dorpen in de Bezette gebieden vaak opnieuw met ontruiming bedreigd zijn, wanneer Israëlische kolonisten hun oog op de gronden laten vallen.  Zo publiceerde Amnesty International in februari 2013 een rapport over zo’n 2.300 Bedoeïenen die in de buurt van Bab-al-Shams wonen en het vluchtelingenstatuut hebben.   Sommigen van hen werden in de jaren 90 al eens gedwongen om te verhuizen voor de uitbreiding van illegale Israëlische nederzettingen.

Maar er zijn ook Bedoeïenen in Soedan, Lybië, de Arabische Emiraten, Irak, Koeweit,   Bahrein, Tunesië, Marokko, Eritrea, Libanon, Jemen, Oman, en ...