Hashem Zaneh - Swiwin - Wadi al-Na’am
- Er staat een koude wind en er hangt regen in de lucht. De regenjassen moeten op tijd in de dagrugzakken gestoken worden. We zijn het niet gewoon. Amjad werkt voor Adalah. Hij heeft zijn fiets meegebracht, maar is het woestijnfietsen toch niet gewoon. Hij woont in Israël vlak bij de muur ter hoogte van Qalqiliya. Hij is het hele eind hierheen gekomen om ons de steun van zijn werkgever toe te zeggen. Adalah ("justitie" in het Arabisch) is een onafhankelijke organisatie voor mensenrechten en een juridisch steuncentrum. Sinds1996 komt het op voor de rechten van de 1,2 miljoen Palestijns-Arabische burgers van Israël, waaronder de Bedoeïenen. Adalah is minder actief op het terrein, maar des te meer in de rechtszaal. Voor we vertrekken, komt er meer uitleg over de gebeurtenissen van gisteren.

Bir Hadaj is een groot dorp met een bewogen geschiedenis. Er wonen 6000 mensen en sinds een tiental jaren is het dorp erkend. In 1970 moesten de bewoners verhuizen en hun gronden werden ingepalmd door een mosjav (een soort kibbutz). 1998 verhuisde het dorp tijdens een goed voorbereide nachtelijke actie opnieuw naar hun streek van oorsprong. Daarna volgde vrij snel de erkenning. Er werd met de mosjav onderling overeengekomen dat iedere familie 5 dunam zou krijgen voor eigen gebruik. Twee jaar geleden liet de overheid plots weten dat de overeenkomst geen waarde had en bepaalde ze eenzijdig dat elke familie maar 2 dunam krijgt. Op basis daarvan werd uitgetekend hoeveel land bij het dorp hoort en alle bouwsels die daarbuiten vallen, moeten gesloopt worden. Bir Hadaj legde zich daar niet bij neer en het is uniek in de geschiedenis van de Naqabbedoeïenen dat het dorp besloot zich tegen de overheidsbeslissing te verzetten. Normaal verdedigt elke familie zich afzonderlijk voor de rechtbank en wordt er gesloopt, dan kijken de dorpsbewoners lijdzaam toe. Niet zo in Bir Hadaj dat zich hiermee de bijnaam van “het Bil’in van de Naqab” verdiende. Recente vernielingen zijn er nog niet geweest, maar ook als de politie massaal aanrukt om sloopbevelen aan te plakken, werpt het dorp barricaden op. Enkele maanden terug kwam het tot een ware veldslag waarbij de politie traangas, stinkbommen en vuurkogels inzette. De politie veranderde toen van strategie en zet nu honderden manschappen in om door intimidatie te voorkomen dat de confrontatie escaleert. Bir Hadaj zou een testcase kunnen worden of de Bedoeïenen zich ook met geweld gaan verdedigen en waar dit dan op uitloopt.
- Het landschap wordt kaler en bruiner. Sinds woensdag al fietsen de kinderen van Aziz mee. Dat heeft tot gevolg dat het voor iedereen direct duidelijk is dat we met goede bedoelingen komen. Het koude weer kalmeert de gemoederen misschien ook. Het gaat behoorlijk op en af vandaag. In Swiwin worden we ontvangen door de 76-jarige sjeik. Als we hem vragen of hij denkt dat zijn kinderen in het dorp zullen blijven, roept hij hen bij zich. Ze schudden heftig van ja.
De sjeik heeft de verdrijving van de Bedoeïenen in 1948 uit Be’erSheva meegemaakt. Zijn clan kwam toen hier aanwaaien en vestigde zich met vier broers en hun gevolg. Ze versierden zelfs een officieel papier in het Hebreeuws dat ze hier mochten blijven. Dat papier heeft sindsdien zijn diensten bewezen. Soldaten druipen af, als ze dat papier onder hun neus krijgen. Maar meer dan “hier blijven” mag niet. Elk stenen bouwsel wordt platgelegd. Elke stratenbouw wordt ongedaan gemaakt. Er is geen elektriciteit en de shiq waarin we zitten, wordt ‘s avonds verlicht via een autobatterij. De sjeik heeft heel zijn leven gewerkt en belastingen betaald. Hij heeft zijn legerdienst in Gaza gedaan. Hij is echter blij dat jongeren nusteeds minder voor militaire dienst kiezen. Twee jaar geleden heeft het dorp een waterleiding van 30 kilometer bekostigd. Prijskaartje was 20000$. Maar zes maanden geleden kwamen ze de waterpijp vernielen en dreigden ermee de shiq plat te leggen, indien de dorpsbewoners zich roeren. De sjeik maakt de vergelijking met een boom die men omzaagt, zodra er een sinaasappel aan groeit. De overheid wacht tot de ouderen gestorven zijn, en hoopt dat de jongeren wel in de stad willen wonen. Sommigen willen vertrekken, indien ze een faire vergoeding krijgen waarmee ze elders iets kunnen kopen. Maar dat krijgen ze niet en een appartement in een township huren willen ze niet. In de tussentijd maakt de staat het de bewoners zo lastig mogelijk. Op de westbank hoor je net hetzelfde.
- ‘s Middags eten we in Wadi M’shash. Alweer een niet-erkend dorp. Er is geen tijd voor een grote ontvangst. We eten en rijden voort. Wanneer ik thuis Wadi M’shash in google intik, kom ik op wijlen Indymedia bij een oud persbericht van de Regional Council of Unrecognized Villages in the Negev (RCUVN). “The Government of Israel demolished five homes in the recognized village of Bir Hadaj: for political reasons. The government demolished another home of 10 children in the unrecognized village of Wadi Mshash, on a harsh, sandstorm day.” (19/2/09) Dat is het verwonderlijke. De informatie was er en is er. Er is veel over de onderdrukking van de Bedoeïenen te vinden en toch weet niemand ervan. RCUVN is een in 1997 opgerichte politieke vereniging van alle niet-erkende dorpen in de Naqab. De voorzitter van de Council, Hussein al -Rafay'a, en hij komt ons bijna elke avond bezoeken. Onderweg passeren we vandaag een waterput waar een tankwagen gevuld wordt. De bron dateert uit de Ottomaanse periode. Het nabijgelegen dorp mag geen waterleiding aansluiten. De wandelaars ontmoeten vandaag ook een familie bij een andere bron. Ze gaan mee naar hun huis dat onlangs gesloopt is. De familie zit tussen de puinhopen en is de wanhoop nabij. ‘s Avonds komen we toe in Wadi al-Na’am. De Bedoeïenen zijn hier zo zwart van huid als in diep-Afrika. Onze gastheer belooft ons verhaaltjes. We mogen thema’s voorstellen en hij zal erop inpikken. Vrouwen bijvoorbeeld. Maar we zijn moe en heel laat wordt het niet. We oefenen onze liederen ter voorbereiding van de slotmeeting morgen. Overmoedig als we zijn, voegen we er nog twee aan toe : Al Rabbayieh, een lied uit Shouting Fence en afkomstig van de tweede Intifada en zowaar een Nederlandstalig lied, Slaat op den Trommele.
Een shiq is een constructie om beschutting te bieden aan mannen. Oude vrouwen mogen de shiq enkel betreden in de voormiddag of ‘s avonds. Als in de shiq een bruiloft gevierd wordt, is iedereen welkom. Vrouwen mogen in de shiq bezoekers ontvangen, indien er geen mannen thuis zijn. In de shiq wordt gediscussieerd, bijvoorbeeld over de relaties tussen de clans. Jongens mogen komen luisteren. Nu praten ze ook mee. Dat is geëvolueerd. De shiq is zo een school voor hen. Een shiq heeft geen deur die op slot kan. Hij staat altijd open. Alle mannen, alle reizigers, alle bezoekers kunnen er terecht. In een township is het gevaarlijk dat de deur altijd openstaat. Veertig stappen rond de shiq en rond elk bedoeïenenhuis is iedereen veilig en beschermd. Hebben twee mannen ruzie en kan een zijn huis bereiken, dan moet de ander de achtervolging stopzetten. In de shiq wordt recht gesproken door de sjeik. Het traditioneel rechtssysteem heeft twee pijlers : de onaantastbaarheid van het huis en de bescherming van vrouwen. Vrouwen hoeden de schapen en moeten dat veilig kunnen doen. Aan een vrouw mag niet geraakt worden. Nergens.
- We slapen allen samen in de shiq. Een zuurpruim die nog over ronken bromt. Om 21u zijn de kaarsjes gedoofd en slaapt de meerderheid. Het Bedoeïenengezelschap dat ter onzer ere van een bruiloft is overgekomen, blijft rond het vuur palaveren en zingen. De rabâb is opgewarmd en vertelt zijn eeuwige verhalen. We krijgen een verhaal cadeau ... Een familie van Bedoeïenen is boos op een van de mannen, omdat hij voor een groot feest alle schapen heeft geslacht. Ze laten hem met zijn twee vrouwen, bedienden en vele kinderen achter en trekken weg naar een andere plek. Op een dag krijgt hij bezoek van tien personen. Hij is radeloos en weet niet hoe hij zoveel bezoekers gepast kan ontvangen. Door het vertrek van de familie is het gezin arm achtergebleven. De twee echtgenotes springen hun man ter hulp en bieden zichzelf aan. “Eet mij, eet mij”, zegt de een. “Nee, eet mij, eet mij”, zegt de ander. Maar de man vindt dit geen goed idee en blijft verder tobben. Een van zijn vrouwen is sluwer dan de andere en komt met een idee. “We moeten naar de kleren van de bezoekers kijken. Indien ze strakke kleren aanhebben, zijn ze te voet gekomen. Indien ze losse kleren aanhebben, zijn ze te paard of per kameel gekomen.” De man begrijpt de hint en zet zich bij zijn bezoek rond het vuur. Hij bekijkt de kleren en heeft al snel door dat het bezoek bereden is gekomen. De dieren staan in de buurt van de shiq aangebonden. Hij besluit met zijn sluwe echtgenote alle dieren te slachten en een heerlijke bedoeïenenmaaltijd te bereiden met de harten en levers van de kamelen en paarden. De maaltijd wordt opgediend en het bezoek is opgetogen over de heerlijke maaltijd. Tot een van reizigers zich afvraagt waar de arme gastheer toch zoveel dieren vandaan heeft. Al snel begrijpen de genodigden hoe de vork aan de steel zit. Verontwaardigd springen ze op, maar in de shiq van de gastheer kunnen ze hem niets doen. Ze zetten zich weer en eten lekker verder. Tot zover dit bloederig verhaal. Het wordt weer berekoud en de venster moet dicht. Wanneer we reeds lang thuis zijn, zal er nog rookgeur uit het meegenomen kampeergerief opstijgen.

Bedoeïenen in andere landen
Bedoeïenen in Saoedi-Arabië
Het Arabisch Schiereiland is de oorspronkelijke thuisbasis van de bedoeïenen. Omwille van een gebrek aan water en voedsel hebben ze zich dan verspreid naar de omliggende woestijnen. Volgens de traditie stammen de Saoedische Bedoeïenen af van twee groepen. De ene vestigde zich in Zuidwestelijk Arabië in de bergen van Jemen en heten daarom de Jemenieten. De tweede vestigden zich in Noord- en Midden-Arabië en beweert direct af te stammen van de Bijbelse Ismaël. Volgens de islamitische traditie zou de profeet Mohammed zelf erin geslaagd zijn om de meeste Bedoeïenen tot de islam te bekeren. De Bedoeïenen vormden de kern van de islamitische legers die het Midden-Oosten en Noord-Afrika binnenvielen in de zevende eeuw en later. In Saudi-Arabië bleven de Bedoeïenen de meerderheid van de bevolking uitmaken tot de eerste helft van de 20e eeuw. Hun aantal zou daarna door verandering van levensstijl sterk afgenomen zijn. Volgens sommige schattingen waren er in 2000 toch nog ongeveer 829.000 Bedoeïenen in Saoedi-Arabië.
Bedoeïenen in Syrië
Sommige families emigreerden naar het Noorden en kwamen in Syrië terecht. Het was een van de eerste landen waar de Bedoeïenen zich buiten de Arabische woestijn vestigden. In Syrië zijn de Bedoeïenen als bevolkingsgroep erin beter in geslaagd om hun aparte levensstijl te behouden. Vandaag zijn er meer dan een miljoen Bedoeïenen in Syrië. Schapendrijven was bij hen gebruikelijk tot een ernstige droogte van 1958 tot 1961 het land teisterde. Sinds toen hebben vele Bedoeïenen ook jobs buiten de landbouw. Bedoeïenen zijn in Syrië vaak de speelbal geweest in een verdeel-en-heerspolitiek van de verschillende overheden die Syrië door de eeuwen heen hebben geregeerd. Ze hebben daardoor wel een eigen plaats in de samenleving kunnen bewaren.
Bedoeïenen in Egypte
In Egypte wonen de Bedoeïenen vooral op het Sinaï-schiereiland en in de buitenwijken van Caïro. De toeristische uitbouw van badplaatsen aan de Rode Zee, zoals Sharm el -Sheikh, betekent voor de Bedoeïenen een bedreiging van hun levenswijze. Ze hebben echter ook niet veel geprofiteerd van de werkgelegenheid die dit meegebracht heeft. Soedanezen en goedkope Egyptische arbeiders van elders werden naarhier gebracht. Bedoeïenen vonden slechts werk in bijjobs, zoals taxichauffeurs, reisleiders, camping- of café-uitbaters. Maar veel Sinaï-Bedoeïenen zijn werkloos. Zij die langs de grens tussen Egypte en Israël wonen, zijn vaak betrokken bij smokkelroutes voor drugs en wapens, of voor Afrikaanse vluchtelingen. Ook in Egypte hebben de Bedoeïenen geen landrechten. Zo verkocht de Egyptische regering veel woestijngrond aan hoteloperatoren, alsof de hele Sinaï eigendom van de staat was. In 2012 voerde Egypte een grote militaire operatie aan de grens met Gaza uit waarbij ondergrondse tunnels die vanuit Egypte naar Gaza liepen, gesloten werden.
Bedoeïenen in Libanon
Bedoeïenen zijn in Libanon officieel gewone staatsburger, maar dit burgerschap betekent niet zo veel voor hen. Ze gaan er immers van uit dat de hele Arabische wereld hun natie is. Ze kwamen als nomaden op zoek naar weidegronden voor hun kamelen en kuddes. Ze bleven omwille van het gulle, groene klimaat van Libanon. Ze bleven tijdens de zomer in Libanon en reisden voor de winter terug naar de Badia (de Arabische Woestijn). Maar na de scheiding van Syrië en Libanon tijdens de Franse periode, sloot Syrië zijn grenzen en bleven de Bedoeïenen in Libanon. Ze werden er beschouwd als “welgestelde burgers”, omdat ze zelfvoorzienend waren. Tijdens de tweede wereldoorlog zochten arme Libanese dorpelingen hulp bij hen. Maar na de oorlog verarmden de Bedoeïenen door droogte en verstedelijking.
Bedoeïenen in Jordanië
De meeste Bedoeïenen migreerden tussen de 14de en 18de eeuw van het Arabische schiereiland naar wat vandaag Jordanië is. Bedoeïenen maken nu 33% tot 40% van de bevolking uit. Ze steunen van oudsher de monarchie in Jordanië en worden daarom als de ruggengraat van het Koninkrijk beschouwd. Sinds 2007 is daar verandering in gekomen. Bedoeïenen blokkeerden toen de de belangrijke snelweg tussen Amman en de haven van Aqaba en raakten slaags met de politie. Ze protesteerden tegen de stijgende kosten voor veevoeder en de overheidsaanpak van het vluchtelingenprobleem. In 2011 namen Bedoeïenen deel aan betogingen tijdens de Arabische Lente.
Bedoeïenen in Israël en Palestina
Een studie in 1999 schatte dat er 60000 Bedoeïenen in Israël buiten de Negev leven, 50000 in het noorden (Galilea en Golan) en 10000 in de centrale regio. De meeste van hen kwamen hiernaartoe na 1948 toen ze uit de Negev verdreven werden. Alle Israëlische Bedoeïenen werden staatsburger in 1954. In 1948 vluchtten ook veel Bedoeïenen naar de Westelijke Jordaanoever in Gaza. Hun aantal wordt vandaag op 20 à 25000 geschat. Daarnaast leven in Gaza ook Bedoeïenen die er al van oudsher gevestigd zijn. Tragisch is dat hun dorpen in de Bezette gebieden vaak opnieuw met ontruiming bedreigd zijn, wanneer Israëlische kolonisten hun oog op de gronden laten vallen. Zo publiceerde Amnesty International in februari 2013 een rapport over zo’n 2.300 Bedoeïenen die in de buurt van Bab-al-Shams wonen en het vluchtelingenstatuut hebben. Sommigen van hen werden in de jaren 90 al eens gedwongen om te verhuizen voor de uitbreiding van illegale Israëlische nederzettingen.
Maar er zijn ook Bedoeïenen in Soedan, Lybië, de Arabische Emiraten, Irak, Koeweit, Bahrein, Tunesië, Marokko, Eritrea, Libanon, Jemen, Oman, en ...