donderdag 16 mei 2013

donderdag 4 april 2013 en wat meer over apartheid in Israël

Alsira - Tel el-Malach - a-Raara - as-Shahabi - Hashem Zaneh 
  • We worden verkleumd wakker met twee berichten.  Selim moet zich melden bij de politie en zal dus met vertraging de bagage komen oppikken.  En vanuit Be’erSheva wordt gemeld dat een grote colonne politievoertuigen met honderden ordedienaren met onbekende eindbestemming richting Naqab vertrokken is.  En nu ?  Allemaal in de bus en de politie achterna ?  We besluiten de geplande route te handhaven, maar de berichtgeving uit Be’erSheva van nabij te volgen.  Indien opportuun kan een wagen met journaliste en fotografen ook later nog op pad gestuurd worden.  Tel el-Malach ligt om de hoek.  Het is alweer een vreemd dorp.  Er valt geen kern te bespeuren en de hutten liggen verspreid over een grote afstand.  Het dorp is getipt dat we langskomen, en we worden door de imam met koek en frisdrank ontvangen bij de moskee.


     In 1977 sluit Israël vrede met Egypte en wordt de Sinai teruggegeven.  Het Israëlisch leger trekt zich terug in de Naqab en laat haar oog vallen op de gronden van Tel el-Malach om er de Nevatim luchtmachtbasis te vestigen.  De Naqab is eindeloos, maar de basis moet net hier ingeplant worden.  5000 Bedoeïenen wordt een schamele compensatie aangeboden, maar ze weigeren te verhuizen.  Het leger vliegt Turkse arbeiders in en de werken starten gewoon.  Al gauw wonen de Bedoeïenen tussen de legerbarakken en nog een beetje later scheren de vliegtuigen over hun daken.  Uiteindelijk moet iedereen wel verhuizen, maar 90% weigert de compensatie nog steeds.  De moskee in wiens schaduw we staan, is nog relatief nieuw.  5 februari 2003 werd de vorige dorpsmoskee door bulldozers vernield.  Het was de eerste keer dat zoiets gebeurde. 
 

  • Het is een dag van onverwachte ontmoetingen.  Ook in a-Raara (zoals steeds zijn er verschillende transcripties mogelijk) wacht ons een uitgebreide ontvangst.  Dit keer in de shiq met thee, koffie en een welkomstpapje.  Het is een soort ongezoete rijstpap.  Kenners ontwaren er gerstkorrels, safraan en grünkern in.  Grünkern (“frika” in het Arabisch) is groene, onrijpe spelt en is ook in Duitsland populair.  De dorpsoudste is 81 jaar en doet als sjeik zijn verhaal.  Hij is geboren en getogen in het dorp.  Rond het vuur horen we ook voor het eerst de klanken van de rabâb ... 
     In a-Raara wonen 2000 mensen.  Het dorp is niet-erkend en stamt af van drie families.  Er is geen school, geen medische hulppost, geen elektriciteit.  Voor alles moeten ze naar Be’erSheva, 25 kilometer.  We leren hier dat schapen die opgroeien in een niet-erkend dorp, ook vogelvrij zijn.  Ze kunnen niet zomaar geweid worden.  Joodse kolonisten mogen overal komen met hun schapen, maar de schapen van a-Raara hebben toestemming nodig, zeker als het droog is en het gras schaars.  Het dorp heeft een waterleiding van acht kilometer bekostigd en heeft legaal water.  Voor het water betalen ze 20 shekel per kubieke meter.  Joodse kolonisten betalen 6 shekel.  In het dorp is er geen werk.  Slechts enkelen kunnen leven van het boerenbedrijf.  De rest is verplicht om bij joodse werkgevers te gaan (transport, bouw,...)  Het dorp heeft al verschillende vernielingen gekend.  Er wordt geen enkel stenen huis meer gebouwd, want alles gaat onmiddellijk plat.  De sjeik is de wanhoop nabij, want huwen kan naar Bedoeïense traditie enkel, indien je eerst een huis hebt gebouwd.  Het JNF wil binnen afzienbare tijd het dorp met de grond gelijkmaken.  Er moet een bos verrijzen ...
 

  • We hebben weer nieuwe begeleiders.  Michaël komt uit Tel Aviv en maakt zich populair, want hij spreekt Frans.  Uiteindelijk blijkt hij zelfs redelijk Nederlands te spreken, want hij heeft jarenlang in Amsterdam gewoond.  We hebben het over de kennis die Bedoeïenen hebben om te overleven en zich te oriënteren in de woestijn.  Bedoeïene gidsen zijn daarom gegeerd bij de militairen.  Maar de Bedoeïenen zetten hun kennis ook op andere manieren in.  Michaël vertelt dat er de laatste maanden heel wat te doen is over smokkelroutes tussen de Sinai en de Naqab waarlangs Afrikaanse vluchtelingen illegaal Israël worden binnengebracht.  Bedoeïenen gidsen vooral Soedanezen en Eritreërs vanuit Egypte over de grens en droppen ze bij een militaire uitkijkpost.  Daar worden ze opgepakt en in een opvangkamp gestoken.  Omdat voor hun land een groepsbescherming geldt, worden ze na de nationaliteitsbepaling verder met rust gelaten en gewoon met een enkel ticket op de bus naar Tel Aviv gezet.  De verhalen in de woestijn zijn eindeloos.  Ondertussen sijpelt door dat de politiecolonne op weg is naar Bir Hadaj, een afgelegen dorp in het zuiden.  We wachten af.  De afstanden in de woestijn zijn moeilijk in te schatten.  Onze gidsen geraken de weg kwijt in de wirwar van zandpisten en de taaie hellingen vragen meer tijd dan op een kaart kan afgelezen worden.  Amir is afkomstig van de streek en loodst ons naar as-Shahabi.  De middagpauze wenkt pas rond 15u, maar zet ons in vuur en vlam met razend brandende pepperonimelk.
     as-Shahabi is een druk, groot dorp van 3000 inwoners.  Het niet-erkende dorp heeft een eigen schooltje en een medische hulppost die zelf gefinancierd worden.  Er zijn geen watervoorziening, geen elektriciteit, geen verharde straten of andere overheidsdiensten.  Een joodse kolonist uit Engeland heeft zijn oog op het schooltje en de omgeving laten vallen en is gerechtelijke procedures gestart om de terreinen op te eisen.  Regavim is een ultraorthodoxe drukkingsgroep die hem daarbij steunt.  Ze gaan altijd op zoek naar legale argumenten om grond op te eisen en worden daarin meestal door de rechtbanken gevolgd.  Toch kon op 11 januari 2010 een dagcentrum voor kinderen in een omgebouwde moskee geopend worden.  UNRWA Commissaris-generaal Karen AbyZayd verwees er in haar afscheidsspeech op 20 januari 2010 in Sheikh Jarrah naar en voegde eraan toe dat de Bedoeïenen als bevolkingsgroep misschien wel het zwaarst getroffen worden door de Israëlische staatspolitiek.  “Ze zinken weg in voedselonzekerheid en bittere armoede, omdat hen de toegang tot weideland en natuurlijke hulpbronnen sterk beperkt wordt door de bezettende macht.  Administratieve sloopbevelen, gedwongen uitzettingen, krimpende bestaansmiddelen, armoede en intimidatie door kolonisten zijn de belangrijkste redenen om het schapenbedrijf op te geven en weg te trekken."
 

  • Het laatste stuk tot Hashem Zaneh is zo ver niet meer.  Dat kennen we.  Het is niet meer zo warm en we schieten op.  Er hangen zelfs dreigende wolken in de lucht.  Onderweg passeren we spichtige graanvelden.  De winter is het regenseizoen en graan moet in de vroege lente geoogst worden voor de zon alles wegbrandt.  Er is nog geen definitief bericht over Bir Hadaj.  Er zouden geen huizen geruimd zijn, maar er is wel gevochten.  Morgen krijgen we meer nieuws.  In Hashem Zaneh wacht ons een heuse guesthouseservice.  Wat direct opvalt is het groen dat dit dorp opfleurt en de speeltuin die kinderen uitnodigt om kind te zijn.  Er zijn zelfs douches en toiletten die weliswaar niet berekend zijn op een bestorming van 27 verfomfaaide Belgen.  George Orwell schreef in zijn Hommage to Catalonia dat je in een oorlog er snel aan went om je niet te wassen en geen propere kleren te hebben.  Welaan, hij had gelijk.  We hebben voor het eten nog wat tijd over om onze liederen op te frissen.  We voegen er nog een vierde lied aan toe :  No no we shall not be moved (x2) / this is our hooooome / this is bedouin land / we shall not be moved.  Het lied wordt direct door kinderen en door Aziz opgepikt.  Het zal ons vanaf nu tot al-Araqib begeleiden. 
     Het Arabisch-Joods Centrum voor Gelijkheid, Emancipatie en Samenwerking (AJEEC) samen met de Regionale Raad voor de niet-erkende dorpen opende in Hashem Zaneh op 30 april 2006 het eerste educatieve activiteitencentrum in een niet-erkend dorp.  Het geld kwam van de Bernard van Leerstichting uit Den Haag die projecten in de Naqab steunt om ondervoeding te voorkomen bij jonge kinderen die opgroeien in een ongezonde fysieke omgeving (gebrek aan schoon water, elektriciteit, afvalverwerking, hygiëne, transport en recreatie).  Het educatieve activiteitencentrum omvat een grote speeltuin met glijbanen, schommels, zandbak en klimrekken ; preschoolse opvang voor 18 kinderen tussen 1 en 5 jaar ; en een vormingscentrum voor jongeren om ze te betrekken bij de educatieve activiteiten.  Jon Allen, de Canadese ambassadeur in Israël, zei in zijn openingsspeech:  "Toen ik voor een rondleiding naar de Naqab kwam, dacht ik dat ik u wel iets zou kunnen bijbrengen.  Vandaag weet ik dat we in Canada veel van u te leren hebben over hoe sociale projecten ten voordele van de bevolking moeten worden uitgevoerd in samenwerking met de bevolking.” 
 

  • De aanwezigheid van de Canadese ambassadeur was wellicht te danken aan Emilie Le Febvre, een Canadese doctoraatsstudente die in het dorp woont en helaas net afwezig was tijdens ons bezoek.  Zij baat het guesthouse uit.  Haar onderzoeksproject gaat over de ontoereikendheid van verbale bronnen (overleveringen).  Visueel materiaal is beter in staat om gebruiken en sociale omgangsvormen te beschrijven.  We slapen in een ontmoetingszaal die naast de shop gelegen is waar veel visueel aantrekkelijk materiaal kan gekocht worden.  Maar voor de nachtrust worden we nog ingewijd in de geheimen van de debka :  schouder aan schouder dansen een rij mannen op een bezwerend ritme van een monotone zangstem.  De muziek dendert uit een geluidsinstallatie die menig westerse deejay groen zou doen uitslaan.  De zanger improviseert op het thema “een man alleen valt ten prooi aan de wilde dieren”.  Althans dat vertelt ons Aziz.  Maar volgens andere bronnen worden de geneugten van koffie en ander lekkers even goed bezongen.  In de shiq leren we ook een jonge Bedoeïen kennen die op vakantie in zijn dorp is.  Hij leeft en studeert in Moldavië waar meer dan 1000 Bedoeïenen studeren.  In Israël is het moeilijk om een studieplaats te bemachtigen ...

Israël en een politiek van apartheid

De vraag is niet of Israël net op dezelfde manier apartheid toepast als dat in Zuid-Afrika het geval was.  Er bestaat een internationaal aanvaarde definitie van apartheid die geformuleerd werd in 2002 in de oprichtingsstaturen van het Internationaal Strafhof.  Apartheid hoort bij de “misdaden tegen de mensheid” en wordt omschreven als onmenselijke handelingen begaan “in de context van een geïnstitutionaliseerd regime van systematische onderdrukking en dominantie gepleegd door één raciale groep over een of meerdere andere raciale groep of groepen en begaan met de bedoeling om dat regime te kunnen bestendigen. "

Enkele voorbeelden van Israëls apartheidspolitiek :

Het recht op terugkeer bestaat alleen voor Joden
Palestijnen is het recht ontzegd om terug te keren naar woningen en gronden die hen door Israël zijn afgenomen, terwijl iedereen waar ook ter wereld met één Joodse grootouder zich kan vestigen in Israël.

Beperkingen op Palestijnse groei
Sinds 1948 zijn tal van nieuwe nederzettingen opgericht voor Joden, maar heel weinig voor de Palestijnen.

Ongelijke financiering voor Palestijnse steden
Palestijnse steden en dorpen in Israël krijgen niet dezelfde financiële middelen als joodse gemeenten, ook al zijn de belastingtarieven gelijk voor Palestijnen en Joden.

Ongelijke toepassing van de wet
Ondanks het Israëlisch staatsburgerschap maakt de wet toch een onderscheid tussen Joodse en Arabische Israëli's op basis van een zogenaamde "Joodse nationaliteit."

Geen grondwettelijke bescherming van minderheden
Israël riep zich uit tot “een staat van het Joodse volk", maar heeft geen grondwet die de rechten van d24,5% van niet-joodse burgers beschermt.

Ongelijke financiering voor Palestijnse onderwijs

Er zijn aparte schoolsystemen voor Palestijnen binnen Israël die ook minder goed gefinancierd worden.

Beperkte toegang tot goede banen voor de Palestijnen

Legerdienst is een voorwaarde voor vele private en publieke jobs.

Confiscatie van Palestijns land voor joods gebruik

Land van Palestijnse dorpen wordt in beslag genomen en ter beschikking gesteld voor Joods gebruik.

Israëlische vlag discrimineert
De vlag van Israël toont het religieuze symbool van het jodendom, hoewel bijna een kwart van de burgers christen of moslim is.

Ontkenning van gezinshereniging voor Arabieren

In 2003 stemde de Israëlische Knesset een wet waarbij een verblijfsstatus voor Palestijnen uit de Westelijke Jordaanoever of de Gazastrook onmogelijk gemaakt wordt ook al trouwen ze met een Israëlisch staatsburger.

Ongelijke compensatie voor oorlogsschade
Na de oorlog in Libanon werd aan Palestijnse dorpen schadevergoeding geweigerd.

Palestijnse geschiedenis en grenzen van Israël geschrapt uit geschiedenisboeken
Het is aan leerkrachten niet toegestaan om studenten op openbare scholen onderricht te geven over de Palestijnse geschiedenis.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten