- De taxirit verloopt voorspoedig. Een drone begeleidt ons zelfs een tijdje (of was het toch een ufo?) Welkom in Israël ! We verzamelen met de 25 andere Belgische actievoerders in het Multaka-Mifgash Center for Arab-Jewish Understanding dat uitgebaat wordt door het Negev Coexistence Forum. Het cultureel centrum heeft als doelstelling om direct contact tussen mensen en groepen te bevorderen en op die manier vooroordelen en mythes te ontkrachten. Multaka (Arabisch) en mifgash (Hebreeuws) betekenen beide ontmoeting. De kantoren en ontmoetingsruimtes van het Forum bevinden zich in een ... betonnen schuilkelder. Zo belangrijk vindt Be’erSheva deze doelstellingen. We eten snel iets en wisselen verhalen uit hoe ieder tot in de bunker geraakt is. Enkelen zijn al zwaar aangepakt aan de grens. Maar we moeten al op pad, want een eerste afspraak wacht ons nog voor de middag. Rahat is één van de zeven erkende townships voor Bedoeïenen en ligt op amper 20 kilometer van Be’erSheva. Israël zelf gebruikt het woord township en verwijst hiermee expliciet naar de apartheidspolitiek van Zuid-Afrika.
We worden ontvangen in het Community Center van Rahat door de Directeur en drie van zijn medewerkers. Twee spreken Duits en twee Engels. Taal zal een thema zijn gedurende deze “Belgische” missie. Rahat is een van de zeven erkende townships voor Bedoeïenen en is de enige die van Israël het statuut van Stad kreeg. Er wonen meer dan 50000 mensen ingedeeld per familieclan in 33 wijken. Elke wijk is omgeven door een wadi (een gracht of grensweg). Het gemiddeld inkomen in Rahat in 2009 was 3961 shekel (gemiddelde voor heel Israël 7070 shekel) en de tendens is dalend (-0,8% ten opzichte van 2000). Daarmee is Rahat de armste stad van Israël. Nog geen 50% van de jongeren haalt een middelbaar diploma. Er wordt geen hoger onderwijs aangeboden, noch in Rahat of noch in een van de andere townships. Israël is enkel geïnteresseerd in het verzamelen en controleren van Bedoeïenen en heeft verzuimd om in de townships ook te investeren. De nationale bussen raasden tot 2009 enkel door Rahat. Sinds dan zijn er toch enkele transregionale lijnen de binnenstad aandoen. Rahat is een slaapstad met hoge werkloosheid en criminaliteit. Een gemeenschapscentrum zou een belangrijke functie kunnen hebben, maar ook hier investeert Israël maar heel beperkt. Een stad van deze omvang zou elders in Israël vijf tot zes gemeenschapscentra krijgen. In Rahat is er maar één en het beschikt slechts over 30% van de financiële middelen die eigenlijk nodig zijn om goed werk te kunnen doen in de stad.
- Tijdens de uiteenzetting van de directeur doet zich een incident voor met twee joods-israëlische aanwezigen. Ze onderbreken de directeur en loven hem voor zijn analyse, maar ... zijn analyse is onvolledig. Israël brengt immers ook beschaving en cultuur naar de Bedoeïenen. Volgens hen moet de directeur ook vertellen hoe de Bedoeïenen vroeger leefden, in welke barre omstandigheden en bittere vrouwenonderdrukking. Israël kan en moet nog meer doen, maar het heeft de Bedoeïenen al heel wat vooruitgang gebracht. De gemoederen raken verhit en de discussie moet buiten worden voortgezet.
60% van de inwoners is jonger dan 18 jaar. Het gemeenschapscentrum kan onmogelijk aan al die kinderen iets bieden. Geregeld worden vakantiekampen georganiseerd waarvoor 50 shekel (ongeveer 10 euro) gevraagd wordt. Maar zelfs dat luttele bedrag is voor veel families nog te hoog. Onderwijs wordt door Israël georganiseerd. Positief is dat Arabisch de basistaal in de scholen is. Hebreeuws wordt al snel als tweede taal aangeleerd (Engels als derde). We zullen tijdens onze tocht merken dat veel Bedoeïenen zeer goed Hebreeuws spreken. Omgekeerd is het echter niet zo dat Joodse Israëli’s ook Arabisch zouden kennen (toch de officiële tweede taal in Israël en de eerste taal voor 1,2 miljoen Israëli’s, bezette gebieden niet meegerekend). Op school leren de kinderen niets over hun geschiedenis en cultuur. Het geschiedenisonderwijs over de Bedoeïenen begint maar in 1948 ...
Het centrum wil emancipatorisch werken : Bedoeïenen moeten niet bedelen om hulp en afwachten tot ze iets krijgen, maar ze moeten eisen waarop ze recht hebben en zelf verlangens formuleren overeenkomstig hun tradities en gebruiken. Met deze nieuwe strategie heeft de directeur de indruk dat de situatie verbeterd. Bedoeïenen zijn geen tweederangsburgers, maar volwaardige Israëlische staatsburgers die recht hebben op alle voordelen zoals elke Israëli. De directeur wil ertoe bijdragen om te zoeken hoe in een nieuwe context (een stedelijke omgeving) de eigen Bedoeïense identiteit zich verder kan ontwikkelen. Respect voor de wet is daarbij van belang, maar ook een houding waarbij onverbloemd eisen aan de staat gesteld worden. De clantraditie heeft de Bedoeïenen te lang belet om met hun achterstelling naar buiten te komen. Het is tijd om het Bedoeïenenverhaal aan de grote wereldklok te hangen ! Traditioneel is de bedoeïeienidentiteit met dorpsleven verbonden. Hier in Rahat willen ze onderzoeken hoe dit naar een stedelijke context kan vertaald worden. Maar, voegt hij eraan toe, het is belangrijk dat alle Bedoeïenen vrij kunnen kiezen of ze in een dorp of in de stad willen leven !
- We sluiten ons bezoek aan Rahat af met een voorstelling van het werk van Khader Oshah (zie kadertje). Daarna gaat het terug met de auto/bus/pick-up naar Be’erSheva. Vandaag is nog alles op vier wielen. We worden voor het avondmaal weer verwacht in de Multaka. Dit keer is er een heel ontvangstcomité : vertegenwoordigers van verschillende dorpen waar we op onze tocht halt zullen houden, zijn aanwezig. Er zijn toespraken en korte voorstellingen. Er wordt gespierde taal gesproken. We doen ook een volledige tour de table, het is te zeggen een “tour de tapis”, want we zitten allemaal op bedoeïenentapijten. 27 Belgische activisten en een 20-tal Bedoeïenen en joodse activisten stellen zich een voor een voor. Het klinkt moeizaam, maar het liep vlot en we zullen het onderweg nog enkele keren herhalen. Het hoort bij de spreekwoordelijke gastvrijheid van dit woestijnvolk.
Bedoeïenen zijn een volk dat getekend is door de omstandigheden waarin ze al eeuwenlang leven. De clanstructuur is er een voorbeeld van. In extreme woestijnomstandigheden moet je onvoorwaardelijk op familiebanden kunnen terugvallen om te overleven. Gastvrijheid is een ander mooi gevolg. Gastvrijheid is wederzijds : ik bied gastvrijheid aan onverwachte reizigers, maar krijg er opvang voor in de plaats, indien ik het in de woestijn nodig heb. Gastvrijheid is een ritueel. Een vreemdeling is drie dagen welkom zonder dat hem iets over zijn achtergrond gevraagd wordt. In de woestijn is elk nieuw gezicht een verrassing en ook iets om naar uit te kijken. Het maakt nieuwsgierig en is een goede reden om de rabâb nog eens boven te halen, het eensnarig muziekinstrument en voorloper van de rebec waarover we in het lied The Singer of Wind and Rain zingen.
Wanneer een gast aankomt, worden tapijten uitgespreid en zoete thee geschonken. We zullen het onderweg nog vaak mogen genieten. Maar het hoofdritueel is de koffie, verse ongezoete kardamomkoffie. Bonen worden geroosterd en “geklopt” waarbij de houten koffievijzel als drum bespeeld wordt. De koffie moet drie keer opkoken en mag dan eindeloos bij het houtvuur “staan en trekken”. Het resultaat is een diepdonkere droesem die uit kleine voor de helft gevulde “koffiehoedjes” gedronken wordt. “Een kop voor de gast, een kop voor het genoegen en een kop voor het zwaard”, is een oud Bedoeïens spreekwoord. Het zwaardkopje verwijst naar een engagement : wie de derde kop drinkt, zal conflicten niet uit de weg gaan en verklaart zich bereid om oplossingen te zoeken. Het koffieritueel smeedt een toekomstband.
Ondanks de gesloten en wellicht soms onderling vijandige clansfeer leren we de Bedoeïenen kennen als warme, vriendelijke mensen. We zoeken onze studentenstudio’s op.
Khader Oshah : De Arabische Lente
Khader Oshahs levensverhaal en zijn artistieke werken zijn nauw verstrengeld. Hij is in 1966 geboren in Gaza in een vluchtelingenkamp, huwde een Bedoeïenenvrouw en woont nu in Israël als Israëlisch staatsburger in de enige Bedoeïenenstad Rahat.
In zijn werk reageert hij emotioneel en bezorgd op de dramatische en gewelddadige gebeurtenissen die in Tunesië begonnen op 18 december 2010 en heel de Arabische wereld op stelten zetten, "de Arabische Lente" (in het Arabisch a-Abia al-Arabi). Hij voelt zich een waarnemer die op drie manieren bij deze Lente betrokken is. Als Arabier is hij bij de intensiteit van de protesten van zijn Volk betrokken. Als Israelisch staatsburger neemt hij waar hoe de revolutie aanleiding was voor Arabische leiders om het leger tegen hun eigen volk in te zetten. Als moslim zag hij hoe de zuivere "Weg van de Vrede" van de Koran besmet en misbruikt werd. Oshah hield beklijvende beelden van de Arabische lente op zijn computer bij en verwerkte ze tot een persoonlijke mengeling van woede, verbazing, shock en compassie.
Oshah kan in zijn schilderijen zijn mening ventileren en zijn afschuw voor het bloedvergieten. vergoten. Hij zoekt aansluiting bij de traditie van de Europese schilderkunst waarin bijvoorbeeld expressieve zwart-wit scènes getoond worden. Sommige geschilderde scènes van Oshah zijn expliciete verwijzingen naar Europese meesterwerken als de Piëta van Michelangelo Buonarotti' (1499) of De anatomische Les van Rembrandt van Rijn (1632) en "De Schreeuw" van Edvard Munch (1893). De associaties verbinden heden en verleden, historische beelden van vluchtelingen, emigratie en deportatie met oude en vergeelde foto's uit het privéleven van de kunstenaar zelf. Voor de toeschouwer is het niet altijd duidelijk welke beelden uit het collectief-historisch geheugen komen en welke gebaseerd zijn op internetfilmpjes. In 2010 werkte hij samen met de joodse kunstenaar Ha’im Maor aan het project The family : a project of reconciliation. Samen wilden ze banden smeden tussen de verschillende gemeenschappen in Israël.
Khader Oshah heeft al overal tentoongesteld, van New York tot Taipeh. Maar nog niet in België ...


Geen opmerkingen:
Een reactie posten