vrijdag 17 mei 2013

woensdag 3 april 2013 en wat meer over het Prawer-plan

Umm el-Hiran - Yatir - Darejat - Alsira
 

  • Barack is onze NCF-gids vandaag (en gisteren).  Hij is een Israëlische puzzel :   helemaal mee met het Bedoeïenenverhaal en de racistische politiek van de staat, maar trots op zijn legerdienst en wat hij voor het joodse vaderland gedaan heeft.  We fietsen langs sjofele hangaars en gammele zeildoekconstructies die eenzaam in het woenstijnlandschap staan.  Kiezen de bewoners hiervoor ?  Barack twijfelt.  Ze hebben geen keuze, bedenkt hij dan.  Bouwen ze, dan wordt het afgebroken.  Vooraan fietst Ye’ela Raanan.  Ex-kampioene mtb in Israël, maar dat weten we op dat moment nog niet.  Ze gidst ons door Yatir Forest.  Ze is geboren en getogen in de Negev, maar dan in het joodse Arad.  Ze doorprikt onderweg veel propaganda.  Bv. de bedoeïenengeit vreet alle struiken op en dat is de reden voor de woenstijnvorming :  JNF-praatjes.  De woestijn is makkelijk te verbouwen, als je terrassen aanlegt die het water kunnen bijhouden : JNF-praatjes.  De pijnbomen die het JNF overal massaal plant, blijken het maar 8 jaar uit te houden en dan sterven ze af.  Het boombestand moet dus constant vernieuwd.  


    Het Yatirwoud is het grootste van het land, 30km2.  Israël pakt graag uit met dit woestijnsucces.  Maar het bos ligt niet toevallig vlak bij de grens met de Westelijke Jordaanoever en op de plaats waar ooit sprake was van een landverbinding met Gaza.  Tot 1950 waren er in dit gebied verschillende dorpen.  Al die bewoners zijn verjaagd of naar Hura gestuurd.  Het woud verhindert hun terugkeer.  Israël heeft verschillende strategieën om land te claimen en bedoeïenenvrij te maken :  bv. grote projecten (kazernes, fabrieken, een gevangenis, wegenwerken,...) en joodse eengezinsboerderijen.  Een bedoeïenenfamilie in een erkend dorp mag maximaal 20 dunums  (200 are) land bewerken ; een joodse eengezinsboederij tot 1000 dunums.  Israël stimuleerde deze boederijen heel erg, tot een bedoeïenenfamilie ook dit statuut aanvroeg en het Hooggerechtshof besliste dat ze niet mocht gediscrimineerd worden.  Gedaan met de eengezinsboerderijen, maar de 50 joodse die er al waren, mogen blijven.  Het Jewish National Fund is een ander werkinstrument voor de judaïsering van Israël.  Het JNF functioneert als NGO, maar heeft de dimensies van een multinational.  Het verwerft dure stukjes land (bv. dichtbij de grote steden) en ruilt die dan met de staat voor grote stukken land in de Negev of op de Golanhoogte bijvoorbeeld.  JNF ontwikkelt dat land en verkoopt het door, uiteraard enkel aan Joden.  Zo bereikt de staat via een omweg wat ze zelf grondwettelijk niet mag, namelijk enkel aan Joden verkopen.  Daarnaast werkt het JNF aan een “groen imago” door bossen aan te planten zoals dit Yatirwoud of ook het Ambassador’s Forest dat we later nog in al-Araqib zullen bezoeken.  De ecologische saus dient om een zionistische agenda te verbergen.  

In 1948 wist Israëlstichter Ben-Gurion al dat de sleutel voor de toekomst in de woestijn lag :  “In de Negev zullen we geen land kopen.  We zullen het veroveren.  Vergeet niet dat we in staat van oorlog zijn.”  En hij verklaarde alle ongebruikte terreinen in de Negev tot militair gebied.  Daardoor kan niemand gronden in de Negev opeisen of kopen.  Alleen de staat kan terrein van het leger overnemen en kan ervoor zorgen dat dit exclusief in joodse handen belandt.  Ook vandaag nog kunnen Bedoeïenen niet vrij met hun schapen rondtrekken, want dan schenden ze “militair gebied”.  Telkens opnieuw moeten ze toelating vragen en zijn ze afhankelijk van de militaire goodwill.  Ben-Gurion :  “De Negev is een unieke zionistische troef.  Het is een leeg gebied en het schort er alleen aan water en Joden.”   Voor hardleerse Zionisten wordt het Heilige Land immers pas gerealiseerd, wanneer de grond ook effectief in joodse handen is.  Daarna is het een ontheiliging, wanneer een Arabier de grond betreedt.  Ben-Gurion zelf stichtte midden in de Negev de Sde Boker-Kibbutz en trok er zich later om er in 1973 te sterven.
 

  • Na de doortocht van Yatir opent zich het landschap en hebben we een weids uitzicht over de vallei van de Jordaan en de Palestijnse gebieden.  Hebron ligt aan onze voeten.  Hier daalt een oude Romeinse heirbaan stijl naarbeneden om de reizigers in oude tijden op weg te zetten naar Jeruzalem.  De route maakt nu deel uit van de Israel Trail, een wandelpad van noord naar zuid.  Nationalistische trekkers beschimpen ons dat we hier als buitenlanders niets te zoeken hebben.  Ye’ela (jawel, de kampioene) prijst de afdaling als de Roman Stairs aan, een plezier voor de ware mtb’er.  Voor sommigen wordt het een nachtmerrie.  De zon brandt, het middaguur verstrijkt, vermoeidheid, suikertekort.  Tijd ook voor reflectie waarom we in de Naqab fietsen.  Toerisme ?  Sport ?  Avontuur ?  Fietsen is meedeinen met het reliëf en het tempo van het landschap (hier wel erg letterlijk).  De fietser (en wandelaar) heeft respect voor zijn omgeving.  Hij heeft tijd om te kijken en zich door vergezichten en landschapswendingen te laten verrassen.  Maar bovenal heeft hij tijd voor ontmoetingen.  Hij kan stoppen, een praatje maken, zwaaien naar omstanders en hello’s uitwisselen.  Hoeveel kinderen zullen zich die vreemde fietscolonne herinneren die moeizaam door het landschap trok en de tijd nam om hen even te groeten ?
     Beneden in het dal ligt Darejat, een dorp met weer een eigen, vreemde geschiedenis.  Twee Turks-Arabische broers trekken in 1850 met hun familie weg uit hun geboortestreek en stichten de meest zuidelijke niet-Bedoeïenenpost in Palestina.  Ze kozen deze plek, omdat ze er in grotten konden wonen.  “Bedoeïenen zouden zoiets nooit doen.  Ze willen bovengronds zijn en rondkijken.  Mijn familie wilde zich vestigen en zich verbeteren.”  Elke grot had drie gedeeltes : slapen - keuken/eten - dieren.  Tot 1905 moesten ze alle water 7 kilometer ver gaan halen.  Onze gastheer is directeur van de plaatselijke school en heeft zelf als kind tot 1959 in de grot gewoond die we met hem bezoeken.  Maar het dorp bleef niet bij de pakken zitten.  Veel jongeren hebben gestudeerd en het dorp zorgt voor lokale tewerkstelling.  Het heeft 10 dokters, 10 advocaten, 12 apothekers, een eigen ziekenhuis en een eigen transportbedrijf.  In 1987 kwamen de eerste bulldozers om huizen te slopen.  Tussen 1992 en 2000 voerden bewoners meer dan 2000 gerechtelijke procedures.  Israël plande echter een nieuwe township Mar’it in de buurt en hield vol dat Darejat moest verdwijnen.  Toen keerde het tij.  In 2002 werd het dorp plots erkend.  In 2004 kreeg het elektriciteit en water van de overheid en in 2005 kwam Shimon Peres op bezoek, omdat Darejat als eerste dorp volledig op zonne-energie draaide.  In 2012, kers op de taart, werd Darejat tot modeldorp uitgeroepen.  De schooldirecteur begrijpt het ook nog niet goed allemaal.  Hij denkt dat het dorp beloond wordt, omdat het een niet-nomadische levensstijl promoot.  Verdeel en heers ?
 

  • Na een laatste krachtinspanning bereiken we Alsira.  Alle zweet is verdampt in de hete woestijnzon, maar bestoft zijn we van boven tot onder.  Er is ons een douche beloofd en ... die komt er.  Vier families stellen hun badkamer ter beschikking.  Naast de plaatselijke shiq planten we samen met dorpswoordvoerder Khalil al-Amour een olijfboom als symbool voor verstandhouding en vrede.  Van Khalil zijn de gevleugelde woorden bovenaan dit verslag. 
     Alsira stamt ook nog uit de Ottomaanse periode.  Maar Israël wil het van de kaart vegen.  Er is geen teken van hoop, behalve het enthousiasme van de bewoners om niet op te geven.  Bij de rondleiding mag het welkomstbord niet ontbreken :  opgepast voor bulldozers die huizen slopen !  Khalil gaat er prat op dat hij met zijn craziness voor heel wat vooruitgang gezorgd heeft.  In 2003 installeerde hij zijn eerste fotovoltaïsch paneel en sinds 2010 moet de luidruchtige en dure stroomgenerator alleen nog voor speciale gelegenheden aangezet worden.  Het dorp heeft internet en telefonie via een vernuftig systeem.  Khalil huurt een krachtige telefoonlijn in de nabijgelegen township Kuseife en heeft er een zender opgesteld die het signaal naar Alsira doorseint.  Onder zijn paraboolontvanger toont Khalil ons trots zijn internetrouter waarvan het hele dorp draadloos geniet heeft.  “Ik heb geen officieel adres, maar ik heb wel een e-mailadres”.  Er is geen waterput in het dorp.  Op eigen kosten werd een pijpleiding van 3 kilometer getrokken.  Om water te sparen experimenteert Khalil nu met recyclage :  het keukenwater gaat druppelsgewijs naar planten en bomen, en het waswater wordt gefilterd en kan hergebruikt worden. 
 

  • In de shiq houden we nog een nachtelijke debriefing.  Van velen steekt alleen nog de neus uit de slaapzak.  Na een warme dag wordt het koud in de woestijn.  Met enkele slapen we buiten, gewapend met dekens en truien.  Alle losliggend gerief moet binnen in de shiq gelegd worden.  De katten zijn er anders ‘s nachts mee weg, waarschuwt Adel die ook onder de sterrenhemel wil slapen.  Maar wellicht houdt het geronk de katten wel op afstand ...
 


de huidige ontwikkelingen :  het Prawer-plan

Naast de zeven townships heeft Israël onder druk ondertussen elf dorpen erkend.  Deze vallen onder het gezag van de door de regering aangestelde Regionale Raad van Abu Basma.  Een erkenning als dorp betekent echter niet  dat het traditionele, persoonlijke eigendomsrecht van de dorpelingen op hun grond aanvaard wordt.  De regering eist deze gronden nog steeds op en door het verzet van de dorpelingen liggen alle ruimtelijkestructuurplannen stil.  Daarmee blijven de erkende dorpen, net als de niet-erkende dorpen, verstoken van infrastructuur, van faciliteiten en worden er geen bouwvergunningen afgegeven.

Twee nieuwe bestuurslichamen werden in het leven geroepen, de New Authority for the Regulation of Bedouin Settlement (voorgezeten door een voormalig commissaris van politie, Yehuda Bahar) en de commissie-Prawer (vernoemd naar Ehud Prawer, hoofd van de Afdeling Politieke Planning van het kabinet van de Premier).  In september 2011 heeft de Israëlische regering het Prawer-plan goedgekeurd dat neerkomt op een  massale verdrijving van de Arabische bedoeïenengemeenschap uit de Naqab.  Dit betekent dat 70.000 Arabische burgers van Israël gedwongen moeten verhuizen en dat hun 35 niet-erkende dorpen verwoest moeten worden.  De uitvoering ervan is ondertussen volop bezig :  in 2011 en 2012 werden telkens meer dan 1000 huizen gesloopt en een bijzondere  politiemacht is in oprichting om het slopen beter te coördineren. 
 
Sinds het Prawer-plan in uitvoering is, kondigde de overheid ook plannen aan om meer dan 10.000 (joodse) Israëli naar de Negev te halen, om er bossen aan te en planten en militaire centra te bouwen.  In maart 2012 riep het UN-Committee on the Elimination for Racial Discrimination Israël op om de uitvoeringswetgeving van het Prawer-plan in te trekken, omdat ze discrimineren.  Als Israël dezelfde criteria voor planning en ontwikkeling die ze in de Joodse rurale sector hanteert, in de Naqab zou toepassen, moeten alle 35 niet-erkende dorpen gelegaliseerd worden.

In juli 2012 stemde het Europees Parlement een historische resolutie waarin het Israël ertoe aanzet om het Prawer-plan in te trekken en haar beleid van verplaatsing, uitzetting en onteigening te stoppen.  Onlangs maakte Oxfam in een rapport bekend dat de EU niet eens protesteert tegen het vernielen van Europese investeringen ...

Geen opmerkingen:

Een reactie posten