dinsdag 14 mei 2013

zaterdag 6 april 2013 en wat meer over de verwoestingen van al-Araqib

Wadi al-Na’am - al-Sir - al-Araqib
 

  • We proberen vanmorgen een openluchtontbijt, maar de wind bijt ons weer naar binnen in de veilige shiq.  Het uitzicht is trouwens wansmakelijk.  Het dorp staat letterlijk in de schaduw van een grote elektriciteitscentrale.  Ook na een week Naqab blijft dit dorpsverhaal schrijnend.  Spontaan weerklinkt We shall not be moved voor we vertrekken.



      Wadi al-Na’am is de thuishaven van ongeveer 5000 Bedoeïenen die vooral wonen in tenten en hutjes op minder dan 500 meter afstand van een giftig afvalstort.   Boven hun hoofden lopen dikke kabels die vanuit de elektriciteitscentrale vertrekken naar heel Israël.  Pijpleidingen brengen de nodige olie vanuit Egypte naar de centrale.  Boven op de heuvel staat een watertoren vanwaaruit water verdeeld wordt naar alle Joodse nederzettingen in de streek.  Maar Wadi al-Na’am heeft geen recht op water, elektriciteit of verharde wegen.   Er zijn veertien lagere scholen in de streek, maar de kinderen moeten er te voet naartoe.  Er zijn vier medische hulpposten die op last van het Hooggerechtshof gedoogd moeten worden.  Maar ze zijn opgetrokken uit leem, omdat alle stenen constructies gesloopt worden.  Verder is het dorp omringd door de industriële zone van Ramat Hovav en door militaire oefenterreinen.  Nochtans plande Israël zelf dit dorp.  Na 1948 werd ook de al-Azazme clan gedwongen zich in de Siyag driehoek Arad-Yeruham-Rahat te vestigen.  Ze kreeg de gronden van Wadi al-Na’am toegewezen.  In 1979 werd Ramat Hovav in het midden van het dorp geopend als stort voor gevaarlijk afval.  In 1990 al bleken de funderingen onder de stortplaats lek wat tot ernstige bodem-en grondwaterverontreiniging leidde.  Bij een explosie in 1997 werd Wadi al-Na’am niet gewaarschuwd en het duurde dagen voordat de bewoners werden geëvacueerd.  Vandaag is Wadi al-Na’am het grootste van de niet-erkende dorpen en ook het enige dat bereid is om te verhuizen.  Maar Israël biedt enkel een verhuis naar een township aan en dat wordt door het dorp geweigerd.  Ze willen verhuizen naar gronden waar ze hun traditionele leefwijze kunnen voortzetten, vergelijkbaar met joodse kolonisten die in een mosjav leven.  Geen enkele Arabische dorpsgemeenschap kreeg in de Naqab echter ooit toestemming van de overheid voor landbouwactiviteiten.

  • Voor we vertrekken gaan we nog even een kijkje nemen bij een drukregelaar van de waterleiding waarmee het JNF water van in Noord-Israël tot hier in de Naqab over meer dan 200 kilometer brengt.  Het water spuit er lustig in het rond.  De druk is duidelijk op peil.  Rond de regelaar is een stevig hek aangebracht, zodat onbevoegden er geen toegang toe hebben.  Er groeien enkele struiken die zich tegoed doen aan het “vloeibaar goud”.  Twee NCF-sympathisanten sluiten bij onze fietskaravaan aan.  Hun facebook-event lijkt te werken.  Voor herhaling vatbaar (door anderen) ?  De laatste dag brengt ons naar al-Sir, een dorp zoals we er al veel te veel hebben leren kennen.  Het wordt een drukke dag, want we moeten op tijd in al-Araqib zijn voor de slotmanifestatie.  We kiezen de zandpiste die hoofdweg 40 volgt.  Het is zaterdag, sabbath, en alles is rustig.  We houden halt in de dorpsshiq van al-Sir in de schaduw van een van de grootste gevangenissen van Israël.  Als we hard roepen, kan Marwan Barghouti ons misschien horen ...
     al-Sir ligt geprangd tussen verschillende wegen en infrastructuurwerken.  Weg nummer 40 is een zijde van de befaamde Siyag-driehoek.  Het dorp moest naar het oosten verhuizen om binnen de Siyag te vallen.  De oorspronkelijke dorpsgronden werden bovendien voor militaire doeleinden opgeëist.  Later werd weg 40 verlegd om als ringweg het centrum van Be’erSheva te vermijden.  Opnieuw viel een deel van het dorp buiten de driehoek.  Ondertussen kwam er nog een spoorweg bij en werd er een industriezone neergepoot.  Het dorp is nu een lappendeken van percelen en hutjes.  Israël wil dat iedereen ophoepelt naar de nabijgelegen township Shaqib al-Salam (of beter Segev Shalom, want Israël hanteert hardnekkig Hebreeuwse namen voor haar Bedoeïenensteden).  Omdat Joodse Israëli niet enthousiast genoeg zijn om vrijwillig naar de Negev te verhuizen, werkt de overheid nu met megaprojecten die tewerkstelling voor Joden creëren.  Zo wordt het militair opleidingscentrum voor recruten naar de Negev overgebracht, goed voor duizenden joodse laarzen.  De megagevangenis van Be’erSheva is zo’n ander project.  Het gaat om veiligheidsjobs die niet zomaar aan Arabieren kunnen overgelaten worden ...  Een hele nieuwe vleugel van de gevangenis staat echter al jaren leeg.  Israël wilde er naar Angelsaksisch model een privégevangenis openen, maar het Hooggerechtshof stak daar een stokje voor.  In de gevangenis stierf op 2 april 13 Maysara Abuhamdieh, een 64-jarige Palestijnse gevangene uit Hebron aan kanker die niet de vereiste medische zorgen kreeg.  Enkele dagen later op 11 april stierf er een Palestijnse hongerstaker van wie de naam niet bekend gemaakt werd.  

  • We fietsen Be’erSheva in.  Alle fietsers fietsen hier op het voetpad, hoewel dat volgens de Israëlische wegcode niet mag.  Maar de automobilisten razen als de gekken ...  Dat geeft pittige discussies tussen realo’s en fundi’s of we nu wel of niet op de weg moeten fietsen ... We picknicken samen met de wandelaars in een stadsparkje en gaan op weg naar al-Araqib.  De zandpiste is een paradijs voor mtb-sportievelingen, maar we wagen ons ten slotte op weg 60 om zeker op tijd te zijn.  Fietsers worden er gedoogd op de pechstrook.  Het spannendste moment van onze zesdaagse tocht is misschien wel de oversteek van deze weg.  Maar de apotheose wacht :  honderden sympathisanten juichen wanneer we toekomen.  Een kleurrijke optocht trekt met ons naar het enkele kilometer verder gelegen al-Araqib.  Het militante vrouwenblok scandeert “We shall not move” ...  Aziz en Selim blijken op enkele dagen tijd een hele meeting in elkaar gebokst te hebben.  Er zijn dansen en speeches.  We worden een voor een naar voor geroepen en krijgen een eremedaille.  Er is nog een afsluitend eten en natuurlijk zingen we nog We shall not be moved.
al-Araqib is een symbooldorp.  Sinds 2010 werd het al 45 keer vernield, maar het krabbelt altijd weer recht.  De gerechtelijke procedures lopen nog altijd en de andere niet-erkende dorpen kijken toe wat er met al-Araqib zal gebeuren.  Kan het overleven, dan is dat een opsteker voor alle Bedoeïenen.  Wat indien niet ... ?  We bezochten het dorp met de Checkppint Singers twee jaar geleden al.  De barakken en de shiq die er toen stonden, zijn verdwenen.  De gezinnen van Selim en Aziz wonen op het kerkhof.  Voorlopig respecteren de autoriteiten de rust van de doden nog.  Het Ambassador’s Forest ligt er wat troosteloos bij.  De resten van het bulldozerpuin liggen nog tussen de boompjes.
 

  • De Solidarity with Bedouins missie zit erop.  Sommigen vertrekken onmiddellijk naar het koude België.  Anderen blijven nog even uithijgen.  Wij doen dat in Nazareth, gekend van het kinneke jezus, maar vooral een oude Arabische stad.  Ook hier voerde Israël een politiek van judaïsering door de oude stad dood te knijpen en helemaal te omringen met joodse nederzettingen.  Langzaam aan herstelt de Arabische gemeenschap zich echter.  We bezoeken Jenin ook een dag dat net over de grens in de Palestijnse Gebieden ligt.  We kopen er een bedoeïene koffiekan en maken de checkpointvernederingen nog eens mee.  Is de IJzeren Muur-doctrine ook op de aanpak van de Bedoeïenen van toepassing ?  Voorlopig volstaan de Knesseth en de rechtbanken om de Bedoeïenen te kortwieken.  Maar het voorbeeld van Bir Hadaj toont aan dat het hele leger- en politieapparaat klaar staat.  Onderhandelt wordt in ieder geval niet.  Daar kunnen we de Israëlische staat niet van verdenken ...


This is our message to the world

We will keep singing

We will keep smiling

We will never stop smiling to the world.

(dr. Thabet Abu Ras, 6/4/13, al-Araqib)






De geschiedenis van Al Arakib
Het dorp Al-Araqib bestond al ten tijde van het Ottomaanse Rijk. Sheikh Mohammed, zoon van Salem al-Okbi, bezat zesduizend dunums grond in al-Araqib.  De Ottomaanse regering deed niets voor de dorpelingen, maar liet ze in ruil ook ongemoeid.  In 1917 vielen de Britten binnen en vuurden een artilleriegranaat af die het huis van Sheikh Mohammed vernietigde.  Het huis werd herbouwd en ook de nieuwe Britse regering liet al-Araqib verder met rust.  In 1948 kwam het dorp onder Israëlisch bewind.  De eerste twee jaar bleef alles peis en vree.  Het huis van Sheikh Suleiman, zoon van Muhammad al-Okbi, werd gebruikt door de staat als vredegerecht en de nationale vlag wapperde op het dak, terwijl de rechter zetelde.
In 1951 keerde de situatie.  Het leger verdreef de bewoners van al-Araqib onder het voorwendsel dat het de gronden nodig had voor opleiding.  Ambtenaren beloofden dat de bewoners na zes maanden zouden kunnen terugkeren.  Het leger heeft het land nooit gebruikt en de dorpelingen begroeven hun overledenen verder op het kerkhof.
Sommige bewoners keerden vanaf 1958 terug naar hun gronden van het dorp.  Anderen kozen ervoor om tijdelijk te verhuizen naar Rahat.  Maar hun aanspraken op het eigendom hebben ze nooit opgegeven en zijn nog steeds hangende voor de rechter.  Vanaf de jaren 60 sprak Israël niet meer van militaire doeleinden, maar heette het dat de grond in beslag was genomen met het oog op veiligheid en nederzettingen
In 1998 begon het JNF zich te interesseren voor al-Araqib en vreesden de dorpelingen dat ze hun land voor bebossing zou gebruikt worden.  Daarom keerden meer bewoners terug.  In 2010 begonnen dan de vernielingen.  Aan de vooravond verbonden waarschuwde premier Netanyahu op een ministerraad voor "een situatie waarin vanuit sommige kringen binnen Israël, bijvoorbeeld in de Negev, nationale rechten worden opgeëist, indien het gebied geen Joodse meerderheid heeft.  Zulke dingen gebeurden op de Balkan, en het is een reële bedreiging." De Bedoeïenen worden gebrandmerkt als 'een echte bedreiging', alhoewel ze Israëlische staatsburgers zijn.  Daarom moet de Negev “gezuiverd” en gejudaïseerd worden.
1.  27/07/2010 :  ongeveer 1500 politiemannen ondersteund door helikopters en bulldozers omsingelden het dorp.  De Israëlische Land Authority (ILA) verwoestte 46 bouwsels waaronder 30 woningen in drie uur tijd.  Ook schaapskooien, kippenrennen en boomgaarden moesten eraan geloven.  Meer dan 1000 olijfbomen werden ontworteld.  Bewoners kregen geen tijd om hun bezittingen te recupereren en generatoren, auto's en tractoren werden in beslag genomen.  
2 - 3.  4+10/08/2010 :  opnieuw werd alles vernietigd en bedolven.  Bouwmaterialen werden meegenomen en de weg naar het dorp ernstig beschadigd.  Watercontainers en tankwagens werden in beslag genomen.  Tijdens de tweede dag sloeg de politie hard toe en zeven mensen werden gearresteerd.  Sjeik Sayach Al-Turi, besloot met anderen om vanaf nu in de kerkhofmoskee te wonen.
4 - 5.  17/08 + 12/09/2010 :  Tijdens de ramadan kwamen politieagenten en bulldozers bij zonsopgang en sloopten de geïmproviseerde hutjes buiten het kerkhof.  Onmiddellijk na het Suikerfeest herhaalden tientallen politieagenten dit nog eens.
6 - 8.  13/10 + 22/11 + 23/12/2010 :  Tijdens deze sloop werd Haia Noach, directeur van NCF gearresteerd, toen ze de politie verzocht om het rechterlijk bevel te tonen.  Een maand later verwoestten vier bulldozers van ILA gesteund door de oproerpolitie in de vroege ochtend 30 tijdelijke constructies.  Naar schatting 1600 olijfbomen 2 km ten zuiden van het dorp werden ontworteld.  En net voor het begin van de schoolvakantie kwamen de bulldozers nog eens terug.
9 - 10.  16+17/01/2011 :  Deze keer werd voor het eerst alle puin afgevoerd om elke aanwijzing dat hier ooit mensen gewoond hebben, te verwijderen.   Voor het eerst ook richtte de politie traangas en rubberkogels op de bewoners.  De dag erna keerde de ILA en de politie terug om de noodstructuren die 's nachts waren opgetrokken, plat te leggen.  Elk spoor van het dorp werd uitgewist en een nieuwe weg werd aangelegd die het JNF voor haar bebossingsplannen kon gebruiken.
11 - 12.  31/01 +1/02/2011 :  Hutjes werden afgebroken en de dag erna nog eens.  Het JNF maakte zich klaar om de nieuwe weg in gebruik te nemen.  
13 - 16.  7 tot 10/02/2011 :  Verschillende dagen na elkaar werd alles vernield en weggeruimd.  Voor de eerste keer waren er bulldozers bij die duidelijk JNF-markeringen droegen.   
17 - 18.  16+17/02/2011 :  Na een korte rustpauze kwamen ILA-bulldozers weer alles afbreken.  De politie verrichte aanhoudingen op het kerkhof.  De volgende ochtend toog het JNF aan het werk onder zware bescherming van ongeveer 40 Yassam politieagenten.
19 - 20.  7/03 + 4/06/2011 :  De geschiedenis herhaalt zich en herhaalt zich.  De bouwsels op het kerkhof worden voorlopig ongemoeid gelaten, maar alle constructies daarrond worden keer op keer vernield en verwijderd. 

49.  Op 18 april 2013, enkele dagen na onze solidariteitstocht en -feest in al-Araqib werd het dorp voor de 49-ste keer verwoest.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten