Qalqilya
‘s Morgens is er weer ontbijt in Queens (wat een mager kopje koffie) waarna we ontvangen worden door dokter Mohammed Aboushi en Suhad Shraim in het Medical Relief Center. Dit medisch centrum is een NGO die samenwerkt met België, onder andere met Oxfam. Qalqilya ligt aan de Groene Lijn (de demarcatielijn van 1948), op slechts 12 km van de Middellandse Zee. Daarom wantrouwen orthodoxe joden Qalqilya, want in de bijbel staat dat “de joden in de zee gedreven zullen worden”. Maar die zee is onbereikbaar voor de duizenden kinderen die hier wonen. De stad is helemaal ommuurd met sensoren en bewakingscamera’s. Een hele tijd was er maar één zwaarbewaakte checkpoint van 8 meter breed. De gevolgen zijn desastreus. Je moet er wonen om het echt te beseffen.
Aan de zuidkant van de betonnen muur is een checkpoint voor boeren en Bedoeïenen die de stad in en uit willen. Het hele gebied aan de checkpoint waar vroeger een levendige stadswijk met winkeltjes en ateliers stond, is platgelegd. Met Duits geld is er een afvalwatercollector gebouwd die hier onder de muur Israël binnenstroomt. Handig voor Israël om het kanaal soms te kunnen afsluiten waardoor het stinkend water de stad niet kan verlaten. Onbegrijpelijk waarom de EU hier geen waterzuiveringsinstallatie gebouwd heeft. Maar dat mocht blijkbaar niet ... Een landbouwer die hier nog woont, kan vanuit zijn venster zijn akkers aan de andere kant van de muur (een veiligheidshek) zien liggen. Van de ene op de andere dag verloren landbouwers een deel van hun velden. Mits een vergunning die ze 45 kilometer ver moeten gaan aanvragen, kunnen ze hun land gaan bewerken. Ze zijn echter voor hem bijna onbereikbaar geworden : de checkpoint opent maar enkele uren per dag of je moet tientallen kilometers omrijden en ... Our Land Is Not Our Land / When I plant aubergines / I need permission / When I plant an olive tree / I need permission (citaat uit The Shouting Fence).
We mogen er als Belgen trots op zijn dat
de checkpoint hier met scheermesscherpe
Bekaertdraad uitgerust is. Om 13u opent
de poort en er wachten reeds enkele Bedoeïenen om over te steken. Tijd voor de
Checkpoint Singers om in actie te komen.
We zingen dubbelhard en met een krop in
de keel, wanneer een bus schoolkinderen
passeert die door soldaten met kalashnikovs in de aanslag doorzocht wordt. Marco deelt er onze pamfletjes aan de soldaten
uit en Gerrit kan eindelijk ezeltjes schieten. We rijden ten slotte de stad nog uit
langs de weg die landbouwers “mogen”
volgen om de checkpoint te vermijden
: tunnels en kilometers om. Hier wordt
druk gewerkt aan het parallelle wegennet
dat Palestijnse enclaafjes moet verbinden
en het grootste gedeelte van de Westelijke
Jordaanoever voor kolonisten zal voorbehouden. Vroeger was Qalqilya een drukke
handelsstad : Palestijnen én Israëli’s kwa-men er goedkoop fruit en groenten kopen.
De stad was gekend als de food basket én waterreservoir van dit gebied. Dit is nu
niet meer mogelijk, want Qalqilya is zone
A en dus verboden gebied voor Israëli’s
(behalve soldaten natuurlijk). Israël heeft
19 bronnen in de stad geconfisceerd waardoor het ook de watervoorraad in handen
heeft. Ook hier is het de bedoeling om de
Palestijnen weg te pesten. Voorlopig lijkt
dat niet te lukken.
Het is onbegonnen werk om alle informatie die we van Suhad tijdens de rondlei-
ding krijgen, weer te geven. Na de bouw van de muur is Suhads vader nooit meer
terug geweest in Qalqilya. Zijn laatste woorden waren ”zorg voor mijn grond”,
maar dat kan niet. Suhad kan er niet meer bij, de grond ligt buiten de muur.
Economisch zijn de gevolgen niet te overzien. Heel wat winkels werden gesloopt
en de werkloosheid is torenhoog. Sinds de muur gebouwd werd, trokken al meer
dan 4000 burgers weg uit de stad om werk te vinden. Om te overleven heeft een
gezin NIS 1200 nodig, de meeste verdienen echter niet meer dan NIS 200 per
maand. Ook het onderwijs functioneert niet meer naar behoren. Veel leraars
wonen buiten de stad en kunnen niet altijd de school bereiken. Op sommige
dagen vallen lessen weg. Studenten die om 8u examen hebben, moeten tot de
middag wachten vooraleer ze weer naar huis kunnen. De gate is open van 7 tot
8u, van 12 tot 13u en van 17 tot 18 uur. Wie te laat is, moet wachten. Wie naar
zijn veld wil, moet gaan als de poort opengaat. Even terug gaan om iets te halen
zit er niet in, behalve als je dit kan doen binnen het uur, je moet dan wel twee keer
door de controle. Bewerk je je land niet, dan ben je het kwijt.
Terug in de stad stelt Suhad voor om op de markt een oproep te doen tot boycot van Israëlische producten : qaata qaata qaata ... qaata israël !! Onze chauffeur is ondertussen helemaal ontdooid en loopt enthousiast mee. Er zijn zelfklevers die we kunnen uitdelen (en plakken) en ons geroep weergalmt in de markthallen. Een verkoper
met nog luidere stem springt op een stapel
kratten en scandeert mee qaata qaata qaata ... qaata israël !! Boycot Israël ! Er zijn veel
Israëlische Carmel-producten op de markt.
Mensen roepen meer en meer mee. Afwijzende reacties zijn er nauwelijks. Achteraf
zijn we niet helemaal zeker wat die reacties
nu juist betekend hebben. Lachten ze ons
uit ? Waren wij een beetje entertainment
voor hen ? Deden ze mee zonder veel overtuiging ? Suhad was echter tevreden en dat
is alvast een goede waardemeter.
In het Medical Relief Center is er nog een soort “officiële ontvangst”. De Belgisch-Palestijnse samenwerking voor psychologische bijstand wordt afgesloten. Er is nu minder nood aan de psychopedagogische groepsondersteuning en er zijn voldoende Palestijnse specialisten om de individuele therapieën waar nodig voort te zetten. We hebben ook een ontmoeting met enkele moeders en lesgeefsters. De verhalen zijn niet vreemd meer. Intimidatie en frustraties. Aansluitend kijken we nog een film waarin Mustafa Barghouti de geschiedenis van de Palestijnse kwestie en het Palestijns verzet schetst. Pakkend en schrijnend. De film sensibiliseert en sleept mee. Pas achteraf komen er wat bedenkingen over de eenzijdigheid van de film : ook Jordanië en de Arabische wereld hebben de Palestijnen in de steek gelaten, de terreur- en zelfmoordaanslagen worden niet eens vernoemd ... Het is een mobiliserende film, maar die toch kadering en discussie nodig heeft.
In onze appartementen blijkt er politiebezoek geweest te zijn. Palestijnse agenten
hadden Jean-Louis op het dak zien filmen
en dachten dat hij hen in het oog hield (zij
stonden ook op een dak te surveilleren).
Ze wilden zijn film in beslag nemen. Maar
onze ooit zo weerbarstige chauffeur kwam
tussenbeide en nam het voor ons op (iets
over een verrekijker en geen camera...)
Eind goed, al goed en we gingen met zijn
allen heerlijk vis eten. Onderweg passeerden we nog eens op de markt om inkopen
voor het ontbijt te doen. Onze middagpassage bleek duidelijk nog niet vergeten... ‘s
Avonds laat doen we nog een debriefing.
Er is nood aan vertellen vertellen. Zoveel
indrukken, zoveel onrecht.






Geen opmerkingen:
Een reactie posten