donderdag 5 mei 2011

donderdag 21 april 2011



Qalqilya

     ‘s Morgens is er weer ontbijt in Queens (wat een mager kopje koffie) waarna we ontvangen worden door dokter Mohammed Aboushi en Suhad Shraim in het Medical Relief Center.  Dit medisch centrum is een NGO die samenwerkt met België, onder andere met Oxfam.  Qalqilya ligt aan de Groene Lijn (de demarcatielijn van 1948), op slechts 12 km van de Middellandse Zee.  Daarom wantrouwen orthodoxe joden Qalqilya, want in de bijbel staat dat “de joden in de zee gedreven zullen worden”.  Maar die zee is onbereikbaar voor de duizenden kinderen die hier wonen. De stad is helemaal ommuurd met sensoren en bewakingscamera’s.  Een hele tijd was er maar één zwaarbewaakte checkpoint van 8 meter breed.  De gevolgen zijn desastreus.  Je moet er wonen om het echt te beseffen.

Mohammed Aboushi vertelt als dokter over de leefomstandigheden en de gevolgen voor de gezondheid van de bezetting van de meer dan 40000 inwoners.  Ongeveer 80% van de bewoners leeft onder de armoedegrens (minder dan 50$ per maand).  In 1948 stroomden veel Palestijnse vluchtelingen toe.  Daarom hebben veel inwoners het UNO-statuut van vluchtelingen en zijn er ook
enkele kleine UNRWA-ziekenhuizen in het gebied.  Er zijn echter weinig specialisten en dus moeten patiënten voor veel ingrepen naar Nabloes. Vroeger was dit in ongeveer 15 min mogelijk, nu duurt het minimaal 45 min.  Daarenboven heb je een vergunning nodig.  Zelfs ambulances worden tegengehouden aan checkpoints of roadblocks.  Hoogzwangere vrouwen moesten soms in een ziekenwagen aan een checkpoint bevallen.  Het Medical Relief Center maakt deel uit van een netwerk van gelijkaardige centra over heel Palestina.  Het biedt vooral basisgezondheidszorg aan niet-geprivilegieerden ook in de afgesloten dorpen en de Bedouïenengemeenschappen te bereiken.  Met enkele Belgische psychologen werd een traumaverwerkingsprogramma opgezet.  Er wordt groeps- en wijkgericht gewerkt om de gevolgen van de bezetting en de vernederingen gezamenlijk te verwerken.  Door de bezetting, de pesterijen, het ingesloten-zijn, de werkloosheid, het gebrek aan vrijetijdsmogelijkheden... is er ook meer geweld in de gezinnen.  Er zijn meer ‘probleem’-kinderen, meer scheidingen en meer verslaafden (drugs en alcohol).  Een ander gevolg is dat het fundamentalisme groeit.  En dan verandert Aboushi van dokter in politicus.  Hij is als “oude trotzkist” voortrekker van een derde politieke partij die de tegenstelling tussen Hamas en Fatah wil overbruggen.  Het is de oude discussie of een tegenbeweging meer kan bereiken door druk op de bestaande partijen uit te oefenen of door zelf een partij te worden.

     Suhad Shraim neemt ons mee op een bustocht langs de muur van Qalqilya.  We gaan eerst naar de voetgangerscheckpoint in het noordwesten waar de Palestijnen langs moeten die in Israël werken.  De checkpoint is wegens Pesach gesloten.  Wanneer we foto’s maken, klinkt er een metalen stem uit de uitkijktoren dat dit verboden is.  Aan de westkant scheidt een acht meter hoge betonnen muur de stad van Israël.  Langs de Israëlische kant is deze muur met een groene aarden wal gecamoufleerd en razen de nietsvermoedende auto’s er ongehinderd langs.  Aan de Palestijnse kant is er een vier meter brede gracht gevolgd door 35 meter veiligheidszone waar niet mag gebouwd worden en alle huizen met afbraak bedreigd zijn.  Bewoners die er nog zijn, mogen niet meer van hun dakterras genieten, omdat dit een “veiligheidsrisico” is.  In het district wijkt de Muur op bepaalde plaatsen 8 tot 12 km af van de oorspronkelijke Groene Lijn) waardoor meer dan 300 hectare vruchtbare landbouwgrond ingelijfd werd door Israël.

Aan de zuidkant van de betonnen muur is een checkpoint voor boeren en Bedoeïenen die de stad in en uit willen.  Het hele gebied aan de checkpoint waar vroeger een levendige stadswijk met winkeltjes en ateliers stond, is platgelegd.  Met Duits geld is er een afvalwatercollector gebouwd die hier onder de muur Israël binnenstroomt.  Handig voor Israël om het kanaal soms te kunnen afsluiten waardoor het stinkend water de stad niet kan verlaten.  Onbegrijpelijk waarom de EU hier geen waterzuiveringsinstallatie gebouwd heeft.  Maar dat mocht blijkbaar niet ...  Een landbouwer die hier nog woont, kan vanuit zijn venster zijn akkers aan de andere kant van de muur (een veiligheidshek) zien liggen.  Van de ene op de andere dag verloren landbouwers een deel van hun velden.  Mits een vergunning die ze 45 kilometer ver moeten gaan aanvragen, kunnen ze hun land gaan bewerken.  Ze zijn echter voor hem bijna onbereikbaar geworden :  de checkpoint opent maar enkele uren per dag of je moet tientallen kilometers omrijden en ... Our Land Is Not Our Land / When I plant aubergines / I need permission / When I plant an olive tree / I need permission (citaat uit The Shouting Fence)

     We mogen er als Belgen trots op zijn dat de checkpoint hier met scheermesscherpe Bekaertdraad uitgerust is.  Om 13u opent de poort en er wachten reeds enkele Bedoeïenen om over te steken.  Tijd voor de Checkpoint Singers om in actie te komen.  We zingen dubbelhard en met een krop in de keel, wanneer een bus schoolkinderen passeert die door soldaten met kalashnikovs in de aanslag doorzocht wordt. Marco deelt er onze pamfletjes aan de soldaten uit en Gerrit kan eindelijk ezeltjes schieten.  We rijden ten slotte de stad nog uit langs de weg die landbouwers “mogen” volgen om de checkpoint te vermijden :  tunnels en kilometers om.  Hier wordt druk gewerkt aan het parallelle wegennet dat Palestijnse enclaafjes moet verbinden en het grootste gedeelte van de Westelijke Jordaanoever voor kolonisten zal voorbehouden.  Vroeger was Qalqilya een drukke handelsstad :  Palestijnen én Israëli’s kwa-men er goedkoop fruit en groenten kopen.  De stad was gekend als de food basket én waterreservoir van dit gebied.  Dit is nu niet meer mogelijk, want Qalqilya is zone A en dus verboden gebied voor Israëli’s (behalve soldaten natuurlijk).  Israël heeft 19 bronnen in de stad geconfisceerd waardoor het ook de watervoorraad in handen heeft.  Ook hier is het de bedoeling om de Palestijnen weg te pesten.  Voorlopig lijkt dat niet te lukken.

Het is onbegonnen werk om alle informatie die we van Suhad tijdens de rondlei- ding krijgen, weer te geven. Na de bouw van de muur is Suhads vader nooit meer terug geweest in Qalqilya. Zijn laatste woorden waren ”zorg voor mijn grond”, maar dat kan niet. Suhad kan er niet meer bij, de grond ligt buiten de muur. Economisch zijn de gevolgen niet te overzien. Heel wat winkels werden gesloopt en de werkloosheid is torenhoog. Sinds de muur gebouwd werd, trokken al meer dan 4000 burgers weg uit de stad om werk te vinden. Om te overleven heeft een gezin NIS 1200 nodig, de meeste verdienen echter niet meer dan NIS 200 per maand. Ook het onderwijs functioneert niet meer naar behoren. Veel leraars wonen buiten de stad en kunnen niet altijd de school bereiken. Op sommige dagen vallen lessen weg. Studenten die om 8u examen hebben, moeten tot de middag wachten vooraleer ze weer naar huis kunnen. De gate is open van 7 tot 8u, van 12 tot 13u en van 17 tot 18 uur. Wie te laat is, moet wachten. Wie naar zijn veld wil, moet gaan als de poort opengaat. Even terug gaan om iets te halen zit er niet in, behalve als je dit kan doen binnen het uur, je moet dan wel twee keer door de controle. Bewerk je je land niet, dan ben je het kwijt.

     Terug in de stad stelt Suhad voor om op de markt een oproep te doen tot boycot van Israëlische producten :  qaata qaata qaata ... qaata israël !!  Onze chauffeur is ondertussen helemaal ontdooid en loopt enthousiast mee.  Er zijn zelfklevers die we kunnen uitdelen (en plakken) en ons geroep weergalmt in de markthallen.  Een verkoper met nog luidere stem springt op een stapel kratten en scandeert mee qaata qaata qaata ... qaata israël !!  Boycot Israël !  Er zijn veel Israëlische Carmel-producten op de markt.  Mensen roepen meer en meer mee.  Afwijzende reacties zijn er nauwelijks.  Achteraf zijn we niet helemaal zeker wat die reacties nu juist betekend hebben.  Lachten ze ons uit ?  Waren wij een beetje entertainment voor hen ?  Deden ze mee zonder veel overtuiging ?  Suhad was echter tevreden en dat is alvast een goede waardemeter. 


In het Medical Relief Center is er nog een soort “officiële ontvangst”.  De Belgisch-Palestijnse samenwerking voor psychologische bijstand wordt afgesloten.  Er is nu minder nood aan de psychopedagogische groepsondersteuning en er zijn voldoende Palestijnse specialisten om de individuele therapieën waar nodig voort te zetten.  We hebben ook een ontmoeting met enkele moeders en lesgeefsters.  De verhalen zijn niet vreemd meer.  Intimidatie en frustraties.  Aansluitend kijken we nog een film waarin Mustafa Barghouti de geschiedenis van de Palestijnse kwestie en het Palestijns verzet schetst. Pakkend en schrijnend.  De film sensibiliseert en sleept mee.  Pas achteraf komen er wat bedenkingen over de eenzijdigheid van de film :  ook Jordanië en de Arabische wereld hebben de Palestijnen in de steek gelaten, de terreur- en zelfmoordaanslagen worden niet eens vernoemd ...  Het is een mobiliserende film, maar die toch kadering en discussie nodig heeft. 

In onze appartementen blijkt er politiebezoek geweest te zijn.  Palestijnse agenten hadden Jean-Louis op het dak zien filmen en dachten dat hij hen in het oog hield (zij stonden ook op een dak te surveilleren).  Ze wilden zijn film in beslag nemen.  Maar onze ooit zo weerbarstige chauffeur kwam tussenbeide en nam het voor ons op (iets over een verrekijker en geen camera...)  Eind goed, al goed en we gingen met zijn allen heerlijk vis eten.  Onderweg passeerden we nog eens op de markt om inkopen voor het ontbijt te doen.  Onze middagpassage bleek duidelijk nog niet vergeten...  ‘s Avonds laat doen we nog een debriefing.  Er is nood aan vertellen vertellen.  Zoveel indrukken, zoveel onrecht. 


Geen opmerkingen:

Een reactie posten