zondag 8 mei 2011

maandag 18 april 2011


Oost-Jeruzalem - Bethlehem

     Op die maandag waren 24 checkpoint- singers op het appèl in het Jeruzalemhotel in Oost-Jeruzalem. Het statige hotel ademt mediterrane glorie. Het is nog wennen aan al die gezichten en in een deugddoende belgochaos stelt ieder zijn hoop en verwachtingen voor in dit godverscheurde land. De eerste rit gaat naar het Dheisheh-vluchtelingenkamp in Bethlehem waar we direct bij het nekvel gegrepen en in het kamp rondgeleid worden. Terwijl we ons door de smalle straatjes wurmen, vertelt onze gids: 

     13000 bewoners op een lap grond van een halve vierkante kilometer. Het kamp is berucht en beroept zich op het hoogste aantal bewoners in Israëlische gevan- genschap. Het kamp opende in 1948 voor de vele mensen die uit hun huizen en dorpen rond Bethlehem verjaagd werden. In 1973 kwamen er nog een heleboel mensen bij. Bewoners moeten het UNO-vluchtelingenstatuut hebben en kunnen dan “genieten” van drie voordelen : gratis scholing (er is 1 jongens- en 1 meisjesschool voor het hele kamp) ; gratis medische zorgen (1 dokterspost - maar ze hielpen onze zieke Aimo wel prima) ; en gratis voedselbonnen. In het kamp zijn er drie grote problemen (we zullen het nog vaker horen) : water (een kampbewoner heeft zeven keer minder water ter beschikking als een Israëli) ; elektriciteit (de stroom valt geregeld uit) ; en werk (er is bijna alleen nog werk om de Muur en de illegale nederzettingen te helpen bouwen). Overal staan zwarte vaten op de daken om water op te slaan voor de vele momenten dat de kraan droog staat. Maar het is interessanter om de vele graffiti in het kamp te bewonderen. Er zijn Bansky-achtige schilderingen (“meisje dat een politieagent fouilleert”), er zijn vele anonieme meesterwerken, en er zijn natuurlijk Handala’s : het jongetje met een hoofd als de opgaande zon, maar dat zijn gezicht pas zal tonen wanneer Palestina bevrijd is. Zijn geestelijk vader Naji Al-Ali werd in 1987 in Londen vermoord. De moordenaar werd nooit gevonden. De Handala is uitgegroeid tot Palestijnse mascotte. Bansky kwam verscholen in een groepje van vier graffiteurs naar Palestina, zodat hij/zij anoniem kon blijven. Hun muurversieringen (bv. het “meisje dat aan ballonnen over de muur zweeft”) kregen echter de kritiek dat de Palestinijnen geen versierde muur willen maar het verdwijnen van de muur. 

Dheisheh
     We vertrekken daarna naar het nabijgelegen Aida-kamp. Bethlehem is niet enkel een bedevaartsoord voor het kinneke jezus maar herbergt ook het graf van de bijbelse Rachel. Israël bouwt een muur rondom dit heiligdom voor joden, moslims en christenen, en annexeerde zo als een taartspie een hele hap grondgebied uit het hart van de stad Bethlehem. In de media wordt van dé muur tussen Israël en Palestina gesproken. Maar er zijn vele muren, en bijmuren en zijmuren, we zullen er tientallen voorbeelden van tegenkomen. De 5000 inwoners van Aida worden omringd en omsloten door muren. Niet voor niets hingen ze boven hun toegangspoort een grote sleutel die ook herinnert aan de sleutels van de huizen die zij in 1948 moesten verlaten. Naast het kamp ligt het 5-sterren Intercontinental Hotel. Op alweer een muur rondom het hotelzwembad staan herinneringen geschilderd aan de herkomstdorpen van de vluchtelingen. 
     In het Al Rowwad Children’s Theatre trakteren jonge energieke dansers ons op een voorstelling, ontmoeten we Association Sîn (= een “Sumerische maangod die de tijd meet en ervoor zorgt dat schuldige heersers eindigen in pijn en smart”) uit Nice dat een theaterproductie over het leven in een vluchtelingenkamp voorbereidt, dineren we uitgebreid, bezoeken we de artisanale winkel, bekijken een film over het kamp, zingen onze (nog schuchtere) liederen en luisteren vooral naar directeur Abdelfattah Abdelkarim Hassan Ibrahim Mohammed Ahmed Mustafa Ibrahim Srour Abusrour. 
 
     We mogen genieten van een prachtig optreden van enkele jongeren van het centrum. In het winkeltje kunnen we prachtige werkstukken kopen gemaakt door de vrouwen van het kamp. Het werd al donker, toen we Dheisheh terug bereikten. Naji en Suhair Owdah ontvangen er ons nog met eindeloze vertelenergie. Naji is directeur van het Phoenix Centre en Suhair coördineert er de vrouwenwerking. Er werken 10 mensen in een beurtrol van twee weken. Zo kunnen 20 mensen tewerkgesteld worden die hun salaris delen. Enkel de directeur, de kok en de tuinier hebben een vaste functie. Het geld komt van UNRWA (de VN-organisatie voor het Palestijns vluchtelingenwerk). De tuin is een park met cafetaria, er is een multifunctionele zaal voor 1000 (!) personen, er worden psychiatrische consultaties aangeboden voor getraumatizeerde kinderen, er is een sociaal restaurant dat 70 vrouwen tewerkstelt en gefinancierd wordt via NGO’s, en ten slotte zijn er nog vergaderruimtes, een internetlokaal, een bibliotheek, opleidingsinitiatieven, een artisanaal vrouwencollectief, ... En er is dus ook een guesthouse waar wij onze intrek nemen. Wie slaapt bij de ronkers op de kamer ... ? 
     De eerste dag zit erop. Sommigen onder ons zijn nog maar enkele uren in het land ... 

     Suhair is een gedreven vertelster. Ze is geboren in het kamp en moest als oudste dochter van 5 kinderen al jong meedraaien om het gezin recht te houden. Ze herinnert zich een keerpunt als negenjarige, toen ze met een zware wasmand naar de rivier trok. Haar moeder had haar geleerd om thuis te wassen en de emmers waswater aan te slepen. Ze dacht slimmer te zijn en de was meteen mee naar de rivier te nemen. De terugweg met de jengelende kleine broers en zusjes en het loodzware natte wasgoed was een hel. Sinds toen is er een houding van verzet tegen de onmenselijke leefomstandigheden in haar geworteld. Ze hebben nu meer comfort dan vroeger. Ze hebben elektriciteit, ten minste als de soldaten de lijnen gerust laten. Soms snijden ze die door gewoon om zich te amuseren. Soldaten hebben ook nieuw “speelgoed”. Ze schieten blauwe pluchen balletjes af die doordrenkt zijn met een bijtende vloeistof. De kinderen rapen die op om mee te spelen met alle pijnlijke gevolgen vandien. Ze spuiten ook een stinkende vloeistof over betogers, stank die je zelfs na meerdere keren douchen niet weg krijgt. In het kamp is ze nooit gerust. Altijd kan er iets gebeuren. Altijd kan het leger bin- nenvallen en schieten. Ze is nooit gerust, slaapt geen enkele nacht zoals het zou moeten, hoort zelfs de kat passeren. Ze sliep ooit een nacht in Parijs. Het was alsof ze toen voor het eerst een keer gerust kon uitslapen. Ze is vooral bang voor haar zonen. Jongens worden speciaal geviseerd. Ze is blij dat haar oudste zoon momenteel in Italië studeert. Ze mist hem, maar daar is haar veiliger. Is haar jongste zoon nog buiten, hangt ze door het raam tot ze hem ziet komen ...

     Naji wil iets vertellen over de nieuwe familieverhoudingen die in het kamp zijn ontstaan. De vader is zijn traditionele machtspositie kwijtgeraakt, omdat hij voor de ogen van zijn vrouw en kinderen geslagen, aangehouden en vernederd wordt door Israëlische soldaten. Ook Naji is het overkomen. Jaren is hij op de vlucht geweest, elke nacht sliep hij in een ander bed. Tot ze hem opgepakt hebben en hij veroordeeld werd tot 6 jaar gevangenis. Toen hij vrijkwam en hij samen met anderen in de bus zat, werd hij zonder vorm van proces terug opgesloten voor 6 maanden. Dit herhaalde zich elke keer weer, zodat hij in totaal 10 jaar heeft vastgezeten. Wie zich daar niet boven kan zetten, die breekt. Dan draag je de gevangenis in je mee en kom je er nooit meer van af. Toen Naji vrij kwam, kreeg hij een groen paspoort. Enkel en alleen op basis van die kleur kan hij telkens naar het politiekantoor worden meegenomen. Dat gebeurt soms drie keer per dag.
In 1995 kreeg hij zijn normale paspoort weer terug. Hij is een machteloze man geworden die passief moest toezien, hoe
zijn vrouw en kinderen geslagen werden. Vrouwen in het kamp krijgen er vaak verantwoordelijkheid en aanzien bij, omdat
ze de familie moeten rechthouden, terwijl de man in de gevangenis zit. De kinderen groeien zonder vader op en nemen het thuis en vooral op straat over. Ze aanvaarden de machteloosheid niet. Hier ligt de oorsprong van de Intifada’s. Die gingen van de jongeren uit. Kinderen die ooit gefilmd werden bij het stenen- gooien, kunnen tot 40 jaar later opgepakt worden op basis van hun ‘terroristisch’ verleden. En iedereen verwacht een nieuwe Intifada binnen dit en zes maanden à één jaar ...

Geen opmerkingen:

Een reactie posten