Qalqilya - Bil'in - Oost-Jeruzalem - Bethlehem
Om 8u staat een rijkelijk ontbijt gedekt : koffie, thee, bananen, tomaten, komkommer, kaas, worst, mispels, confituur en brood. Een taxi gidst onze bus langs een duizelingwekkend parcours naar Bil’in. Schietgebedjes en avemaria’s lijken te helpen. De lucht gaat van loodgrijs naar bewolkt, in de verte een bliksem, ineens weer zon en adembenemende vergezichten. Tot we in een steile afdaling een vrachtwagen kruisen die in een haarspeldbocht geblokkeerd staat. We zijn bereid te voet verder te trekken, alles liever dan deze remtest. Toch slaagt onze chauffeur erin om rond de vrachtwagen heen te laveren. Een grassprietje moest zijn buik intrekken.
De muur bij Bil’in ligt vier kilometer ten oosten van de Groene Lijn en palmt zo 223 hectare Palestijnse grond in. Sommige boeren kunnen niet meer bij hun landbouwgrond. Er zijn wekelijks protesten waar ook Israëlische organisaties zoals het Anarchists Against the Wall en Gush Shalom aan deelnemen. De laatste jaren worden de protesten steeds grimmiger, er vielen al gewonden aan beide kanten. In 2007 haalden de inwoners van Bil'in een slag binnen. Het Israëlische hooggerechtshof oordeelde dat het traject van de muur niet nodig was ter bescherming van de illegale Israëlische nederzetting Modi’in Illit. De nieuwe route zal nog steeds de Groene Lijn niet volgen, maar houdt geen rekening meer met de geplande uitbreidingen aan Modi’in Illit. Hierdoor komen 140 hectare landbouwgrond terug naar de Palestijnse eigenaren. De Israëlische overheid moest de inwoners van Bil’in NIS 10.000 (€2.000) proceskosten betalen. We zijn op tijd in Bil’in voor de laatste toespraken van The 6th Annual Bil’in Conference on the Palestinian Popular Struggle. Er zijn veel internationale delegaties.
Om 8u staat een rijkelijk ontbijt gedekt : koffie, thee, bananen, tomaten, komkommer, kaas, worst, mispels, confituur en brood. Een taxi gidst onze bus langs een duizelingwekkend parcours naar Bil’in. Schietgebedjes en avemaria’s lijken te helpen. De lucht gaat van loodgrijs naar bewolkt, in de verte een bliksem, ineens weer zon en adembenemende vergezichten. Tot we in een steile afdaling een vrachtwagen kruisen die in een haarspeldbocht geblokkeerd staat. We zijn bereid te voet verder te trekken, alles liever dan deze remtest. Toch slaagt onze chauffeur erin om rond de vrachtwagen heen te laveren. Een grassprietje moest zijn buik intrekken.
De muur bij Bil’in ligt vier kilometer ten oosten van de Groene Lijn en palmt zo 223 hectare Palestijnse grond in. Sommige boeren kunnen niet meer bij hun landbouwgrond. Er zijn wekelijks protesten waar ook Israëlische organisaties zoals het Anarchists Against the Wall en Gush Shalom aan deelnemen. De laatste jaren worden de protesten steeds grimmiger, er vielen al gewonden aan beide kanten. In 2007 haalden de inwoners van Bil'in een slag binnen. Het Israëlische hooggerechtshof oordeelde dat het traject van de muur niet nodig was ter bescherming van de illegale Israëlische nederzetting Modi’in Illit. De nieuwe route zal nog steeds de Groene Lijn niet volgen, maar houdt geen rekening meer met de geplande uitbreidingen aan Modi’in Illit. Hierdoor komen 140 hectare landbouwgrond terug naar de Palestijnse eigenaren. De Israëlische overheid moest de inwoners van Bil’in NIS 10.000 (€2.000) proceskosten betalen. We zijn op tijd in Bil’in voor de laatste toespraken van The 6th Annual Bil’in Conference on the Palestinian Popular Struggle. Er zijn veel internationale delegaties.
De 6e jaarlijkse Bil’in conferentie over volksverzet werd bijgewoond door de Palestijnse premier Salam Fayyad, de onlangs vrijgegelaten activist Abdallah Abu
Rahma, de PLO-vertegenwoordiger Abbas Zackie en voormalig vice-president
van het Europees Parlement, Luisa Morgantini. De conferentie was gewijd aan
de vermoorde activisten Rachel Corrie, Vittorio Arrigoni, Juliano Mer Khamis, Bassem en Jawaher Abu Rahma. Tijdens de openingssessie riep Fayyad de internationale gemeenschap op om het Palestijnse zelfbeschikkingsrecht te
realiseren en het Palestijnse geweldloos verzet te steunen. Dan sprak Cindy
Corrie, de moeder van de Rachel die voor de International Solidarity Movement
werkte, toen ze vermoord werd. Ze getuigde over de tragedie van alle moeders,
Israëlische én Palestijnse, en riep beide kanten op om geweldloze actievormen te gebruiken. Meer dan 20 diplomaten uit de hele wereld woonden de opening
bij, waaronder Christian Berger, vertegenwoordiger van de Europese Commissie
en de consuls-generaal van Groot-Brittannië, Spanje, Italië, België, Roemenië,
Polen en Oostenrijk. Er was een rechtstreekse video-interventie vanuit Gaza en
er volgden nog paneldiscussies over de strategieën en tactieken van de populaire strijd en hoe vrouwen er een grotere rol in kunnen spelen. Verschillende
tussenkomsten gingen over de toepasbaarheid van de Tunesische en Egyptische
revoluties in Palestina.
Plots is er een krakende stortbui en we moeten onze muzikale bijdrage even uitstellen. Bella Ciao opgedragen aan Vittorio Arrigon en Al Rabaiyeh natuurlijk : “...
de vlag van ons land is de palestijnse vlag
... we vrezen de dood niet ... we zijn de trots
van ons volk ... laat de wonde in je hart niet
slapen... zolang de wind en de regen een
zaadje vinden ... zal dit woud nooit sterven ...” De ontvangst is geweldig. Daarna
vertrekken we naar de moskee (wie had
dat nog gedacht...) en wachten op de gelo-
vigen. De demonstratie herdenkt Bassem
Abu Rahma, die werd gedood door een
traangasgranaat twee jaar geleden. Het is
nog een stevige wandeling. Er zijn drie internationale delegaties, buiten de onze nog
een Italiaanse en een Franse. De Italianen
dragen een grote foto mee van Vittorio Arrigoni, een week vroeger vermoord door
fanatieke Palestijnen in de Gaza strook.
We vertrekken richting Gele Poort. Van ver zien we de soldaten staan langs de eindeloze prikkeldraad die het mooie landschap ontsiert. We zijn niet eens halverwege en onze liederen klinken nog wat flauwtjes, wanneer de traan- en stinkgas- granaten al in het rond vliegen. Later volgen nog rubberkogels. Twee persfotografen met gasmaskers zoeken spectaculaire plaatjes. In de verte breken jongeren door het hek. Soldaten wachten hen op. Aan de Gele Poort staan Palestijnen en soldaten tegenover mekaar. Nog meer traangas dat op de adem pakt, maar vooral de stinkbommen zijn verschrikkelijk. De Franse en Italiaanse delegaties gaan terug naar het dorp en de soldaten profiteren ervan. De weg is onzichtbaar door de rook. In het dorp hangt de rook als een deken. Ademen
is bijna onmogelijk. Verschillende mensen
moeten met de ziekenwagen afgevoerd
worden, waaronder Mohammed Khatib,
de directeur van Popular Struggle Coordination Committee, die enkele rake klappen
kreeg. Het is ontluisterend om weer thuis
in een BBC-reportage van Louis Theroux
de legercommandant van Bil’in de wekelijkse schermutselingen als een ritueel van
oprukken en terugtrekken te horen beschrijven. De filmers en fotografen komen
aan hun trekken voor pakkende kiekjes.
We geraken tot aan de Gele Poort en zingen er nog eens stevig tegenaan.
Veel later dan gepland vertrekken we richting Jeruzalem. Het zal krap worden om nog op tijd te zijn voor de Sheikh Jarrarbetoging. In de bus eten we nootjes, gezouten koekjes en de resten van het ontbijt. We moeten langs de grootste checkpoint van Israël, Kalendia. De rijkunsten van onze chauffeur komen in een ander daglicht te staan, wanneer blijkt dat hij met zijn Palestijnse bus helemaal niet door die checkpoint mag. Een Israëlische bus van dezelfde maatschappij zal ons opwachten om de checkpoint te passeren en dan verder Jeruzalem in te trekken. De grote omwegen, de kleine wegeltjes, het heeft allemaal zin ge-ad. Het joods-arabisch busconflict wordt voorgoed in palestijns voordeel beslecht. We bespreken of we een inleefexperiment aan de checkpoint zullen doen : te voet à la palestine de grens oversteken. Een tiental oudstrijders moet op de bus blijven, omdat die er anders verdacht leeg uitziet.
Veel later dan gepland vertrekken we richting Jeruzalem. Het zal krap worden om nog op tijd te zijn voor de Sheikh Jarrarbetoging. In de bus eten we nootjes, gezouten koekjes en de resten van het ontbijt. We moeten langs de grootste checkpoint van Israël, Kalendia. De rijkunsten van onze chauffeur komen in een ander daglicht te staan, wanneer blijkt dat hij met zijn Palestijnse bus helemaal niet door die checkpoint mag. Een Israëlische bus van dezelfde maatschappij zal ons opwachten om de checkpoint te passeren en dan verder Jeruzalem in te trekken. De grote omwegen, de kleine wegeltjes, het heeft allemaal zin ge-ad. Het joods-arabisch busconflict wordt voorgoed in palestijns voordeel beslecht. We bespreken of we een inleefexperiment aan de checkpoint zullen doen : te voet à la palestine de grens oversteken. Een tiental oudstrijders moet op de bus blijven, omdat die er anders verdacht leeg uitziet.
De voetgangers passeren probleemloos.
Ze mogen drie per drie door een draaipoortje. Bagage- en paspoortcontrole. Als
het in orde is, mag je verder. Als de eerste
drie voorbij zijn en verdwenen via een ander draaideurtje, mogen de drie volgende komen. Zo gaat heel de groep richting uitgang. Gerrit wordt verplicht zijn foto’s van
de checkpoint te verwijderen. Marco belt
naar de bus, maar daar zijn problemen. 10
reizigers met een massa reiszakken zien er
verdacht uit. De bus moest aan de kant, alle
inzittenden moeten uitstappen en met alle
bagage te voet langs de controle. De bus
moet weer van vooraf aan in de rij gaan
staan. De 10 verdwaalde reizigers met hun
massa valiezen worden bestormd door
taxi- en buschauffeurs die hun diensten
komen aanbieden. De groep voetgangers
moet weer terug richting Palestina. Dat
gaat vlot, gewoon rechtdoor een gang tot
op de parking. Ieder haalt de bagage op en
herbegint aan het draaideurtje. Met reis- of
rugzak kun je daar bijna niet door. Er is
een gewone deur, maar die doen ze niet
open. Iemand zit vast in de draaideur en
kan niet meer voor- of achteruit. Ze moet
wachten tot de twee vorige verder mogen.
Als we allemaal door zijn, is de bus nog
achter. Uiteindelijk wordt de reis voortgezet. Een ervaring rijker. We hebben 1 1⁄2
uur verloren aan de poort. Wat een arrogantie. Wat een machtsvertoon.
Voor de betoging in Jeruzalem zijn we hopeloos te laat. Er staan nog enkele mensen
na te praten en er zijn zowaar Italianen bij.
Dus ... una mattina mi son svegliato, e ho
trovato l'invasor ... O, O, O, Oooh ... Vlakbij bevindt zich het American Colony Hotel met Munther’s Bookshop. Jean-Louis
en Yvonne hebben hier in de buurt in het
Belgisch Consulaat-generaal gewoond en
hebben er nog contacten. In de wondermooie bookshop ontmoeten we Munther
Fahmi. Hij vertelt ons op ontwapenend
simpele wijze zijn leven.
Hij is in 1954 geboren in het toenmalige Jordaanse Oost-Jeruzalem. Na de bezetting in 1967 weigerde zijn familie uit protest het Israëlisch staatsburgerschap en verkreeg daarom slechts verblijfspapieren. Onze gastheer woonde tot hij 21 was in Oost-Jeruzalem en vertrok dan naar de VS om te studeren. Hij huwde er en werd Amerikaans staatsburger. Zijn verblijfspapieren werden ingetrokken en zo moest hij zijn VS-paspoort gebruiken om zijn eigen Jeruzalem te bezoeken. In 1993 vestigde hij zich opnieuw in zijn geboortestad, maar 17 jaar lang moest hij dat met een beperkt toeristenvisum doen, waardoor hij het land moest verlaten, wanneer het visum afgelopen was. Daarna kon hij met een nieuw visum (na administratief getreuzel en getreiter) opnieuw binnen. Anderhalf jaar geleden echter kreeg hij van de Minister van Binnenlandse Zaken het bericht dat hij geen visum meer zou krijgen en niet meer welkom was. Sindsdien leeft hij in de onzekerheid. Hij kan het land niet meer uit, omdat hij dan niet meer binnen kan. En hij loopt permanent het risico om opgepakt en gedeporteerd te worden. Munther Fahmi is ervan overtuigd dat dit een bewuste strategie is om Jeruzalem te judaïzeren en zoveel mogelijk Palestijnen uit de stad te verwijderen. Gelukkig zit onze reiszak propvol of we hadden de Bookshop zwaarbeladen verlaten ...
Hij is in 1954 geboren in het toenmalige Jordaanse Oost-Jeruzalem. Na de bezetting in 1967 weigerde zijn familie uit protest het Israëlisch staatsburgerschap en verkreeg daarom slechts verblijfspapieren. Onze gastheer woonde tot hij 21 was in Oost-Jeruzalem en vertrok dan naar de VS om te studeren. Hij huwde er en werd Amerikaans staatsburger. Zijn verblijfspapieren werden ingetrokken en zo moest hij zijn VS-paspoort gebruiken om zijn eigen Jeruzalem te bezoeken. In 1993 vestigde hij zich opnieuw in zijn geboortestad, maar 17 jaar lang moest hij dat met een beperkt toeristenvisum doen, waardoor hij het land moest verlaten, wanneer het visum afgelopen was. Daarna kon hij met een nieuw visum (na administratief getreuzel en getreiter) opnieuw binnen. Anderhalf jaar geleden echter kreeg hij van de Minister van Binnenlandse Zaken het bericht dat hij geen visum meer zou krijgen en niet meer welkom was. Sindsdien leeft hij in de onzekerheid. Hij kan het land niet meer uit, omdat hij dan niet meer binnen kan. En hij loopt permanent het risico om opgepakt en gedeporteerd te worden. Munther Fahmi is ervan overtuigd dat dit een bewuste strategie is om Jeruzalem te judaïzeren en zoveel mogelijk Palestijnen uit de stad te verwijderen. Gelukkig zit onze reiszak propvol of we hadden de Bookshop zwaarbeladen verlaten ...
Jean-Louis en Yvonne nodigen ons uit om
in het naastgelegen American Colony Hotel iets te drinken. Dominique sluit zich
daarbij aan, want ze is jarig. We zijn niet
echt gekleed op een chique ontvangstsalon
en ook al wat moe na die drukke dagen
zinken we weg in de hotelpluche. Menigeen ontgaat helaas een woord dat Sharihan
Hannoun ons over Sheikh Jarrah vertelt.
Begin jaren vijftig
werden door de VN-organisatie UNRWA in Oost-Jeruzalem huizen gebouwd en gronden ter beschikking gesteld voor Palestijnse vluchtelingen. Er wonen ondertussen 2800 Palestijnen in Sheikh Jarrah en meer dan 500 zijn al met uitzetting bedreigd. Het verhaal komt griezelig overeen met dat van Munther Fahmi. Israël wil Jeruzalem opkuisen (etnische zuivering heet dat elders) en probeert dit krampachtig met een juridische saus te overgieten. In Sheikh Jarrar is dit extra halluci-nant, omdat naar vermeende “Joodse” eigendomsrechten van voor 1948 wordt teruggegrepen. Tegelijkertijd echter worden de eigendomsrechten van 30000 Palestijnen op de huizen in West-Jeruzalem waaruit zij in 1948 zijn verdreven, ongeldig verklaard (en bij uitbreiding van 750000 in 1948 verdreven en gevluchte Palestijnen). BBC-documentairemaker Louis Theroux volgde ook een aantal ultrazionistische kolonisten. De film mist politieke duiding en laat uitschijnen dat een paar weirdo-zionisten het probleem vormen (en niet de Israëlische staat). Toch is hij het bekijken waard (staat op youtube), omdat de agressieve nederzettingenstrategie waarmee de Palestijnen verdreven worden, er goed in getoond wordt. Er zijn drie strategieën die kolonisten gebruiken : gewoon ergens illegaal met een caravan of zelfgebouwd optrekje beginnen en zich dan door de politie laten “beschermen” ; een oude Ottomaanse wet toepassen dat wie zijn land gedurende 3 jaar niet bewerkt, het kan kwijtraken aan de staat (Law of absentee) ; en ten slotte gericht Palestijnse huizen en gronden “legaal” opkopen. Vooral dat laatste wordt in de film goed getoond. Hoe schimmige joodse stichtingen veel geld veil hebben om goedgelovige arme joodse donders ergens midden in Arabisch gebied te droppen. Zo is het in Sheikh Jarrar misschien ook wel gegaan. In een spontane opwelling van solidariteit overhandigen we de financiële opbrengst van de Checkpoint Singers-1 acties aan Sharihan Dassoun. Het is maar een druppel op de hete plaat van wat ze voor acties, juridische procedures en puur overleven nodig hebben.
werden door de VN-organisatie UNRWA in Oost-Jeruzalem huizen gebouwd en gronden ter beschikking gesteld voor Palestijnse vluchtelingen. Er wonen ondertussen 2800 Palestijnen in Sheikh Jarrah en meer dan 500 zijn al met uitzetting bedreigd. Het verhaal komt griezelig overeen met dat van Munther Fahmi. Israël wil Jeruzalem opkuisen (etnische zuivering heet dat elders) en probeert dit krampachtig met een juridische saus te overgieten. In Sheikh Jarrar is dit extra halluci-nant, omdat naar vermeende “Joodse” eigendomsrechten van voor 1948 wordt teruggegrepen. Tegelijkertijd echter worden de eigendomsrechten van 30000 Palestijnen op de huizen in West-Jeruzalem waaruit zij in 1948 zijn verdreven, ongeldig verklaard (en bij uitbreiding van 750000 in 1948 verdreven en gevluchte Palestijnen). BBC-documentairemaker Louis Theroux volgde ook een aantal ultrazionistische kolonisten. De film mist politieke duiding en laat uitschijnen dat een paar weirdo-zionisten het probleem vormen (en niet de Israëlische staat). Toch is hij het bekijken waard (staat op youtube), omdat de agressieve nederzettingenstrategie waarmee de Palestijnen verdreven worden, er goed in getoond wordt. Er zijn drie strategieën die kolonisten gebruiken : gewoon ergens illegaal met een caravan of zelfgebouwd optrekje beginnen en zich dan door de politie laten “beschermen” ; een oude Ottomaanse wet toepassen dat wie zijn land gedurende 3 jaar niet bewerkt, het kan kwijtraken aan de staat (Law of absentee) ; en ten slotte gericht Palestijnse huizen en gronden “legaal” opkopen. Vooral dat laatste wordt in de film goed getoond. Hoe schimmige joodse stichtingen veel geld veil hebben om goedgelovige arme joodse donders ergens midden in Arabisch gebied te droppen. Zo is het in Sheikh Jarrar misschien ook wel gegaan. In een spontane opwelling van solidariteit overhandigen we de financiële opbrengst van de Checkpoint Singers-1 acties aan Sharihan Dassoun. Het is maar een druppel op de hete plaat van wat ze voor acties, juridische procedures en puur overleven nodig hebben.
De Hannoun-familie werd in 1948 tijdens de Nakba uit hun huis in Haifa verdreven. Het gezin bestaat momenteel uit 18 mensen waaronder zes kinderen. Ze
wonen in Sheikh Jarrah sinds 1956, toen de Jordaanse regering en de UNRWA
hen deze huizen gaven. Sinds 1972 zijn joodse organisaties bezig om de eigendomsrechten van de Hannouns te betwisten. In totaal hangt dit lot een 28-tal
Palestijnse families boven het hoofd. Er wordt gezwaaid met eigendomspapieren uit de Ottomaanse tijd waaruit zou blijken dat de grond waarop de huizen
staan, eigendom was van de Sefardische Joodse Gemeenschap en de kolonisten-beweging neemt dat eigendomsrecht gewoon over. Een Israëlische rechtbank
stelde dat de Palestijnse bewoners als ‘beschermde huurders’ moeten worden
beschouwd. Ze zouden dus aan de kolonisten huur moeten betalen voor hun eigen huizen, terwijl de Joodse bezetting van Oost-Jeruzalem naar internationaal
recht gewoon illegaal is. Zij hebben bijgevolg nooit huur betaald en worden nu uitgezet wegens “niet-betaalde huurschuld”. De Hannouns werden in 2002
met geweld uit hun huizen gezet, maar keerden er in 2006 op advies van hun
advocaat terug naartoe. Op 15 maart 2009 werden ze opnieuw op straat gezet
en sindsdien kampeert Sharihan er samen met een groep Israëlische en interna-
tionale activisten. De rechtbank bepaalde recent dat Maher Hannoun, de vader
van het gezin, als een gijzelaar zal worden gevangengezet, tot zolang de familie
weigert om de sleutels in te leveren.
We eindigen de avond in het klein restaurantje Zad dat we met onze 24 hongerige magen belegeren, en keren ten slotte met de bus naar Dheisheh terug. De chauffeur rijdt een kilometerslange omweg om de checkpoint te vermijden.






Geen opmerkingen:
Een reactie posten