Bethlehem - Ramallah - Qalqilya
Na het ontbijt vertrekken we gepakt en gezakt naar het centrum van Bethlehem. We krijgen royaal 20 minuten om de Ge- boortekerk te bezoeken. Het kinneke jezus geeft niet thuis. We zien de schade veroorzaakt door het Israëlische leger. In 2002 vluchtten 200 Palestijnen in de kerk om aan de Israeli Defence Force te ontkomen. Desondanks beschoten de soldaten het gebouw. Op verschillende plaatsen kan je nog de kogelinslagen en de gebroken ramen zien. Uiteindelijk stierven 3 mannen en 25 raakten gewond. Een man in de soek vlakbij vertelt spontaan dat hij hier geboren is en schoolliep. Hij heeft een winkeltje in een stukje straat waar men de toeristen weghoudt. Hij woont op 5 meter van de muur en wil weg uit Bethlehem. Hij vroeg al 5 keer een uitreisvisum, wat men hem steeds weer weigert. Ze willen de Palestijnen weg, maar weerhouden hem er dan weer van om te vertreken. Hij ondervindt elke dag weer andere pesterijen en klaagt ook de Palestijnen in steden aan die zich niets aantrekken van het leed van de mensen in de kampen.
Na het ontbijt vertrekken we gepakt en gezakt naar het centrum van Bethlehem. We krijgen royaal 20 minuten om de Ge- boortekerk te bezoeken. Het kinneke jezus geeft niet thuis. We zien de schade veroorzaakt door het Israëlische leger. In 2002 vluchtten 200 Palestijnen in de kerk om aan de Israeli Defence Force te ontkomen. Desondanks beschoten de soldaten het gebouw. Op verschillende plaatsen kan je nog de kogelinslagen en de gebroken ramen zien. Uiteindelijk stierven 3 mannen en 25 raakten gewond. Een man in de soek vlakbij vertelt spontaan dat hij hier geboren is en schoolliep. Hij heeft een winkeltje in een stukje straat waar men de toeristen weghoudt. Hij woont op 5 meter van de muur en wil weg uit Bethlehem. Hij vroeg al 5 keer een uitreisvisum, wat men hem steeds weer weigert. Ze willen de Palestijnen weg, maar weerhouden hem er dan weer van om te vertreken. Hij ondervindt elke dag weer andere pesterijen en klaagt ook de Palestijnen in steden aan die zich niets aantrekken van het leed van de mensen in de kampen.
Op het plein voor de kerk staat een solidariteitstent met de Arabische revoltes in de buurlanden. We hebben onze eerste CPS-repetitie in openlucht. I’m not at war, el pueblo, le tango de Vottem, ze krijgen allemaal een opfrisbeurt. En El Pueblo ... Unido ... Jamas sera vencido ... brengen we nog uit volle borst voor de solidariteitstent. Daarna vertrekken we naar Ramallah. De kortste weg leidt via Jeruzalem en meet op de kaart amper 20 kilometer. We doen er meer dan drie uur over. Er ontstaat vooraan in de bus bijna een joods-arabisch handgemeen tussen onze reisleider en de chauffeur. We moeten echter Jeruzalem vermijden omwille van Kalendia, een monsterachtige checkpoint waar we later nog mee te maken krijgen. We ervaren zo aan den lijve wat Israël met de Palestijnen voorheeft : urenlang langs kronkelige bergweggetjes omrijden om Jeruzalem en de hoofdassen raszuiver te houden. Wanneer we ook nog in een ordinaire werffile belanden, proberen we ons liederenrepertoire uit. Door de strijdliederen zijn we gauw heen, maar we draaiden heel het Franstalig repertorium erdoor, van Saint-Nicolas tot Adamo, ....
"Waarheen ook het oog mag blikken, koloniën staan alom." Het zijn de nederzettingen die Oost-Jerusalem moeten versmachten. Mooi aangelegde wegen leiden ernaartoe. Langs de kant van de weg zien we verschillende Palestijnse Bedoeïenendorpen. In de verte een stuk muur in aanbouw. Ramallah is in volle expansie, overal bouwwerven, het ene huis al pompeuzer dan het andere. In de Bir Zayt-universiteit valt de geplande studentenontmoeting wegens tijdsgebrek weg. We eten er onze houmusvariatie en zingen op de restauranttrappen Al Rabaiyeh in een onuitgegeven (vrije) versie die op veel bijval onthaald wordt.
En dan komt de klapper : de Circusschool van Ramallah.
Jessica ontvangt ons in haar voorlopig kantoortje. Met de Circusschool zijn ze in blijde verwachting van eigen gebouwen nabij de Birzeituniversiteit. Jessica kwam voor Socialistische Solidariteit naar Palestina. Ze leerde er Shadi
Zmorrod kennen, met wie ze in 2006 de Circusschool voor kinderen en jongeren
oprichtte. Shadi en Jessica zijn intussen getrouwd en hebben een zoontje Nour
dat in het arabisch-nederlands wordt opgevoed. Circus nodigt uit om elkaar te
vertrouwen, er als mensen voor elkaar te zijn. Ze begonnen klein, met zelfgemaakt circusmateriaal. Toen kwam het idee om in een school ook mensen op te
leiden om zelf circuslesgever te worden. Er werd steun en geld gevonden, en nu
zijn er twee studenten in Frankrijk om zich te vervolmaken. Er zijn 100 studenten, verdeeld over verschillende groepen. Er is ook een speciale meisjesgroep
die elders oefent. De leerlingen zijn welkom vanaf 10 jaar. De opleidingen staan
open voor vluchtelingen uit Jenin en Hebron. De leerlingen zijn gekwetste kinderen. Ze hebben zelf iets meegemaakt, er zit
familie in de gevangenis of er zijn naasten vermoord. De school werkt met de
kinderen op twee niveaus om de verwerking op gang te brengen : naar binnen (zelfvertrouwen, ...) en naar buiten (via publieke optredens op markten en
pleinen). Meisjes én jongens doen mee. De voorstellingen draaien rond bewustmakingsthema’s als afval. Ze hebben al getoerd in Europa, maar de steun in
Palestina zelf zou beter kunnen. De Palestijnse Autoriteit heeft weinig aandacht
voor onderwijs en cultuur (samen amper 2% van het budget). In Ramallah zijn
bijvoorbeeld geen zalen ter beschikking. Gelukkig kan er sinds kort worden
samengewerkt met een onafhankelijke galerij. Jessica vertelt vol enthousiasme
en toont een mooi filmpje over de werking. Tegen 2014 hopen ze volledig professioneel te kunnen draaien. Pas als er vragen komen, praat ze over de recente
moorden op de joods-arabische theatermaker Juliano Mer Khamis in Jenin en op
de italiaanse vredesactivist Vittorio Arrigon in Gaza. Het centrum krijgt recent
bedreigingen van mensen die terug naar de oude waarden willen. Die willen
geen kunst, geen muziek, niet zingen, geen circus. 150 internationale stagiaires
zitten sindsdien bijeengetroept in Ramallah en er is angst in hun rangen geslopen.
Niemand weet wat er gaande is, maar het gevoel overheerst dat er in een sfeer
van bedreigingen en verdachtmakingen niet veel meer moet gebeuren voor de
“internationals” zullen vertrekken.
Het bezoek dat in gulle gastvrijheid begon, eindigt wat in twijfel en verwarring. Er is geen tijd en plaats voor een optredentje. We haasten naar het centrum van Ramallah om daar nog eens ter ondersteuning aan een solidariteitstent voor de arabische opstanden te zingen. Er is echter een groot architectuurevenement op het centrale plein van dit hippe, bijna mondaine stadje. Er is zoveel volk dat de tent weggedrukt staat in een hoekje en we helemaal niet aan zingen toekomen. In de bus gaat het verder naar Qalqilya.
De afstanden in Palestina zijn niet zo groot :
Bethlehem - Ramalah 20km ; Jeruzalem -
Hebron 25km. Maar “Palestijnse reistijden” kunnen enorm zijn. Tijd genoeg in de
bus om te luisteren naar reisleiders Cathy
en Marco die anekdotes vertellen en voortdurend moeten inspelen op onverwachte
wendingen en onvoorziene obstakels. Een van de legendes is Massada. Met enkele vroege Jeruzalemreizigers waren we
op voorhand een dag naar de Dode Zee en
naar Massada gereisd. Dit imposant bergmassief rijst uit de vlakte op en de houding
van de Zeloten die er ooit stierven, heeft
in het huidige Israël een grote symbolische
betekenis. “Massada mag nooit meer vallen”, is een uitspraak die is opgenomen
in de soldateneed. De Joodse sekte van
de Zeloten had er zich in de Romeinse
periode teruggetrokken om onafhankelijk te kunnen blijven. Toen de toestand
onhoudbaar werd en de Romeinen op het
punt stonden om de vesting in te nemen,
zou de opperzeloot, Eleazar Ben Yair, gezegd hebben : "Het leven is een ramp, niet
de dood. In de dood zijn alle mensen gelijk. Hetzelfde lot wacht de lafhartige en
de moedige. Kunnen wij de smaad van
slavernij verdragen ? Kunnen wij toezien
dat onze vrouwen onteerd worden en onze
kinderen geknecht ? Nu wij nog vrij zijn en in het bezit van onze zwaarden, laten
wij ze gebruiken om onze vrijheid te behouden. Laat ons sterven als vrije mensen
omringd door onze vrouwen en kinderen."
960 mensen joeg deze massamoordenaar eigenhandig de dood
in. Alsof al die kinderen hun toestemming
konden geven ... Gelukkig heeft zeloot in
onze taal de negatieve bijklank van “onverbeterbare fanatieker” gekregen.
De vijandelijkheden vooraan in de bus nemen weer toe, wanneer de chauffeur de Nabloesroute kiest (een omweg van ettelijke kilometers). Het is al donker, wanneer we in Qalqilya toekomen. Er is geboekt in de blikkerende hamburgertent Queens waar we duizend-en-een slaatjes krijgen. Na wat geharrewar geraken we verdeeld over de drie appartementen die we in een woonblok huren. De rust keert weer. Behalve in dat ene hoekje waar een fles Raki in dit drooggelegde land gekraakt wordt ...



Geen opmerkingen:
Een reactie posten