maandag 2 mei 2011

zondag 24 april 2011


 Beit Ommar - Lakiya - al-Araqib - Lod - Tel Aviv


     Onze laatste dag staat in het teken van de Bedoeïenen.  Nog twee zangers moeten de groep voortijdig verlaten.  Eerste stop is Lakiya, een Bedoeïenendorp in Israël.  Het is een straatdorp, vuil en verlaten.  Israël heeft er meer dan 8000 Bedoeïenen bijeengetroept :  gedaan het nomadenbestaan, gedaan de zelfgekozen vrijheid, braaf op een hoopje en trek uw plan.  Sidreh is een collectief van Bedoe- ienenvrouwen die het heft zelf in handen nemen.  De Sidraboom (geen Nederlandse vertaling gevonden) is een taaie woestijn- boom die de kunst van het overleven kent.  Sidreh heeft sensibiliseringscampagnes voor vrouwenrechten, vormingsprogram- ma’s en een mediabeleid om vrouwen zichtbaarder te maken in de samenleving.  Met de hulp van het Center for Jewish- Arab Economic Development (CJAED) werken ze ook economische projecten uit, zoals het Lakiya Negev Bedouin Weaving Project.  Economische onafhankelijkheid van vrouwen en werken in de eigen culturele traditie worden beide in dit project gerealiseerd.  Ondertussen is de weefcoöperatieve bijna zelfbedruipend en kunnen vrouwen er meer dan 70 families mee onderhouden.  Onverwacht is er ook de gelegenheid om te zingen, omdat een Israëlisch-Amerikaanse groep ook het Lakiya Center bezoekt en geïnteresseerd is in onze missie.  We zingen ... e questo é il fiore del partigiano, morto per la libertà (x2) ..., maar we sneuvelen op het veld van eer.  Met vier overblijvende mannen en drie stempartijen gaan we roemloos de mist in. 

Na een stevig middagmaal duiken verschillende onder ons nog de factory shop in.  Haia Noach, joodse activiste van het Negev Coexistence Forum (de naam spreekt voor zich), wacht ons op en coacht onze bus naar het township Shoket Junction waar Bedoeïen activist van het eerste uur Nuri el-Okbi verplicht moet wonen.  Haia vertaalt van het Arabisch naar het Engels. 


Nuri is 68 jaar oud en heeft een mysterieuze glimlach vol optimisme waarachter echter heel wat pijn
en ontgoocheling schuilgaat.  Hij is opgegroeid in kibboetsen, maar heeft er altijd naar verlangd dat hij zou kunnen teruggaan naar het land van zijn familie, Al Arakib.  In 1951 echter kreeg de familie Shoket Junction als woonplaats toegewezen.  Nuri richtte later de Association for the Support and Protection of Bedouin Rights op en heeft 2930 hits op google.  Het verhaal lijkt onheilspellend op wat we over Sheikh Jarrar hoorden :  oude wetten worden opgepoetst en eenzijdig ten voordele van joodse belangen ingezet.  Moegetergd door alle bureaucratische vertragingsmaneuvers en plagerijen zet Nuri uiteindelijk in 2006 zijn tent neer in al-Araqib.  Ondertussen is het Jewish National Fund (JNF) echter begonnen met het bebossen van de regio.  Pittig detail is dat het zogenaamde Ambassador’s Forest (een onderdeel van het grotere Yatir Forest) met de sympathie en steun van een 20-tal ambassadeurs waaronder de Belgische wordt aangeplant.  Nuri is ondertussen al meer dan 40 keer uit zijn tent gezet.  Hij heeft een resem processen tegen zich lopen en een gerechtelijk verbod om nog een voet in Al Arakib te zetten. V anuit zijn gedwongen woonplaats in Shoket heeft hij zijn eigendomsclaim naar Bedoeïens ongeschreven gewoonterecht overgedragen aan andere activisten.


16 februari 2011 werd Al Arakib voor de 17-e keer met een bulldozer platgewalst.  Het JNF doet dit eigenhandig onder het goedkeurend oog van de politie.  Dit keer is het grondig gebeurd :  alles is op vrachtwagens geladen en afgevoerd, behalve enkele grotere betonbrokstukken.  Het kerkhof is grootmoedig ongemoeid gelaten en de bewoners werd toegezegd dat ze het twee keer per jaar mogen bezoeken.  Ondertussen wordt de strijd van Nuri echter door anderen voortgezet.  Elke zondag is er een betoging en dus gaan we daar zingen.  De mensen zijn heel blij en dankbaar.  ... we shall not be moved ...  Het heeft zelden zo letterlijk geklonken.  Na de betoging gaan we nog even naar het dorp zelf kijken.  Er blijft letterlijk niets van over.  Alles wat er staat, is na 16/2 alweer opnieuw opge- bouwd.  In een stevige Bedouïenentent krijgen we koffie en thee om U tegen te zeggen.  Arthur bestudeert de balkenconstructie om de tent in België te kunnen nabouwen.  Een fotoboek gaat rond. Marco overhandigt het in Ittre bijeengebrachte solidariteitsgeld aan de dorpssjeik en ... onze missie zit erop. 

Of toch nog niet.  We moeten nog uit het land geraken.  Eerst met de bus gezamenlijk naar Lod, een klein Arabisch stadje vlak bij de luchthaven.  We eten er met heimwee voor de laatste keer houmus met 47 slaatjes.  Jo blijft nog twee dagen uitrusten aan het strand van Tel Aviv.  Volgens onze eerste Palestijnse chauffeur was ze “een merkwaardige vrouw”.  Dat mag je wel zeggen na alle moeite die ze zich getroost heeft om deze reis te kunnen meemaken.  In servis-taxibusjes vertrekken we naar de luchthaven en doen daar of we elkaar niet kennen.  Marco moet uitleg verschaffen over zijn megafoon en Ruth waarom ze boeken in Israël gekocht heeft.  Maar uiteindelijk landt iedereen zonder veel problemen in België.  Eén dag later (26/4) vernielt de politie 7 huizen in Lod waar 50 mensen woonden.  Welkom ! 



Geen opmerkingen:

Een reactie posten