Beit Ommar - Lakiya - al-Araqib - Lod - Tel Aviv
Onze laatste dag staat in het teken van de Bedoeïenen. Nog twee zangers moeten de groep voortijdig verlaten. Eerste stop is Lakiya, een Bedoeïenendorp in Israël. Het is een straatdorp, vuil en verlaten. Israël heeft er meer dan 8000 Bedoeïenen bijeengetroept : gedaan het nomadenbestaan, gedaan de zelfgekozen vrijheid, braaf op een hoopje en trek uw plan. Sidreh is een collectief van Bedoe- ienenvrouwen die het heft zelf in handen nemen. De Sidraboom (geen Nederlandse vertaling gevonden) is een taaie woestijn- boom die de kunst van het overleven kent. Sidreh heeft sensibiliseringscampagnes voor vrouwenrechten, vormingsprogram- ma’s en een mediabeleid om vrouwen zichtbaarder te maken in de samenleving. Met de hulp van het Center for Jewish- Arab Economic Development (CJAED) werken ze ook economische projecten uit, zoals het Lakiya Negev Bedouin Weaving Project. Economische onafhankelijkheid van vrouwen en werken in de eigen culturele traditie worden beide in dit project gerealiseerd. Ondertussen is de weefcoöperatieve bijna zelfbedruipend en kunnen vrouwen er meer dan 70 families mee onderhouden. Onverwacht is er ook de gelegenheid om te zingen, omdat een Israëlisch-Amerikaanse groep ook het Lakiya Center bezoekt en geïnteresseerd is in onze missie. We zingen ... e questo é il fiore del partigiano, morto per la libertà (x2) ..., maar we sneuvelen op het veld van eer. Met vier overblijvende mannen en drie stempartijen gaan we roemloos de mist in.
Na een stevig middagmaal duiken verschillende onder ons nog de factory shop in. Haia Noach, joodse activiste van het Negev Coexistence Forum (de naam spreekt voor zich), wacht ons op en coacht onze bus naar het township Shoket Junction waar Bedoeïen activist van het eerste uur Nuri el-Okbi verplicht moet wonen. Haia vertaalt van het Arabisch naar het Engels.
Onze laatste dag staat in het teken van de Bedoeïenen. Nog twee zangers moeten de groep voortijdig verlaten. Eerste stop is Lakiya, een Bedoeïenendorp in Israël. Het is een straatdorp, vuil en verlaten. Israël heeft er meer dan 8000 Bedoeïenen bijeengetroept : gedaan het nomadenbestaan, gedaan de zelfgekozen vrijheid, braaf op een hoopje en trek uw plan. Sidreh is een collectief van Bedoe- ienenvrouwen die het heft zelf in handen nemen. De Sidraboom (geen Nederlandse vertaling gevonden) is een taaie woestijn- boom die de kunst van het overleven kent. Sidreh heeft sensibiliseringscampagnes voor vrouwenrechten, vormingsprogram- ma’s en een mediabeleid om vrouwen zichtbaarder te maken in de samenleving. Met de hulp van het Center for Jewish- Arab Economic Development (CJAED) werken ze ook economische projecten uit, zoals het Lakiya Negev Bedouin Weaving Project. Economische onafhankelijkheid van vrouwen en werken in de eigen culturele traditie worden beide in dit project gerealiseerd. Ondertussen is de weefcoöperatieve bijna zelfbedruipend en kunnen vrouwen er meer dan 70 families mee onderhouden. Onverwacht is er ook de gelegenheid om te zingen, omdat een Israëlisch-Amerikaanse groep ook het Lakiya Center bezoekt en geïnteresseerd is in onze missie. We zingen ... e questo é il fiore del partigiano, morto per la libertà (x2) ..., maar we sneuvelen op het veld van eer. Met vier overblijvende mannen en drie stempartijen gaan we roemloos de mist in.
Na een stevig middagmaal duiken verschillende onder ons nog de factory shop in. Haia Noach, joodse activiste van het Negev Coexistence Forum (de naam spreekt voor zich), wacht ons op en coacht onze bus naar het township Shoket Junction waar Bedoeïen activist van het eerste uur Nuri el-Okbi verplicht moet wonen. Haia vertaalt van het Arabisch naar het Engels.
Nuri is 68 jaar oud en heeft een mysterieuze glimlach vol optimisme waarachter
echter heel wat pijn
en ontgoocheling schuilgaat. Hij is opgegroeid in kibboetsen,
maar heeft er altijd naar verlangd dat hij zou kunnen teruggaan naar het land
van zijn familie, Al Arakib. In 1951 echter kreeg de familie Shoket Junction als
woonplaats toegewezen. Nuri richtte later de Association for the Support and
Protection of Bedouin Rights op en heeft 2930 hits op google. Het verhaal lijkt
onheilspellend op wat we over Sheikh Jarrar hoorden : oude wetten worden opgepoetst en eenzijdig ten voordele van joodse belangen ingezet. Moegetergd door
alle bureaucratische vertragingsmaneuvers en plagerijen zet Nuri uiteindelijk in
2006 zijn tent neer in al-Araqib. Ondertussen is het Jewish National Fund (JNF)
echter begonnen met het bebossen van de regio. Pittig detail is dat het zogenaamde Ambassador’s Forest (een onderdeel van het grotere Yatir Forest) met de
sympathie en steun van een 20-tal ambassadeurs waaronder de Belgische wordt
aangeplant. Nuri is ondertussen al meer dan 40 keer uit zijn tent gezet. Hij heeft
een resem processen tegen zich lopen en een gerechtelijk verbod om nog een voet
in Al Arakib te zetten. V anuit zijn gedwongen woonplaats in Shoket heeft hij zijn
eigendomsclaim naar Bedoeïens ongeschreven gewoonterecht overgedragen aan
andere activisten.
16 februari 2011 werd Al Arakib voor de
17-e keer met een bulldozer platgewalst.
Het JNF doet dit eigenhandig onder het
goedkeurend oog van de politie. Dit keer
is het grondig gebeurd : alles is op vrachtwagens geladen en afgevoerd, behalve
enkele grotere betonbrokstukken. Het
kerkhof is grootmoedig ongemoeid gelaten
en de bewoners werd toegezegd dat ze het
twee keer per jaar mogen bezoeken. Ondertussen wordt de strijd van Nuri echter
door anderen voortgezet. Elke zondag is er
een betoging en dus gaan we daar zingen.
De mensen zijn heel blij en dankbaar. ...
we shall not be moved ... Het heeft zelden
zo letterlijk geklonken. Na de betoging gaan we nog even naar het dorp zelf kijken.
Er blijft letterlijk niets van over. Alles wat
er staat, is na 16/2 alweer opnieuw opge-
bouwd. In een stevige Bedouïenentent
krijgen we koffie en thee om U tegen te
zeggen. Arthur bestudeert de balkenconstructie om de tent in België te kunnen nabouwen. Een fotoboek gaat rond. Marco overhandigt het in Ittre bijeengebrachte solidariteitsgeld aan de dorpssjeik en ... onze
missie zit erop.
Of toch nog niet. We moeten nog uit het
land geraken. Eerst met de bus gezamenlijk naar Lod, een klein Arabisch stadje
vlak bij de luchthaven. We eten er met
heimwee voor de laatste keer houmus met
47 slaatjes. Jo blijft nog twee dagen uitrusten aan het strand van Tel Aviv. Volgens onze eerste Palestijnse chauffeur
was ze “een merkwaardige vrouw”. Dat
mag je wel zeggen na alle moeite die ze
zich getroost heeft om deze reis te kunnen
meemaken. In servis-taxibusjes vertrekken we naar de luchthaven en doen daar of
we elkaar niet kennen. Marco moet uitleg
verschaffen over zijn megafoon en Ruth
waarom ze boeken in Israël gekocht heeft.
Maar uiteindelijk landt iedereen zonder
veel problemen in België. Eén dag later
(26/4) vernielt de politie 7 huizen in Lod
waar 50 mensen woonden. Welkom !




Geen opmerkingen:
Een reactie posten